Iedereen heeft wel eens genoten van de heerlijke Surinaamse keuken, met bekende gerechten zoals roti, bakkeljauw, en saoto-soep, en de meesten weten iets te vertellen over de viering van Keti Koti en de Decembermoorden van 1982, maar daar blijft de kennis vaak bij steken.
Gelukkig staat de kunst niet stil en zijn er nu verschillende tentoonstellingen die ons de gelegenheid geven Suriname beter te leren kennen. Zoals hieronder opgesomd, staan al deze tentoonstellingen in het teken van de recente viering van het vijftigjarig bestaan van de Surinaamse onafhankelijkheid en zijn stuk voor stuk uitzonderlijk goed en leerzaam:
-
- Wereldmuseum (Amsterdam) – Onze koloniale erfenis
- Museum Beelden Aan Zee (Scheveningen) – Erwin de Vries, vormen van vrijheid
- Suriname Museum (Amsterdam) – Ervaar de geschiedenis van Suriname & Nederland
- Slot Zeist (Zeist) – Zwarte Pracht
- Museum Cobra (Amstelveen) – Wi Sranan. Surinaamse kunst in beweging
Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft geen aparte tentoonstelling over Suriname, maar heeft wel een zaal op de begane grond gewijd aan Anton de Kom (1898–1945), de bekende antikoloniale schrijver, activist en verzetsheld, die uiteindelijk in 1945 overleed in een concentratiekamp in Duitsland.
Er zijn ongetwijfeld meer tentoonstellingen over Suriname in Nederland, maar deze springen er voor mij uit.
Het pas geopende Suriname Museum is een absolute aanrader voor iedereen die nieuwsgierig is naar het huidige Suriname en onze koloniale geschiedenis. Het museum neemt je mee op een indrukwekkende reis, van de oorspronkelijke Amazonebewoners tot nu, met prachtige historische beelden en korte documentaires die je echt bijblijven. Zoals de Joodse gemeenschap die na de inquisitie in Portugal via Oost-Brazilië in Suriname terechtkwam, en Nederlandse contractarbeiders die de plantageomstandigheden zo zwaar vonden dat velen van hen snel terugkeerden naar Nederland.
De overzichtstentoonstelling over onze koloniale erfenis in het Wereldmuseum gaat niet alleen over Suriname, maar laat heel goed zien hoe onze Nederlandse rijkdom is opgebouwd door slavernij, het onder dwang verbouwen van grondstoffen zoals suiker, koffie, cacao en tropisch hout, en de massale onderdrukking van inheemse volkeren. Tegelijkertijd toont de tentoonstelling hoe slaven en andere onderdrukte gemeenschappen erin slaagden te overleven en hun leven vorm te geven onder het koloniaal bewind.
De tentoonstelling in Scheveningen over het expressief-figuratief werk van de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries (1929–2018) is zonder meer ook een aanrader. Erwin de Vries is bij het grote publiek vooral bekend om het Nationaal Slavernijmonument van 2002 in het Amsterdamse Oosterpark dat de slachtoffers van de slavernij op een prachtige manier eert en vrijheid symboliseert, en Museum Beelden aan Zee biedt ons nu een unieke kans om zijn kleurrijke en expressieve oeuvre verder te ontdekken binnen de context van vijftig jaar Surinaamse onafhankelijkheid.
De tentoonstelling “Zwarte Pracht” in Slot Zeist laat de kracht en veelzijdigheid zien van Surinaamse en Caribische kunst tussen 1960 en 2025. Met maar liefst honderd pareltjes uit de collectie van Michiel van Kempen biedt de tentoonstelling een unieke kans om de rijke kunst uit Suriname in al zijn facetten te ontdekken.
Ons Suriname in Museum Cobra
Tot slot, en zeker ook omdat ik als vrijwilliger bij Museum Cobra werk, raad ik iedereen aan de tentoonstelling van gastcurator Noukhey Forster te bezoeken, zie de foto’s in dit artikel. Met Wi Sranan, ‘Ons Suriname’ in het Creools, toont Museum Cobra tot 1 maart 2026 in een rijke mix van verschillende media de koloniale geschiedenis van Suriname (1667-1975), de strijd en transformatie die vijftig jaar geleden met de onafhankelijkheid gepaard gingen, en een vooruitstrevende visie op vrijheid, identiteit en de toekomst.
Wat ik zelf het meest indrukwekkend vind, is hoe de werken de buitengewone culturele diversiteit van Suriname weerspiegelen. Van het erfgoed van de inheemse bevolking en de nakomelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen, waaronder de Marrons die van de plantages ontsnapten en onafhankelijke gemeenschappen in het regenwoud stichtten met rijke culturele tradities, tot de golven van contractarbeiders uit India, Java (Indonesië) en China die na de afschaffing van de slavernij in 1863 arriveerden.
Voor mij is deze tentoonstelling niet alleen een viering van de onafhankelijkheid, maar ook een eerbetoon aan het multiculturele erfgoed dat Suriname uniek maakt. Mijn favorieten als kenner en verzamelaar van hedendaagse kunst zijn de werken van Remy Jungerman, Iris Kensmil, Patricia Kaersenhout, Marcel Pinas en Sara Blokland. Laat je echter niet beïnvloeden en ga vooral zelf kijken. Alle 24 geselecteerde kunstenaars geven een eigen stem aan het verhaal van Suriname, van herinnering en ritueel tot experiment en avant-garde!
Het nabije verleden van slavernij en het heden van kolonialisme
Wat mij ook is bijgebleven van deze tentoonstellingen, is dat ons verleden van slavernij helemaal niet zo lang geleden heeft plaatsgevonden. De grootouders van mijn grootouders zouden als slaaf geboren zijn geweest als mijn voorouders destijds door de schepen van de West-Indische Compagnie naar Suriname waren vervoerd. Vincent van Gogh (1853-1890), die wij allemaal beschouwen als een kunstenaar die niet zo lang geleden heeft geleefd, werd bijvoorbeeld geboren vóór de afschaffing van de slavernij in 1863.
Kijkend naar al die werken over ons koloniaal verleden, moet ik ook telkens denken aan wat zich nu afspeelt in Gaza en de Westbank. Palestijnen zijn niet vastgeketend, maar hun dagelijks leven onder het Israëlisch bewind is in veel opzichten net zo onmenselijk als dat van de slaven onder het bewind van onze eigen koloniale voorouders.
Al deze tentoonstellingen over Suriname laten ons uiteindelijk ook zien dat het verleden in het heden weerklinkt en dat de strijd tegen onderdrukking overal ter wereld voortduurt.

Laat ik helder zijn: het overzicht van Eric van ’t Hoff is interessant, maar de vermeende overeenkomst tussen het Israëlisch-Palestijnse conflict en het koloniale verleden van Suriname en Nederland ontgaat mij volledig. Wat er in Palestina gebeurt is verschrikkelijk, maar mijn afschuw daarover staat los van de slavernijgeschiedenis van mijn voorouders in Suriname. De ontmenselijking van mijn voorouders is niet van dezelfde orde als die van Gaza (of van de Holocaust); de gemakkelijke vergelijking met Gaza vind ik daarom ongepast. De tentoonstellingen, zoals de schrijver zelf aangeeft, belichten de culturele diversiteit van Suriname en gaan niet over de onderdrukten van deze wereld.
Ik ben geen kunstexpert, maar wanneer ik zulke tentoonstellingen bezoek, voel ik een onderstroom die niet-gekoloniseerde volkeren niet kennen: een onverzettelijke zoektocht en een vurige drang om unapologetic te laten zien en te framen wie we werkelijk zijn. Het gaat dus niet alleen om leed en onderdrukking, maar ook om de weg naar vrijheid en zelfrealisatie. Ik hoop dat ook witte bezoekers dit zullen zien en ervaren.