De confrontatie met het menselijk leed en de trauma’s was voor mij reden om sinds het verschijnen op 26 februari jl. elke dag achttien pagina’s te lezen van het 584 pagina’s dikke rapport. Ik postte daarnaast elke dag op LinkedIn wat ik had gelezen: enkele citaten, een parafrasering en soms een kritische vraag of opmerking.

Op Goede Vrijdag 2024 las ik de laatste pagina’s en postte ik mijn laatste bericht over dit rapport op LinkedIn met de belofte om het rapport te laten bezinken en mijn gedachten erover op papier te zetten. Daarna werd het stil.

Maar stil mag het niet blijven. Dit rapport mag niet het laatste woord hebben. Er zijn minstens twee onderwerpen die roepen om een vervolg. Deze twee onderwerpen wil ik met u delen. Het is een oproep aan ons als maatschappij en samenleving.

In de eerste plaats wil ik de focus richten op de financiële genoegdoening aan gedupeerde ouders en de gedupeerde kinderen. Het is uitermate terecht dat hard gewerkt wordt aan financiële genoegdoening. Dat gaat traag en dat gaat met haken en ogen. Beide rapporten geven duidelijke redenen om hard te werken als overheid aan financiële genoegdoening.

Financiële genoegdoening is echter een eerste stap. Voor sommige gedupeerde ouders en gedupeerde kinderen is dit mogelijk genoeg. Als dit voor gedupeerde ouders en gedupeerde kinderen niet voldoende is, kan ik mij daar alles bij voorstellen. De trauma’s die geslagen zijn, roepen om een gedegen weefsel van traumaverwerking om deze mensen heen.

Ik roep dan ook het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op om actief bij te dragen aan  een gedegen weefsel van traumaverwerking voor gedupeerde ouders en gedupeerde kinderen. Mogelijk kunt u meteen het hele zorgsysteem tegen het licht houden, zodat ook andere schandalen en misdaden in ons zorgsysteem adequaat een halt worden toegeroepen.

In de tweede plaats wil ik de focus richten op de juridische verenging die naar mijn idee in het rapport Blind voor mens en recht is geslopen. In het onderzoeksvoorstel voor dit rapport wordt aangegeven dat er een klankbordgroep moet komen met daarin vertegenwoordigers van diverse disciplines. Uiteindelijk zitten er in de klankbordgroep bijna alleen maar juristen. Daarnaast wordt de hoofdvraag van dit rapport over hoe dit schandaal kon gebeuren voornamelijk op een juridische manier onderzocht. Zo heeft de wetgever zijn taken niet goed genoeg uitgevoerd, heeft de uitvoerende macht de wetten te strikt uitgevoerd en is de rechterlijke macht te volgzaam geweest.

Op zich zijn er logische stappen gezet middels beide rapporten. Zo is het logisch om eerst te kijken naar wat er gebeurd is en om daarna te kijken naar welke wetten er overtreden zijn of in dit geval niet goed uitgevoerd zijn.

Zeer pijnlijk is de conclusie, die ik wel moest maken toen ik het rapport Blind voor mens en recht las, dat de wet niet zo strikt uitgevoerd had hoeven worden. Dat er ruimte in de wet was voor de menselijke maat en dat dus deze hele affaire, dit schandaal, niet had hoeven gebeuren.

Dit laatste maakt de vraag prangend welke waarden achter het gedrag zitten om zo strikt de wetten toe te passen. Welke waarden liggen achter het falende gedrag van de wetgevende macht? Welke waarden liggen achter het falende gedrag van de uitvoerende macht? Welke waarden liggen achter het falende gedrag van de rechterlijke macht? Sterker nog, welke waarden liggen achter het gedrag van ons als maatschappij en samenleving om niet naast onze familieleden, buren en vrienden te blijven staan?

Wie nadenkt over de waarden achter bepaald gedrag, komt uit bij een Moreel Beraad. Een moreel beraad is een bijeenkomst, waarbij verschillende disciplines worden uitgenodigd om een ingewikkelde situatie te bespreken. Waarbij met name de waarden, die spelen en ons gedrag kunnen bepalen, tegen het licht worden gehouden.

Ik roep dan ook specifiek de regering en het parlement op om actief een landelijk Moreel Beraad te organiseren, waarbij de grootst mogelijke diversiteit aan disciplines aanschuiven. Daarbij denk ik aan geestelijk verzorgers voor wie een moreel beraad tot de corebusiness behoord. Daarbij denk ik aan psychologen, sociologen en noem maar op welke discipline. Maar zeker niet alleen juristen.

Wie vooral niet vergeten mogen worden in dit landelijk Moreel Beraad zijn de gedupeerde ouders en gedupeerde kinderen zelf. Zij dienen, als ze dat willen en kunnen en desnoods met ondersteuning en bijstand, altijd bij een dergelijk Moreel Beraad aanwezig te kunnen zijn. Het gaat namelijk om deze mensen. Het gaat om mensen. Laten we dat nooit vergeten.

GroenLinks-Gelderland-Susanna-Kamminga-555×555

Susanna Kamminga

Jurist en geestelijk verzorger

Susanna Kamminga is jurist en geestelijk verzorger. Zij heeft van 2004 tot en met 2010 gewerkt bij het Openbaar Ministerie. Van 2010 tot en …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.