Tot voor kort maakte ik deel uit van een vitale leefgroep. Hoe vitaal de nieuwe leefgroep is, moet ik nog ontdekken. Van sommige mensen zeggen we dat zij vitaal zijn. Het betreft meestal oudere mensen. Vaak heeft het leven hen getekend. Dit is het gemakkelijkst te zien in hun gezicht. Een verweerd gezicht is prachtig om te zien. Verweerd door regen en zon, het zoute zeewater en de felheid van het hemellicht. Geraakt door emoties, door pijnlijke en blijde gebeurtenissen, door nederlagen en successen. Onze normen van wat lelijk en mooi is, veranderen erdoor. Wat we lelijk vonden, de kloven en littekens die het gezicht markeren, gaan fascineren. Dit is vooral aan de orde wanneer door deze ‘kieren’ en barsten vitaliteit naar buiten komt, een wil om te leven en om er iets mee te doen, er vorm aan te geven. We kunnen jonge mensen prachtig vinden, hun lenigheid, de gracieuze vormen van hun lijf, maar ze moeten het vaak afleggen tegen de meer innerlijke schoonheid van ouderen met hun geschiedenis, hun littekens, hun soms nog open wonden. Ze zijn geen onbeschreven blad meer.

We spreken ook over ‘vitale’ groepen, levendige bijeenkomsten, enthousiaste partijen, vitale gemeenschappen en communiteiten, levende christelijk groepen. Ze bestaan in alle vormen en maten. Ze worden niet altijd gezien, gerespecteerd, laat staan gewaardeerd. De vitaliteit spettert er niet altijd van af. Je kunt denken dat er slechts dood hout is. Je ziet misschien alleen wat oudere vrouwen en mannen. Vergeleken met bijvoorbeeld Taizé lijken andere plekken armoedig en doods. Toch kun je niet zo maar zeggen dat er van plekken met vele of zelfs uitsluitend oude mensen alleen maar of hoofdzakelijk negativiteit uitgaat. Een nieuw wij betekent niet dat deze uitsluitend uit jonge mensen moet bestaan. Zelfs als het duidelijk is dat een groep geen toekomst heeft en waarschijnlijk zal uitsterven, kan zij vitaal zijn.

Groepen hebben een geschiedenis. Deze kan zelf een deel van de vitaliteit uitmaken. De leden kunnen elkaar wijzen op de oorspronkelijke inspiratie die geleid heeft tot het ontstaan van de groep, op hoe deze inspiratie geleid heeft tot verschillende vormen van leven en werken. Men wil niet bij het verleden blijven staan, maar de geschiedenis inbrengen in het gebeuren hier en nu. Het verhaal van het verleden is geen lege bladzijde, maar nodigt uit tot verder schrijven. Een vitale communiteit is geen eenheidsworst, maar bestaat uit verschillende zelfstandige individuen die niet opgaan in een wij tegenover een zij, maar een band scheppen met anderen.

De vitaliteit van een ‘nieuw wij’ hangt mede af van zijn band met de samenleving. Is het uitzonderlijk dat er een vreemde op bezoek komt of hoort dit bij de gewone loop van de dingen? Vindt er een uitwisseling plaats met andere groepen en individuele mensen? Is er nog steeds een hartstochtelijk verlangen naar gerechtigheid? Wil men een bijdrage leveren aan de maatschappij? Durft men nieuwe wegen in te slaan? Wordt er onderling gesproken over een gezamenlijk voortgaan? Of heeft men zelf de moed opgegeven dat de groep iets te bieden heeft? De gezichten van de individuele leden en het gezicht van de groep als geheel kunnen glanzen. Zelfs als hun verdwijnen onvermijdelijk is, kunnen ze een lege ruimte achter laten die er om vraagt om op een nieuwe wijze gevuld te worden. Om Psalm 92 te citeren: “Nog in hun ouderdom maken zij nieuw lot”.

girl-512

André Lascaris

Dominicaan

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.