De demografische samenstelling van Nederland is voor altijd veranderd door de komst van een bonte stoet van allochtonen. Veel duiders en beschouwers dachten dat het verlangen naar het oude Nederland van de blonde schipper op een trekschuit door de polder marginaal zou blijven, en dat Nederland in de Amerikaanse droom zou opgaan.

De boom die meegaf
bijna platwoei in de storm
staande gebleven

(Inge Lievaart)

Een aantal alles overschaduwende nieuwsfeiten heeft het verlangen naar het Nederland van de goede oude tijd echter teruggebracht. Deze nostalgie vindt nu zijn spreekbuis in drie politieke partijen, die sommige Nederlanders in een coalitie bij elkaar dromen: de VVD, de PVV en de TON. Als die de boel overnemen zul je eens wat zien!

Nederland vervreemdt van zichzelf. De eerste en symbolisch nogal belangrijke stap op weg naar de eenwording van Europa was het afschaffen van de nationale munt. Daarmee raak je iets kwijt. Niet alleen in je portemonnee, maar ook in je Nederlanderschap. Economische globalisering, de vorming van transnationale verbanden en (inter)netwerken verhogen de bloeddruk van het identiteitsdenken behoorlijk. Het geeft het gevoel dat je met de samenleving en haar cultuur niets meer te maken hebt, dat je machteloos staat en geen invloed hebt op je eigen toekomst. Volgens sociologen komt dit het meest voor in tijden van snelle sociale verandering: na oorlogen of industriële revoluties, tijdens of na snelle secularisatie en bij grote migrantenverplaatsingen. De laatste helft van de twintigste eeuw wordt door alle drie factoren getekend.

Gebrek aan identificatie met de samenleving kan ‘anomie’ opleveren. Dat wil zeggen: het verminderen van de onderlinge contacten tussen leden van een gemeenschap op grond van de ontwrichting van het gemeenschappelijk systeem van normen en waarden. Het gemeenschappelijk normbesef verzwakt en sociale desintegratie treedt op. In mijn ogen is de grootste fout die we kunnen maken – en dát we die kunnen maken laat de wereldgeschiedenis overtuigend en bij herhaling zien – dat we alle aandacht vestigen op slechts één ingrediënt van onze nogal divers samengestelde ‘soap van nationaal onbehagen’. En dat zou dan met een joods-christelijke uitdrukking ‘de vreemdeling binnen onze poorten’ zijn.

Er zijn maar weinig vreemdelingen die er uiting aan geven trots te zijn op de Nederlandse samenleving, die we gezamenlijk vormen. Het wordt moslims vaak verweten dat ze niet participeren in het ‘wijgevoel’. Onvermoeibaar worden zij gewezen op de scheiding tussen kerk en staat en steeds opnieuw wordt gevraagd of de islam verenigbaar is met democratie en moderniteit.
Om enigszins recht te doen aan de vraag of moslims actief deelnemen aan de Nederlandse maatschappij, moet er naar een langere periode gekeken worden. Ongeveer vijftig jaar zijn er moslims in Nederland. Gedurende deze periode heeft het overgrote deel van hen geleefd, gehandeld en gesproken binnen de Nederlandse (grond)wet, regelgeving en maatschappelijke afspraken. Daarin staan kernzaken die, net als de scheiding van kerk en staat en de daarop gebaseerde democratie en mensenrechten, als een paal boven water staan.

In 1993 is de verklaring van een wereldwijd ethos geschreven. Hans Küng is medegrondlegger van deze verklaring, maar ook islamitische geestelijke leiders waren betrokken bij de totstandkoming ervan. In de verklaring wordt een aantal basisprincipes geformuleerd: geweldloosheid en eerbied voor het leven; solidariteit en een rechtvaardige economische orde; tolerantie en een leven van waarachtigheid; gelijke rechten en partnerschap tussen man en vrouw. Als we het hierover eens zijn, begint het grondpatroon van de solidariteit binnen Nieuw Nederland zich af te tekenen.

Abdulwahid van Bommel is docent geestelijke verzorging en schrijver. Voor meer informatie over de verklaring: http://www.weltethos.org/pdf_decl/Decl_dutch.pdf. Deze column verscheen eerder op www.reliflex.nl (28 april 2008)

Nog geen reactie — begin het gesprek.