Wie aftelt naar kerstmis houdt zich bewust met tijd bezig. Adventskalenders zijn hiervoor een mooi hulpmiddel – zelfs wanneer ze de weg naar kerstmis met chocolaatjes plaveien. Tegelijkertijd blijft de rol die tijd met kerstmis speelt ook vaak wat verborgen. Dit heeft ermee te maken dat kerstmis zo geïntegreerd is in het ritme van het jaar, en de jaren op zo’n vanzelfsprekende manier doortellen, dat nauwelijks voelbaar is dat de verhalen rondom het feest behoorlijk op losse schroeven zetten wat ‘tijd’ eigenlijk is. Dat kan forse gevolgen hebben: wie anders naar tijd gaat kijken, kan ook anders naar de wereld kijken. En wie anders naar de wereld kijkt, kan de wereld ook anders gaan inrichten. Hoe dit werkt, wordt duidelijk wanneer je naar de rol van tijd in de kerstevangelies kijkt – en naar de rol van tijd in het dagelijkse leven.

Tijd heeft iets verraderlijks. Het is namelijk vaak net zo onzichtbaar als dat het invloedrijk is. Tijd is onzichtbaar omdat iedereen de dag in vierentwintig uren, de week in zeven dagen indeelt, en jaar twaalf maanden heeft en tussen 365 of 366 dagen heeft, en natuurlijk leven we in het jaar 2022. In Nederland zullen vrijwel alle mensen deze zin zonder probleem hebben kunnen beamen – behalve het laatste stukje. Als je Joods bent, bijvoorbeeld, zul je in het jaar 5783 leven, als Moslim toch al snel in het jaar 1433. Daarbij hebben deze beide tradities maanmaanden en een jaar van 354 dagen en er  zijn nog meer verschillen. Deze voorbeelden laten zien hoe cultureel bepaald ook tijdsrekening is. Je zult dit vooral merken wanneer je zelf tot een culturele of religieuze minderheid behoort. Je leeft dan als het ware in twee tijden tegelijk: de tijdsrekening van de maatschappij als geheel en die van je eigen traditie. En dat maakt weer invoelbaar dat tijdsrekening en identiteit nauw met elkaar verbonden zijn. De tijdsrekening wordt door een bepaalde groep of instantie bepaalt. Wie bepaalt of je nu vanaf de schepping, de geboorte van de Messias, de verhuizing van Mohammed van Mekka naar Medina, of, zoals de Romeinen, vanaf de stichting van de stad Rome, de jaren telt, bepaalt ook welke soort tijd de identiteit van je land, volk, of traditie bepaalt. En dat heeft natuurlijk weer alles met macht te maken.

Het net genoemde voorbeeld van de jaartelling van Rome roept de vraag op hoe tijd geteld werd ten tijde van Jezus. Als systematiek kende de Romeinse wereld een paar mogelijkheden, zoals het tellen vanaf de stichting van de stad Rome, jaren aanduiden door te vermelden wie er consuls waren, of het aangeven van het regeringsjaar van een keizer. Een goed voorbeeld hiervan valt te vinden in het Evangelie volgens Lukas:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Annas en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias. (Lukas 3,1-2, NBV21)

Deze opsomming laat zien van wie de tijd is en wie er dus ook bepaalt wat er in die tijd kan gebeuren. Het is de tijd van het imperium Romanum en de aan hem ondergeschikte machthebbers. Als dit het soort tijd is waarin Jezus geboren wordt en de evangelies geschreven werden, is ook duidelijk wie er de tijd en daarmee de inrichting van de wereld bepaalde.

Wanneer Jezus in dit soort tijd geboren wordt, is het de vraag welke rol tijd in zijn leven zal spelen. Interessant is dan dat Jezus’ verkondiging in deze context ook met een verwijzing naar tijd begint: “De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en geloof dit goede nieuws.” (Marcus 1,15; NBV21). Jezus voert hier als het ware een nieuwe tijdsrekening in. Het verschil met de gebruikelijke imperiale tijdsrekening is groot. In Jezus’ woorden staat Gods toekomst centraal, iets waar je als mens naartoe kunt leven. Het is een tijd die ruimte zo schept voor verandering, voor omkeer, bijvoorbeeld, en een nieuw leven. Daarmee is deze tijd heel anders georiënteerd dan die van het Romeinse rijk, gericht als die is op het verleden (de stichting van de stad) of op de status quo, zoals tellen in regeringsjaren suggereert. Deze andere opvatting van tijd heeft gevolgen. Jezus’ bevrijdende, helende omgang met mensen aan de rand van de maatschappij laat iets zien van de kwaliteit van leven en samenleven die mogelijk wordt door je te laten bepalen door Gods toekomst, in plaats van door het verleden of heden van “the powers that are”.

Zo bekeken is tijd een ontzettend belangrijke dimensie van het vieren van kerstmis: het is het begin van een nieuwe tijd met alle gevolgen van dien. Een nieuwe kijk op tijd laat je de vraag stellen door welke vorm van tijd je je zelf laat bepalen, tot wat die je verplicht, en hoe het ook anders zou kunnen. Het aftellen naar kerstmis toe nodigt dan ook uit om ook na het feest tijd bewust te gaan tellen, gericht op een toekomst waarin vreemden naasten, en vijanden vrienden kunnen worden, bijvoorbeeld. En waarin niets hoeft te blijven zoals het altijd was, of nu toevallig is.

De liturgische traditie heeft de toekomstverwachting van kerstmis en de advent bewaard. In het volgende gebed uit de oud-katholieke traditie is de verwachting van Gods toekomst (en niet alleen de geboorte van een lief kind in de kribbe) duidelijk hoorbaar:

“Wek op uw kracht, Heer, en kom!
Bekeer onze harten
om voor uw Eniggeborene de wegen te bereiden,
opdat wij hem tegemoet gaan
die de zonden der wereld wegneemt:
onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U in de eenheid van de Heilige Geest
leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.”

(Oud-Katholiek Kerkboek, 19)

Pieter-Ben Smit

Peter-Ben Smit

Hoogleraar

Peter-Ben Smit is hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar vanwege het …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.