Toen ik een tiener was, verbraken we het vasten rond vijf uur (zoals dat ook over een paar jaar zal zijn). En zoals elke tiener wilde ik erbij horen en dan was die ramadan maar raar. En ergens had ik het gevoel dat niemand mocht zien dat ik vastte. Dus pakte ik snel één dadel of een koekje en at dat snel op. Stiekem. Alsof het iets was wat niet gezien mocht worden.

Natuurlijk waren er wel anderen die ook vastten. We herkenden elkaar. Een knikje hier, een haastig toegeschoven hapje onder de tafel, daar. Een stille verstandhouding. Maar open was het niet en vrij al helemaal niet.

Als ik daarop terugkijk, voel ik hoe eenzaam dat eigenlijk was. Niet omdat ik alleen was. Maar omdat ik mezelf en de ramadan kleiner maakte dan nodig was. Wat een verschil en verademing met nu. Mijn tienerdochter beleeft haar ramadan in de openheid, inclusief een jaarlijkse schooliftar.

Ramadan heeft steeds meer een zichtbare plek gekregen in de samenleving. En misschien is het mijn eigen ontwikkeling, maar ieder jaar richt ik mijn leven bewuster in rondom deze maand. Mijn agenda wordt lichter. Mijn dagritme verschuift. Ik sta vroeg op voor het fajr-gebed en souhour. Leven tussen zonsopgang en zonsondergang krijgt tijd een andere betekenis. Mijn avonden na het magreb- gebed staan in het teken van afschakelen en innerlijke verdieping.

Het is grappig dat iedereen altijd dringt bij het vastleggen van de zonsopgang en ondergang. Maar in de ramadan beleef je ze. Het zijn geen plaatjes voor op je telefoon, het zijn ankerpunten in je dag. Momenten van bezinning. Momenten waarop je lijf langzaam rustiger wordt. Alsof je systeem begrijpt: dit is hoe het ook kan. Minder rennen en meer zijn. Zo hoort het.

En toch schuurt het. Want hoe vertraag je in een wereld die doordendert? Mijn intenties zijn ieder jaar helder. Meer rust, reflectie en minder ruis. Maar het leven blijft trekken. Mailtjes, afspraken, verantwoordelijkheden gaan gewoon door.

Misschien is dat wel waarom het woord vrijheid deze ramadan zo bij me past. Vrijheid om mijn dag anders in te delen. Vrijheid om unapologetically mijn zogeheten out-of-office aan te zetten. Vrijheid om te zeggen: in deze maand doe ik het rustiger aan. Waar ik vroeger mijn ramadan beleefde in de luwte, laat ik haar nu zichtbaar zijn. Niet luid. Maar wel aanwezig.

En ja, er is tegengeluid. Geboren uit angst van mensen die niet willen verbinden. Alsof zichtbaarheid van het één automatisch het verdwijnen van het ander betekent. Maar de Ramadan was er altijd al. Alleen zien we haar nu beter. Dat de commercie daar iets in ziet, zegt meer over marktwerking dan over een masterplan om Nederland te islamiseren. No worries.

Wat ik zie, zijn gezamenlijke iftars die bruggen zijn geworden. Tafels waar mensen van verschillende achtergronden samenkomen. Samen eten is altijd al een vorm van verbinding geweest. Maar tijdens het verbreken van het vasten krijgt dat iets extra’s. Een collectief moment van vertraging. Een paar seconden waarin iedereen wacht. Luistert. Proeft en aanwezig is.

Misschien is dat de echte verschuiving. Dat wat ooit iets was wat ik in stilte deed, nu iets is wat in stilte én samen mag bestaan. Dat ik mezelf niet meer hoef te verbergen in een snelle hap onder de tafel. Dat ik ruimte mag innemen zonder iemand anders ruimte te ontnemen.

Ramadan leert me ieder jaar opnieuw dat stilte geen afzondering hoeft te zijn. Soms is stilte juist de plek waar verbinding begint.

Halima-kl-VoorWebgebruik-10 – kopie

Halima el Hajoui-Özen

Halima el Hajoui-Özen is oprichter van de Inclusiefabriek en een ervaren journalist, trainer en diversiteitsadviseur. Met haar werk richt …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.