Wie denkt dat het multiculturalisme in ons land inmiddels op de mestvaalt van de geschiedenis is beland, vergist zich. Ondanks het gebrek aan nuance in het publieke debat (kut-Marokkaan en knettergekke minister) en de opkomst van het populisme.

De geest mag dan uit de fles zijn, beleidsmatig heeft dat nog niet veel gevolgen gehad. De toon van het debat wijzigt sneller dan de aard van het beleid. Tot teleurstelling van de vox populi moet worden vastgesteld dat het multiculturalisme nog welig tiert. Die conclusie las ik onlangs in een publicatie van professor Koopmans. Nederland scoort onverminderd hoog als het gaat om de rechtspositie van migranten. Op de, op basis van internationaal onderzoek in 28 landen vastgestelde, zogenoemde MIPEX-index staat ons land op de vierde plaats.

Het nieuwe wij
Tot zover het goede nieuws. Wat mij betreft is er nog veel te doen om het ‘wij-gevoel’ te versterken in een samenleving die sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, zeker in de grote steden, een behoorlijke gedaanteverandering heeft ondergaan. Het nieuwe wij veronderstelt het doorbreken van het ‘wij en zij’. Het stelt eisen aan ‘hen en ons’. Integratie gaat over het willen, kunnen en mogen meedoen in onze samenleving. Het leren omgaan met de toegenomen religieuze en culturele diversiteit is een spannend proces. Binnen de wettelijke grenzen is veel mogelijk. Laten we onze liberale traditie koesteren.

Integratie is taal
Toch valt de weerstand niet te veronachtzamen. En dat brengt me bij een andere recente publicatie. De kersverse minister Van der Laan zei bij zijn eerste publieke optreden in een (ex-)Vogelaar-wijk met één ding ‘niet happy’ te zijn: ‘Toen ik achttien jaar geleden in de Amsterdamse gemeenteraad zat was er al een taalprobleem. Dat is verdorie nóg niet opgelost’. Hij heeft gelijk. Als er een onderwerp essentieel is in het ontwikkelen en versterken van het ‘nieuwe wij’, dan is het taal. Integratie is communicatie, dus taal.

Moeders die de taal van hun kinderen spreken
Zo’n vier jaar geleden was ik betrokken bij een onderzoek waaruit bleek dat er van de te verwachten 1,3 miljoen migranten in 2010 bijna de helft onvoldoende kennis had van de Nederlandse taal. Het inhalen van die achterstand is een investering met een hoog sociaal, maatschappelijk en economisch rendement. Macro voor ons land, micro in de gezinnen waar de moeders straks kunnen spreken in de taal die hun kinderen inmiddels zo vertrouwd is. Ik heb veel van die taalprojecten bezocht en ken de belemmeringen en weerstanden. Maar ik heb ook de energie en het enthousiasme gezien van leergierige vrouwen en gemotiveerde docenten.

Samen culturele barrières doorbreken
Uiteindelijk leer je een taal door ze te spreken. Daarom ontwikkelde Ella Vogelaar een plan om 10.000 vrijwilligers te koppelen aan migranten die taalles volgen. Eén op één. In een veilige en vertrouwde omgeving praten over van alles en nog wat. De ervaring leert dat die gesprekken al snel echt ergens over gaan. De buddy wordt zo een vertrouwenspersoon. Niets blijft onbesproken. Van de gevoelige culturele dilemma’s tot de dagelijkse materiële sores. Het ‘wij en zij’ wordt doorbroken. Een mooi voorbeeld van het nieuwe wij. Wie doet er mee?

Paul Rosenmöller is oud-politicus en tv-presentator bij de IKON

Nog geen reactie — begin het gesprek.