Goede en toegankelijke voorlichting is bij die verleidingskunst van de overheid cruciaal belang. Daarbij moet zoveel mogelijk het wat ik maar ‘dictatuursargument’ noem worden ontkracht. De overheid zou totalitaire trekjes krijgen met haar inbreuk op de integriteit van het lichaam.  Ook al ga je in de publieke discussie wijselijk voorbij aan ‘the Great Reset’, ‘Bill Gates’ en andere samenzweringstheorieën, het sterke anti-overheidssentiment dat de anti-vax beweging voedt en twijfelaars thuishoudt wordt moreel en politiek gelegitimeerd door een beroep op artikel 11 van de Grondwet, “het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam”. Een respectabel artikel. Maar toch.

Het wordt tijd daarnaast nadrukkelijker op de zorgplicht van de overheid te wijzen en op haar grondwettelijke taak naar vermogen “maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid” (Art 22.1). Artikel 11 moet afgewogen worden tegen artikel 22. Mijn inschatting is dat de mogelijkheid om ons vrij te bewegen in een open samenleving beter is gegarandeerd bij een overheid die actief en krachtig aandringt op een zo groot mogelijke vaccinatiegraad, dan bij een laissez-faire overheid die het al dan niet vaccineren helemaal aan de keuzevrijheid van individuele burgers overlaat.

Het beroep op de volksgezondheid heeft al een lange staat van dienst. In een aantal gevallen is een invasieve inmenging in ons lichaam ook in het geding. Het argument is bijvoorbeeld doorslaggevend bij het Rijksvaccinatieprogramma van de overheid, waarmee we onze kinderen vanaf dat ze drie maanden zijn tot hun veertiende meerdere keren laten inenten om hen te beschermen tegen twaalf ernstige infectieziekten. Waarom zouden we de samenleving willen sparen voor onder meer de bof, mazelen, rodehond, difterie, kinkhoest, polio, tetanus, pneumokokken, meningokokken en niet voor Covid-19? Een vaccinatiegraad van 95 procent (nu helaas gezakt tot 90 procent) bleek voldoende om in het naoorlogse Nederland groepsimmuniteit op te bouwen. Zo beschermen we onszelf, onze kinderen en kwetsbare mensen in onze omgeving, en zorgen we ervoor dat de infectieziekten zich niet kunnen verspreiden. We stellen onze gevaccineerde kinderen collectief in staat om zich te ontplooien tot vrije individuen in een open samenleving.

bathroom-black-and-white-blur-chrome

Vrijheid, zeker in verband met onze gezondheid, is dus nooit alleen het effect van individuele keuzes, maar het resultaat van gezamenlijke inspanning. Je bent ook echt niet zo vrij als een vogeltje als je ’s nachts in je eentje door een no go area loopt; daar heb je een veilige omgeving voor nodig. Dat geldt ook in de post-coronasamenleving, waar met z’n allen naar snakken. “We prikken ons naar de vrijheid”, hoorde ik iemand zeggen. Zo is het. Als 95 procent van de bevolking is gevaccineerd kan alles weer open, ook de nachtclub. De weigeraars mogen dan gratis meeprofiteren.

Ik verwijs naar nog een andere verworvenheid uit de geschiedenis van de volksgezondheid. Het Rijksvaccinatieprogramma vormde een logische, volgende stap op dé grote negentiende-eeuwse overwinning op het gebied van de volksgezondheid: riolering en (dieper in je lichaam kun je niet doordringen) schoon drinkwater uit de kraan. Voor onze overgrootouders een revolutie, voor ons vandaag een vanzelfsprekendheid. De overheid belt niet aan bij de individuele burger of hij wel riolering wil en een aansluiting op de waterleiding. Er zijn altijd zonderlingen die dat weigeren. Maar ze ontkomen niet aan het betalen van belasting voor die nutsvoorzieningen. Zo zou het in de toekomst ook best eens kunnen gaan met een corona-vaccin. Als vast zou staan – en wellicht gaat dat ooit gebeuren – dat zulke vaccins 100 procent veilig zijn, mogen ze wat mij betreft aan het drinkwater worden toegevoegd.

Met zo’n boude stelling moet ik wel voorzichtig zijn. Maar de vergelijking met drinkwater kan ons in de huidige discussie over vaccinatieplicht in meerdere opzichten helpen. Na een positief advies van de gezondheidsraad besloten gemeenten en drinkwaterbedrijven vanaf 1960 dat toevoeging van fluoride aan drinkwater een significante verbetering van ons gebit opleverde. Bij een kwart van de Nederlanders kwam in 1968 met fluor verrijkt water uit de kraan. Men kwam er, na een maatschappelijke discussie, toch op terug. Er zijn meerdere landen waar het nog steeds gebeurt. Vanaf 1976 zit er geen toegevoegde fluoride meer in ons drinkwater. Er bleken onvoorziene bijwerkingen: het aantal Nederlanders met gezondheidsklachten, zoals migraine, darm- en maagklachten en depressies was sinds de fluoridering in acht jaar met 5 procent gestegen. Nader onderzoek leerde dat fluor misschien goed werkt tegen gaatjes, maar dat het bij hoge doseringen wellicht zelfs schadelijk kan zijn voor de hersenontwikkeling van kinderen. De enige fluoride in ons drinkwater vandaag komt uit onze eigen tandpasta.

De les die we kunnen trekken is volgens mij dubbel. In de eerste plaats: als we met generieke overheidsmaatregelen desastreuze gezondheidsellende buiten de deur kunnen houden, moeten we met een beroep op de Grondwet art. 22.1 niet nalaten dat te doen. Kijk naar het riool, kijk naar de drinkwatervoorziening, kijk naar het Rijksvaccinatieprogramma. Maar vervolgens: als en zolang er ook maar een greintje twijfel is over de eventueel negatieve bijeffecten van zulke maatregelen, moeten we ze niet doorvoeren. Kijk naar de fluor.

Concluderend: dus geen vaccinatieplicht. Maar mag de overheid dan wel twijfelaars verleiden om zich toch te laten prikken? Ja, burgers testen met hun prikbereidheid nog verder de bewezen maatschappelijke effectiviteit en de uiterst geringe schadelijkheid van de beschikbare vaccins. Zo dragen ze bij aan de vervolmaking ervan. En als die vaccins dan eenmaal perfect zijn – let wel: alleen dan! – mogen ze wat mij betreft in het drinkwater.

Frits-de-Lange

Frits de Lange

Theoloog en schrijver

Frits de Lange (1955) is theoloog en schrijver en was tot 2021 hoogleraar Ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.