Postkoloniale feministen als Gloria Anzaldúa en Chela Sandoval spreken niet voor niets over ‘koloniale liefde’, een liefde die monddood maakt: door de ander te exotiseren (als mysterieuze ander), op een voetstuk te zetten (als heilige vrouw of seksuele projectie) of inferieur te maken (de ander als te emotioneel, te islamitisch, niet ‘Verlicht’ genoeg).

Koloniale liefde

Koloniale liefde líjkt voor iedereen te gelden, maar neemt de machthebber als norm: zijn fantasie staat centraal, zijn gevoel, zijn vragen, zijn denkkaders. ‘Dialoog’ vindt plaats onder zijn voorwaarde; empathie wordt vooral verwacht van de ander. Ga maar na, wie wordt in het publieke debat vooral opgeroepen begrip op te brengen? Rustig te blijven? Wie moeten continu afstand nemen van iedere vorm van geweld? Wie moeten bewijzen dat ze wel echt menselijk zijn? Islamofobe uitspraken van een witte man (Buma / Rutte) worden gedoogd, maar als een zwarte vrouw (Simons) de grondwet verdedigt is zij de kop van jut.

Zolang Sylvana Simons zich bezighield met muziek was ze geliefd (exotiserende liefde) maar toen ze het politieke domein betrad ging er een beerput open. En hoewel wit ‘progressief’ Nederland geen smakeloze racistische filmpjes postte, weigerden ook figuren als Arjan Lubach haar serieus te nemen: een subtielere vorm van uitsluiting, maar niet minder schadelijk.

Martin Luther King beschreef de dynamiek waarbij witte mensen zichzelf centreren en echte gelijkheid in de weg staan, heel scherp:

I have almost reached the regrettable conclusion that the Negro’s great stumbling block in his stride toward freedom is not the White Citizen’s Councilor or the Ku Klux Klanner, but the white moderate, who is more devoted to ‘order’ than to justice; who prefers a negative peace which is the absence of tension to a positive peace which is the presence of justice; who constantly says: ‘I agree with you in the goal you seek, but I cannot agree with your methods of direct action’; who paternalistically believes he can set the timetable for another man’s freedom; who lives by a mythical concept of time and who constantly advises the Negro to wait for a ‘more convenient season.’

Martin Luther King

Verandering onder voorwaarde van de witte ‘bondgenoot’, niet van de zwarte King. Als feministen van kleur, antiracisme- en moslimactivisten gelijkheid eisen – en de kaders van het gesprek meebepalen ­–  worden ze weggezet als boos en radicaal, hun eisen als te voorbarig. Maar voor wie? Anti-Zwarte Piet activisten kunnen niet op dezelfde empathie rekenen die van hen wel wordt gevraagd: toen Feyenoordsupporters onlangs de boel kort en klein sloegen in Rotterdam, streek de burgemeester over zijn hart, maar bij de anti-Zwarte Piet demonstraties was de fysieke aanwezigheid van activisten alleen al reden genoeg voor de Rotterdamse politie om erop in te slaan.

Dekoloniale liefde

Sandoval en Nelson Maldonado-Torres stellen tegenover deze ongelijkwaardige liefde een  ‘dekoloniale liefde’. Liefde die zowel een verlangen is ‘om de ander aan te raken, te voelen en te ontdekken’, als een vorm van woede (rage). Woede tegen het systeem dat precies dat contact onmogelijk maakt: omdat het gebaseerd is op ongelijkheid en onderdrukking. Het is een liefde met een sterk politiek bewustzijn, die daardoor niet zonder woede kán. Een liefde ook die de ervaringen van mensen in de marge centraal stelt en erop gericht is dat zíj verzet volhouden.

Mensen in geprivilegieerde posities, of ze nu wit zijn, man, heteroseksueel, hoogopgeleid, moeten de neiging onderdrukken zichzelf centraal te stellen

Wat kan deze ‘dekoloniale liefde’ betekenen in de Nederlandse context? Als witte vrouw ben ik niet het centrale subject hier. En dat is precies een belangrijk punt: dat mensen in geprivilegieerde posities – of ze nu wit zijn, man, heteroseksueel, hoogopgeleid, gezond etc. – de neiging leren onderdrukken zichzelf centraal te stellen. In discussies over islamofobie, racisme en slavernij  moeten witte mensen hun ‘ja-maar’ reflex eens uitzetten en de woede en kritiek van activisten van kleur serieus nemen. Want die woede is niets minder dan een teken van hoop: hoop op verandering, hoop dat het anders kán.

Tegelijk heeft deze dekoloniale liefde iets te zeggen over de interreligieuze dialoog als geheel. Net als ‘koloniale liefde’ –  die lijkt over een verinnerlijkte staat te gaan (liefde) maar gaat over macht  –  wordt ‘religie’ vaak los gedacht van politiek. Alsof religie alleen gaat over transcendentie en God. Alsof het Europees christendom niks te maken heeft (gehad) met kolonialisme. Goede religie, zo is de gedachte zou niks van doen moeten hebben met macht. Zo’n opvatting levert vertekende analyses op. Vooral in debatten over de positie van moslims in Europa.

Mensen met een religieus (christelijke) achtergrond denk bij dat onderwerp al snel: fijn, dat gaat over religie, daar weet ik wat van vanaf. Maar door die focus op religie ziet men de politieke dimensies die cruciaal zijn nauwelijks: racialisering van moslims, discriminatie op de arbeidsmarkt, etnisch profileren, geweld tegen vrouwen die een hoofddoek dragen, een hyperfocus op alles wat moslims doen, en de oriëntalistische/islamofobe geschiedenis van Europa zelf.

Blinde vlek

Die blinde vlek zie ik ook terug in de kerk. Te vaak worden stereotypen over ‘de Islam’ vanaf de kansel gereproduceerd (christendom = liefde, islam = geweld/politiek bijvoorbeeld). Of hoor ik gebeden over conflicten in het Midden-Oosten die door een ‘religiebril’ worden geduid. ‘Islam’ wordt over-gedefinieerd en de geopolitieke en economische context, wapenhandel, de rol van het Westen in de Midden-Oosten komen niet aan bod. Tegelijkertijd wordt het Europese christendom onder-gedefinieerd in haar rol in Westers kolonialisme en imperialisme.

De ‘verruwing’ van het debat over religieuze en culturele diversiteit is niet het probleem. Wel de inhoud ervan: normalisering van islamofobie en racisme. Voor woede van de kant van activisten zouden we niet zo bang moeten zijn: verandering gaat altijd gepaard met weerstand, niet met ‘fijne gevoelens’. Tegelijk erkennen Sandoval en Maldonado-Torres het verlangen ‘om de ander aan te raken, te voelen en te ontdekken’. Een verlangen ook dat onlosmakelijk verbonden is met verzet. Want een liefde die gelijkheid als voorwaarde heeft, terwijl witte mannen en (soms) vrouwen de voorwaarden van het gesprek bepalen, kan niet zonder woede die witte mensen uit het centrum duwt: alleen dan is echt contact mogelijk.

Vond u dit artikel waardevol?

Daar zijn we blij mee! Steun Stichting Nieuw Wij om nog meer kwaliteitscontent mogelijk te maken.

Matthea Westerduin

Matthea Westerduin

Historicus en Theoloog

Matthea Westerduin is als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Profiel-pagina
Al 10 reacties — praat mee.