Van huis uit heb ik een groot rechtvaardigheidsgevoel mee gekregen en het besef dat ik het getroffen heb met de plek van mijn wieg. Opkomen voor wie minder geluk heeft, me inzetten voor een betere wereld, dat zit er al van jongs af aan in. Ik trok mijn mond open bij klein onrecht op school, stond als tiener al te demonstreren voor het stadhuis van Epe en liep jarenlang met een button ‘Honger hoeft niet’.
Om een bijdrage te leveren aan het beëindigen van de honger in de wereld, ging ik in Wageningen Tropische Plantenteelt studeren. Al snel kwam ik erachter dat de oorzaak van honger niet zozeer ligt bij on-efficiënt boeren, maar bij het ongelijke spel op het wereldhandelstoneel én bij de vele conflicten in de wereld. De scheve verhoudingen in de wereld, dáár moest iets aan gebeuren. En zoals we nu weten, vergroot de klimaatcrisis die scheve verhoudingen nog verder.
Ooit werd ik afgewezen voor een functie omdat ze me te activistisch vonden, ze zagen mij geen constructieve gesprekken voeren met hoge kerkleiders. Grappig genoeg zat ik een paar jaar later met zo’n hoge kerkleider in Ethiopië om de tafel voor een andere organisatie. Ik werkte inmiddels in ontwikkelingssamenwerking en zette me in voor kinderen in moeilijke omstandigheden. Ik droeg bij aan internationale lobby én zorgde dat de gelden van de donateurs terecht kwamen bij projecten die direct ten goede kwamen aan de kinderen.
Toch weer de barricades op
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik bleef regelmatig de barricades opzoeken. Zo demonstreerde ik als student tegen de bezuinigingen op de basisbeurs en deed mee aan de grote vakbondsdemonstratie in 2004 met mijn zoon van toen 1 jaar in de rugdrager. Meer recent stond ik naast de A12 mijn man aan te moedigen die met XR de weg bezette en liep twee keer mee in de Rode Lijn demonstratie. En oh ja, bij die hele natte klimaatmars in maart 2019 was ik ook een van de 40.000 verregende demonstranten.
En nu, anno 2025, nu ik meer dan ooit de urgentie voel om mijn stem te laten horen voor een stevig klimaatbeleid, bleef ik thuis. Het was een flinke worsteling met mezelf om tot deze conclusie te komen, maar het paste gewoon niet. De dag ervoor en de dag erna had ik activiteiten waarmee ik bijdraag aan de samenleving waarin ik graag wil wonen. Activiteiten, waarin ik mijn unieke bijdrage kan leveren en die ik niet met ‘halve’ energie wil en kan doen.
Dat brengt me naar de vraag: Wanneer doe je genoeg? Moet je EN op de barricades staan EN werken aan je idealen met je handen in de modder EN je geld uitgeven aan de nieuwe economie (#stemmenmetjeportemonnee) EN groen stemmen EN…
In deze transitietijd zijn er allerlei soorten taken en rollen te vervullen. Het oude systeem moet worden afgebroken, het nieuwe opgebouwd. Er zijn mensen nodig die op de barricades staan en landbouwpioniers. Er zijn mensen nodig die die nieuwe wereld verwoorden en verbeelden en mensen die met hun handen bouwen aan die volhoudbare toekomst, die de gedroomde wereld voorleven. Het gaat er niet om dat een paar mensen alles doen, maar een heleboel mensen een beetje.
En toch zou ik het liefst aan alle acties mijn steentje bijdragen, maar dat kan nu eenmaal niet. Daarom ben ik ontzettend dankbaar dat op 26 oktober zoveel mensen daar mede namens mij liepen. Dat was op dat moment voor mij genoeg.

Doortje, wat een mooi en energiek stuk schreef jij! Het zal veel mensen inspireren, ik hoop ook de grote troep inactieven, die nooit meedoen!
T.H.