Thomas groeide op in het welgestelde gezin van een plantagehouder van gegoede Britse komaf. Zijn ouders waren traditioneel maar niet rechtlijnig lid van de anglicaans kerk; die kerk is geworteld in de leer van erfzonde, voorbestemming (verkozen of verloren) en verzoening van Johannes Calvijn (1509-1564).

In zijn studietijd raakte Thomas diepgaand beïnvloed door de schrijfsels van de radicaal verlichte Engelse politicus en filosoof Henry St. John Bolingbroke (1678-1751) die zijn ideeën over Bijbelteksten, over gelijkwaardigheid en over de scheiding van staat en kerk had gevormd van onze Baruch de Spinoza. Deze aartsvader van de individuele gewetens- en geloofsvrijheid had in 1670 in zijn theologisch politiek traktaat geschreven dat mensen niet anders kunnen denken dan wat ze denken; ook al zouden zij dit zelf willen of de macht van anderen of van de staat dat willen (20:4).

Wat Jefferson toen opstak, bleef de crux van zijn overtuiging en van zijn politiek handelen: “De legitieme bevoegdheden van de overheid strekken zich alleen uit tot handelingen die anderen schade berokkenen. Maar het doet mij geen kwaad als mijn buurman zegt dat er twintig goden zijn, of geen God. Dat steelt mijn portemonnee niet en breekt mijn been niet.” schreef hij in 1781.

Het credo in de Onafhankelijkheidsverklaring dat alle mensen gelijk zijn geschapen, weerhield Jefferson er evenwel niet van om honderd tot tweehonderd slaven te houden. En toen hij jong weduwnaar werd, heeft hij later bij een van hen, de dertig jaar jongere Sally Hemings, het eerste van zes kinderen verwekt in de periode dat hij van 1784 tot 1789 de Amerikaanse ambassadeur was in Frankrijk. Het is het bekende verhaal van het zien van de splinter in de ogen van een ander en tegelijk de balk in de eigen ogen niet zien.

Jefferson maakte op 14 juli 1789 in Parijs de onlusten van dichtbij mee die het begin waren van de Franse Revolutie en hielp bij het opstellen van de Verklaring van de rechten van de mens die, wereldwijd als eerste, werd vastgesteld door de Assemblee National; doch rechten voor vrouwen en zwarten ontbreken.

Omdat hij Calvijn achter zich had gelaten, waren calvinisten zijn felste politieke vijanden toen hij weer terug was in Amerika en zich opmaakte voor de presidentsverkiezingen in 1800. Hij was woedend over de stoten onder gordel die zij hem gaven door zijn geloof tot een verkiezingskwestie te maken. Uiteindelijk won hij.

Boekenwurm

Thomas Jefferson toonde een brede wetenschappelijke interesse, verzamelde gretig fossielen (hij identificeerde in 1799 een uitgestorven of uitgeroeide soort luiaard die in 1825 naar hem is vernoemd als megalonyx jeffersonii) en hij legde een bibliotheek aan van zeker negenduizend (!) boeken. Niet verbazingwekkend is dat hij voorstelde de universiteit in zijn staat Virginia op te richten; de eerste waar kerk en staat zijn gescheiden en waar toen bewust geen theologie werd gedoceerd.

Afbeelding3

Dat laat onverlet zijn diepe band met het geloof en zijn belangstelling ervoor: zijn verzameling schilderijen bevat ruim twintig doeken met Bijbelse geschiedenis waarvan meer dan tachtig procent de evangeliën en zijn collectie boeken bevat meer dan dertig Bijbels uiteenlopend in samenstelling, in taal en in ouderdom.

Niet alleen de boeken van Calvijn (die hij een atheïst vond en zijn religie demonisch – brief 11 april 1823 aan politieke tegenstander John Adams) stonden in zijn boekenkast. Maar ook die van de Engelse scheikundige en predikant Joseph Priestley (1733-1804) die de boeken is ingegaan als de ontdekker van zuurstof en van lachgas. Priestley raakte omstreden als dominee om zijn boeken over dat het beginnende christendom naderhand was bedorven door de maagdelijke geboorte, de leer van drie-eenheid en meer. Zijn boeken werden meermaals gelezen door Jefferson en inspireerden hem tot het schrijven van zijn onttoverde evangeliën in 1819 en 1820. ’s Avonds voor hij ging slapen, sneed hij met een scheermes de hem aansprekende teksten uit de dunne bladen van de vier evangeliën en plakte die in zijn eigen lege boek. Het resultaat liet hij inbinden in rood leer. Deze naderhand geheten Jefferson Bijbel was bedoeld voor eigen gebruik; een eigen Bijbel zonder drie-eenheid, zonder engelen, zonder wonderen en zonder overwinning op de dood en waarin Jezus’ levensstijl als kern resteert die moet worden bewaard.

Een levensstijl niet van zelfzucht, maar ik zeg u, ontferming; niet van kracht, maar ik zeg u, zachtmoedigheid; niet van haat, maar ik zeg u, de andere wang toekeren; niet van control, maar ik zeg u, vertrouwen; niet van wraak, maar ik zeg u, mildheid en vergeving. Een eigen Bijbel zonder het verhaal dat water in wijn wordt veranderd maar wel met de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard waarin degene die, om zo te zeggen, al om zeven uur ‘s morgens hard begon te werken net zo veel krijgt betaald als degene die pas om kwart voor vijf ‘s middags aan komt drentelen en met als les: God is geen boekhouder.

En ook staan teksten in deze ‘Jefferson Bijbel’ die de leidraad vormden van zijn overtuiging en politiek handelen: dat Jezus en zijn discipelen de strikte sabbatregels in de wind slaan en korenaren plukken en eten (Marcus 2:23 e.v.) en dat Jezus in de Bergrede op de tenen staat van de machthebbers in de tempel wanneer hij zijn publiek voorhoudt dat bidden een privézaak is en geen zaak van de overheid of de tempel (Mattheüs 6).

Thomas Jeffersons evangelie eindigt met Mattheus 27: in een nieuwe graftombe legden Jozef van Arimathea en Nicodemus het gekruisigde lichaam van Jezus “en rolden een grote steen voor de ingang van de graftombe, en vertrokken”.

Ondanks dat hij van het mainstream christelijk geloof raakte losgezongen, bleef hij een trouw kerkganger.

Thomas Jefferson (1743-1826) door Thomas Sully 1821

Op de vijftigste verjaardag van de Onafhankelijkheidsverklaring, op 4 juli 1826; nu dus tweehonderd jaar geleden, ging Jefferson heen en zei ten afscheid tegen zijn familie en bekenden: “…Ik geef nu mijn ziel, zonder angst, over aan mijn God…”, viel weg en pruttelde tot zijn laatste ademtocht meermaals: “Nunc dimittis Domine”; Heer, laat uw knecht in vrede gaan (Lukas 2:29).

Na zijn heengaan, prikkelt Jefferson nog steeds en misschien juist nu. Hij vreesde bij zijn aantreden als president op 4 maart 1801, vijfentwintig jaar na de Onafhankelijkheid, dat de Amerikanen in de politiek en in de opvoeding zouden afdwalen van de originele beginselen van de verwezenlijking van gerechtigheid voor alle mensen, ongeacht hun staat of overtuiging, religie of politiek.

“Mochten we daar in momenten van dwaling of angst van afwijken, laten we dan snel terugkeren en de weg hervinden die alleen leidt naar vrede, vrijheid en veiligheid.”

Jefferson was een man van geestelijke vrijheid en een pionier in individueel geloven. Dat hij prominent deel uitmaakte van een nieuwe maatschappij waarin slavernij normaal werd gevonden en ook de ongelijkheid tussen witte en zwarte mensen nauwelijks bevraagd leek te worden, blijft bij dit alles een opmerkelijk gegeven.

Edie Brouwer – kopie

Edie Brouwer

Edie Brouwer (1958) is de auteur van het onlangs verschenen boek Ik geloof het wel. Ik geloof het niet (Uitgeverij Van Warven; ISBN 978 94 …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.