In elk cliché schuilt waarheid. Is deze stelling voldoende cliché en waar om een terugblik te rechtvaardigen? Meer dan over waarheidsgehalte, gaat terugkijken en beschouwen over waarde. Wat was waardevol in het voorbije jaar? Wie weet lichten mijn antwoorden op als sterren, aan de onmeetbare hemel die we delen.
Ik leerde deze zomer op Buitenkunst podcasts maken. Toen me gevraagd werd wat ik miste, vertelde ik over besneeuwde bergen en de naïviteit waarmee ik als kind over hun flanken gleed. Ik droeg als achtjarige wel de Greenpeace-slogan No time to waste op mijn borst, maar toch kon ik niet bevroeden dat die sneeuw voor mijn eigen kind al gesmolten zou zijn. Deze week kreeg een uitgemergelde ijsbeer amper respons op Facebook. Liet ik me vangen door een AI-beeld? Hadden de algoritmes geen idee hoe munt te slaan uit het arme beest? In ieder geval haper ik tegen het eind van dit bewogen jaar vaak bij duistere tekenen aan de wand. Dan voelt het onafwendbaar: we zijn voorbij het kantelpunt gestruikeld, wij onnozele, bloeddorstige, egocentrische, blind consumerende, wegkijkende mensdieren. We hebben zoveel onherroepelijk kapotgemaakt.
Maar 2025, het jaar waarin ik terugkeerde naar mijn eerste liefde, was ook een bron van vreugde en verbinding. Ook al is die liefde een prachtige stad van kastelen, rebellen, rivieren en studentenkoten, terugkeren naar het object van je meest geïdealiseerde herinneringen is nooit zonder risico. En toch. Zelfs zachte motregen in mijn gezicht voelt als een manier waarop Gent me weer welkom heet na vijftien jaar afwezigheid. Tegelijkertijd vertellen deze druppels dat ook hier de winter zorgwekkend mild is. En de kille aanval op de kritische stemmen en meest kwetsbare leden van de samenleving spaart mijn geliefde stad niet. De medeplichtigheid van zogenaamd progressieve politici in deze afbraakpolitiek maakt me misselijk.
Alles van waarde is weerloos. Luceberts bekende frase hangt nog steeds aan de gevel van café Trefpunt bij Sint-Jacobs. Ik denk vaak aan zijn andere bekende woorden, dat we slechts broodkruimels zijn op de rok van het universum. Ik tracht op poëtische wijze, de openingsregels van het titelloze gedicht, vormen een levensmotto. Maar de poëzie in onze blik bewaren is nogal een opdracht in beklemmende tijden. De poëzie verdwijnt als we enkel oog hebben voor medeplichtige politiekers en graatmagere ijsberen op het droge, als we niet voorbij nazisympathieën uit de zondige jeugd van dichters geraken. Zelfs kruimeltjes van relativeringsvermogen worden meegesleurd door een lawine van angst op kale flanken. Dat is geen poëzie, maar drama.
Kan je ooit op gerechtigde wijze het leven in de steden in de Randstad vergelijken met leven in Gent? Alle vergelijkingen zijn subjectief en vallen als vanzelf het gunstigst uit voor de gemaakte keuze, die vooral een antwoord is op waar we ons kind willen laten opgroeien. Je thuis voelen, intuïtief aanvoelen dat je hart bedaart omdat het klopt waar het klopt, is een zintuiglijk proces dat niet in rationele analyses te vangen valt.
De grootste garantie op thuiskomen en eindelijk aarden, ligt voor mij in het omarmen van de diversiteit die deze stad te bieden heeft. Ik leef in het volle besef dat we elkaar nodig hebben, dat we allen steentjes bij te dragen hebben en muren te slopen. Deze zoektocht naar voedende meerstemmigheid kleurt ook onze feestdagen. Onze families leven verspreid. Elke december worden we uitgenodigd om stil te staan bij wie verwant voelt en wiens gezelschap warmte brengt. Vorig jaar brachten we een kerstdag door bij Pahud, het asielbuurtcentrum in Overvecht. Dit jaar kwamen nieuwe vragen: welke elementen bewaren we uit Nederlandse tradities, wat plukken we uit de Belgische?
In Vlaanderen trekt de Sint op zijn schimmel Slecht-Weer-Vandaag over de daken. Piet klautert via schoorstenen naar beneden, vist biertjes uit de laarzen en strooit cadeaus en snoepgoed in woonkamers. Jonge kinderen slapen die nacht slecht, want de verrassingen van Sinterklaas worden bij het opstaan aangetroffen. Aangezien ons zoontje in november besefte dat de heiligman al eeuwen geleden stierf, besloten we zijn nagedachtenis met een Nederlandse Pakjesavond te vieren. Onze Palestijnse gast kwam met het allergrootste cadeau aan: een space ship van Lego dat doet dromen over kennismaken met buitenaards leven. Ook schonk hij een Syrische taart: een vervaarlijk lillende toren van luchtig biscuit en slagroom, met glanzend karamel bestreken. Onze maag was vol, dus voorzichtig verhuisden we de taart een avond later naar Nederlandse vrienden in Gent die ons hadden uitgenodigd. Ook zij hadden de cadeaus in de avond uitgepakt.
Ik voelde opluchting na het vertrek van die baardige snuiter. Eindelijk kon ik mijn zoontje uitleggen hoe zijn knechten ingezet werden in de Nederlandse militariseringscampagne. Net als discussies over of je kerststallen met abstracte figuren kan vullen, worden de pieten en hun vermeende huidskleur een pion in een politiek steekspel. Deze verhitte gesprekken tonen hoeveel angst er leeft voor wie anders is. Het is bizar welke gekke kronkels mensen maken om de vervreemding in hun ziel uit de weg te gaan.
Openstaan voor verhalen die levens tekenen, nieuwsgierig zijn naar wat voor anderen van weerloze waarde is: dit geeft gloed aan winterdagen. Het bezoek aan de schreeuwerige kerstmarkt in het centrum, met uitgemolken rendieren en vadsige kerstmannen, leidde tot overprikkeld gekibbel. Op de lokale kerstmarkt in een voormalige kerk daarentegen, kregen we in ruil voor een glimlach nieuwe smaken aangeboden: er waren naast traditioneel Vlaamse ook Turkse, Bulgaarse en Afghaanse lekkernijen. We werden verliefd op de subtiele keramiek van Saadia. Bij haar kraam tikte een vriendin uit een vorig leven me op de schouder. Of ze met haar gezin op oudejaarsavond welkom bij ons was? Uiteraard was het antwoord een volmondige ‘ja’.
Op kerstavond gaat het Palestijnse koppel Ghassan en Lamis een buffet verzorgen voor zo’n dertig tafelgasten. Die avond vindt plaats bij Timelab, de plek die deze herfst mijn uitvalsbasis werd. Op een buitenmuur wordt de Japanse duizendknoop een ’toekomstige compagnon’ genoemd. Je kan deze plant verguizen en een invasieve soort noemen. Maar bij Timelab worden nieuwe mogelijkheden onderzocht, bijvoorbeeld om de plant als biomateriaal te gebruiken om vergankelijke objecten mee te printen. Op kerstavond zullen we bingo spelen, waarbij je kans maakt op wat de ander nauw aan het hart ligt. Er is geen betere manier om feest te vieren dan vonkende verhalen vertellen die ons raken en vormen, te delen waar ons hart van huppelt en wat maakt dat regen op de huid als een welkomstgeschenk voelt.
In Vlaanderen schrijven kinderen voor de kerstvakantie begint een nieuwjaarsbrief op school. Deze blijft geheim tot nieuwjaarsdag. In veel families lezen de kinderen hun wensen aan hun ouders en andere familieleden voor. Ze krijgen in ruil een centje voor in het spaarvarken. Maar we vieren oud en nieuw al jaren met vrienden en drie van de vier grootouders kunnen hoogstens vanuit de sterren naar hun kleinkind luisteren. Toch zal het huis vol toehoorders zijn, uit meerdere landen en verschillende hoofdstukken van ons leven. Een verplicht nummer maakt geen feest. Nee, fonkelende dagen vieren we met mensen bij wie we ons thuis voelen.
Wie weet tik ik zo’n avond subtiel tegen mijn glas om een weetje te delen over het woord ‘medeplichtig’. In het Middelnederlands spraken we nog over een ‘medeplegher’, niet enkel een woord voor wie helpt bij een misdrijf, maar evengoed een bondgenoot, een compagnon voor de goede zaak. Samen plichten dragen, samen plegen, samen zijn. Samen tradities kneden die ons passen en die ruimte bieden voor verbeelding en verandering. Niet eindeloos halthouden bij duistere tekens aan de wand en onherstelbare kantelpunten, maar juist volop genieten van elkaar, van al die ongeneeslijk hoopvolle, slimme, rebelse, driftig tikkende en steeds weer knokkende, inventieve, warme mensdieren. Wie maakt van 2026 een medeplegend jaar?
Nu komt er een varkentje met een lange snuit en mijn nieuwjaarsbrief is uit.
