Een groep bestaande uit vooral jongeren blijft protesteren, waarbij de eisen die zij stellen aan de Marokkaanse overheid inmiddels flink zijn uitgebreid. Tot maandag 29 mei 2017 werd de beweging geleid door Nasser Zafzafi, maar die werd op die dag gearresteerd en zit in voorlopige hechtenis. De beweging heeft eisen op het gebied van politiek, economie, maatschappij, cultuur en bestuur.

De leider van de volksbeweging in de Rif, Nasser Zafzafi. Bron: De Nieuwe Maan (NTR). Bron: youtu.be

Eisenpakket

Vorige week is een delegatie van ministers in El Hoceima geweest, in een poging de gemoederen te bedaren. Er zijn toen toezeggingen gedaan, maar die gingen de demonstranten niet ver genoeg. Het is bij elkaar opgeteld een flink pakket aan eisen. Hieronder een samenvatting [1]:

Politieke eisen
Berechting van de functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de dood van visverkoper Mohsin Fikri, duidelijkheid over de wijze waarop 5 jongeren omkwamen tijdens protesten in El Hoceima in 2011, vrijlating van alle politieke gevangenen in Marokko, stopzetting van de vervolging van kleine hasj-telers, intrekking van het koninklijk decreet uit 1958 dat van Al Hoceima een militaire zone maakte. Dit laatste is vooral een symbolische eis want een nieuwe administratieve indeling in 1959 had het decreet de facto al afgeschaft.

Economische eisen
Afschaffing van de economische blokkade van het gebied, afschaffing van corruptie, de visserijsector moet worden geherstructureerd, er moet een visverwerkingsindustrie worden gestart, de maatschappelijke positie van kleine vissers en boeren moet verbeteren, er zijn betere verbindingen nodig in de vorm van een spoorlijn, een snelweg, een groter vliegveld en toelating van low cost maatschappijen.

Maatschappelijke eisen
Een universiteit creëren in El Hoceima, evenals opleidingsinstituten, scholen uitbreiden, er moet een ziekenhuis met oncologie afdeling komen, en medische posten, en een centrum voor gehandicapten.

Culturele eisen
Oprichten van een provinciale bibliotheek, een cultureel centrum, een theater, een muziekschool, afronding van het Rif museum.

Bestuurlijke eisen
De beweging uit beschuldigingen van corruptie, dat vastgoedlobby’s bevoordeeld worden en ze eisen het stoppen van landonteigeningen en het confisqueren van publieke grond. Bossen zouden weer privégrond moeten kunnen worden. Werven van personeel afkomstig uit de regio zelf, Tamazight invoeren als lokale administratieve taal.

De Rif

De Rif is ook bijzonder omdat veel bewoners in de jaren ’60-’80 van de vorige eeuw zijn gemigreerd. Daardoor zijn er veel Marokkaanse Europeanen, die hun wortels in de Rif hebben en die dat ook zo voelen.

Dat er nu wordt gezegd dat de onrust in de Rif vanuit het buitenland wordt gefinancierd is evident. Het hele gebied leeft van het geld dat vanuit het buitenland wordt overgemaakt om familieleden te onderhouden. Dat was ooit de drijvende factor om te migreren, en die overmakingen zijn nog steeds belangrijk zowel op micro-niveau voor de bewoners als op macro-niveau voor de Marokkaanse staat (harde valuta).

Rifgebergte
Rifgebergte, Marokko Beeld door: Wikimedia

En de Rif is bijzonder vanwege een speciaal product: de hasj die er wordt verbouwd. Marokko is een van de grootste hasjproducenten ter wereld, en vrijwel de gehele productie komt uit de Rif. Vele kleine boeren verbouwen het en enkele hasjbaronnen verhandelen het. Ik heb gelezen dat het zou kunnen dat die hasjbaronnen ook een rol spelen in de protesten. Dat er sprake is van het vereffenen van rekeningen met bepaalde hoge functionarissen over de rug van de demonstranten. Het is niet uitgesloten, want er zijn grote financiële belangen mee gemoeid en de drugsbaronnen zijn zeer kapitaalkrachtig.

Eén ding is zeker: als de hasjproductie volledig aan banden zou worden gelegd zouden de economische problemen van de Rif nog veel groter worden.

Marokko

Dan het grotere plaatje, als we uitzoomen en kijken naar heel Marokko. Mijn stelling (en die van vele anderen) is dat de Rif dus wel een paar unieke kenmerken heeft, maar dat er in Marokko veel meer regio’s zijn die in een vergelijkbare moeilijke positie verkeren.

De economische motor van Marokko vind je in de regio’s Casablanca-Rabat, Marrakech, Tanger, Agadir, Fes-Meknes. Alle andere gebieden blijven daar heel ver bij achter qua werkgelegenheid en infrastructuur.

De Fransen, die Marokko van 1912 tot 1956 koloniseerden, spraken al van een ‘Maroc utile’ en een ‘Maroc inutile’, van een nuttig (stuk van) Marokko, en van een stuk dat nauwelijks nut had. En die verdeling bestaat na 60 jaar onafhankelijkheid eigenlijk nog altijd. In de Rif is onvoldoende werkgelegenheid, maar dat geldt ook voor Zagora. In de Rif zijn onvoldoende verharde wegen, maar dat geldt ook voor de Hoge Atlas.

Koning Hassan II (overleden in 1999) zette begin jaren 60 vol in op landbouw als economische motor van Marokko. Maar met het klimaat van Marokko is dat een onverstandige keuze geweest. De Marokkaanse economie is nu sterk afhankelijk van de landbouw en de landbouw is sterk afhankelijk van neerslag (slechts 15% van het areaal is geïrrigeerd) en dat is een externe factor die je nauwelijks kunt beïnvloeden. De dreigende klimaatverandering maakt die onzekerheid nog veel groter in de toekomst. Er is dus eigenlijk een complete herstructurering van de economie nodig.

Scheidslijnen

Als gevolg van die migratie verblijven veel Riffijnen buiten Marokko maar ze hebben wel een mening over de huidige gebeurtenissen en de aanleidingen en oorzaken. Velen van hen steunen de protestbeweging in de Rif. Maar ook Marokkaanse Europeanen die hun roots in andere delen van Marokko hebben zien wat er nu gebeurt. En dat zijn Berbers of Arabieren. En die steunen ook de acties of juist niet.

We zien zo een aantal scheidslijnen ontstaan, langs verschillende tegenstellingen (die natuurlijk niet allemaal zwart-wit hoeven te zijn).

  • Binnen-buiten Marokko levend
  • In Marokko geboren – buiten Marokko geboren
  • In de Rif – in rest van Marokko wonend
  • In een goed ontwikkeld gebied wonend of op het platteland
  • Arabischtalig – Berbertalig
  • Koningsgezind – niet koningsgezind
  • Hervormingsgezind – niet hervormingsgezind
  • Voor of tegen autonomie of onafhankelijkheid voor de Rif
  • Voor of tegen minder prominente rol voor de islam

Deze lijst is niet uitputtend.

En langs die scheidslijnen zie ik de standpunten variëren van mensen die discussiëren op de social media of in de Marokkaanse media.

Er zijn vele combinaties mogelijk van standpunten over deze tegenstellingen, dat zal duidelijk zijn.

Marokko-1
Er zijn vele scheidslijnen in Marokko Beeld door: Jan Hoogland

Berbers en Arabieren

Ik geloof niet dat de protesten in El Hoceima onderdeel zijn van een conflict tussen Arabieren en Berbers. Ik gebruik de term ‘Berbers’ maar ik weet goed dat veel mensen vinden dat deze term niet meer politiek correct is. Een Berber is een Amazigh (meervoud Imazighen) en de taal heet Tamazight (en het dialect van de Riffijnen heet Tarifit). De term ‘Arabieren’ kan beter worden vervangen door ‘Arabischtaligen’ d.w.z. zij die als moedertaal het (Marokkaans) Arabisch hebben. Het onderscheid Berber-Arabier is namelijk na eeuwen van vermenging geen etnisch onderscheid meer, maar uitsluitend taalkundig. Is je moedertaal een vorm van het Tamazight dan ben je Berber (Amazigh), en anders ben je Arabier.

Maar er is in Marokko, voor zover ik dat in 40 jaar heb ervaren, geen openlijke of verborgen tegenstelling tussen Berbers en Arabieren. De scheiding loopt door families, straten, bedrijven en organisaties maar men ervaart het niet als een scheiding. Berbers hebben gelijke kansen in Marokko, er zijn andere factoren die veel belangrijker zijn in het bepalen van iemands toekomst. Zo is Aziz Akhannouch één van de rijkste mensen van Marokko, minister van Landbouw en Visserij (in drie opeenvolgende kabinetten), hij wordt omschreven als de (nieuwe) vriend van de koning, en hij is Berber zoals een kenner al aan zijn naam kan zien.

Grondwet

Er is wel één kwestie die veel Berbers dwarszit. In 2011 is in Marokko een nieuwe grondwet van kracht geworden (nadat ook Marokko een staartje van de Arabische Lente had meegemaakt). In die nieuwe grondwet is bepaald dat het Tamazight ook de status krijgt van officiële taal van Marokko, naast het (Klassiek) Arabisch. Maar sinds 2011 is er nog bedroevend weinig gebeurd om die officiële status in de praktijk uit te werken. Alle goede bedoelingen blijven steken in bureaucratie of onmacht van de politiek die het beginsel in concrete maatregelen moet omzetten.

Dat is een verschijnsel dat je vaker ziet in Marokko: er wordt een wet aangenomen maar vervolgens is er geen effect waarneembaar, er is geen implementatie en geen handhaving (bijvoorbeeld verkeerswet, corruptie).

King_Mohammed_VI
Koning Mohammed VI van Marokko Beeld door: Wkimedia

Marokko kreeg in 2011 een klein zetje van de Arabische Lente die in een aantal andere landen tot grote chaos heeft geleid. Er kwam een nieuwe grondwet, er kwamen vervroegde verkiezingen en in januari 2012 was er een nieuwe regering.

Maar eigenlijk is er niet veel wezenlijks veranderd sindsdien. De grondwet voorzag in kleine verschuivingen van verantwoordelijkheid naar de premier, en nog een reeks kleine veranderingen. Maar voor de man in de straat veranderde er niet veel. Die had nog steeds geen zicht op een baan of goed onderwijs voor zijn kinderen, of een goed functionerende gezondheidszorg voor zijn ouders. En ook de corruptie nam niet af. En dat waren nou precies de thema’s waarvoor de Marokkanen de straat op gingen in 2011. Niet in grote getale, maar dus wel met het effect dat de koning een nieuwe grondwet toezegde.

Ook op internationale lijstjes voor corruptie, persvrijheid, individuele vrijheden etc. doet Marokko het niet goed. Het land staat steeds in de middenmoot of lager, en klimt niet op. Alleen op economische lijstjes doet het land het goed. Maar van de economische vooruitgang profiteert maar een kleine bovenlaag van de bevolking, die het toch al goed had.

Nu we zes jaar verder zijn na de implementatie van die nieuwe grondwet, en de bevolking geen verbetering ziet in zijn dagelijks leven, is het begrijpelijk dat er stemmen opgaan om het op een andere manier te doen. Door de straat op te gaan. Er is altijd een aanleiding nodig om mensen zover te krijgen. In Tunesië was het de zelfbranding van een groenteverkoper, in El Hoceima de tragische dood van de vishandelaar. En wellicht slaat het over naar andere steden in Marokko. Het is op dit moment nog te vroeg om dat te beoordelen. De eerste aanwijzingen zijn er wel, solidariteitsbijeenkomsten in Casablanca en Rabat zijn door de politie verhinderd.

Alleen op economische lijstjes doet het land het goed. Maar van de economische vooruitgang profiteert maar een kleine bovenlaag van de bevolking.

Politiek falen

Dat mensen de straat op gaan hangt ook samen met het falen van de Marokkaanse politieke partijen. De partijen worden geleid door ‘dinosaurussen’, hebben geen band met hun kiezers, hebben vage partijprogramma’s die sterk op elkaar lijken, en het zijn vooral baantjesjagers en plucheplakkers die deze partijen bevolken.

Een voorbeeld is de PPS, een partij die vroeger communistisch was. De partij wordt met ijzeren hand geleid door minister Nabil Benabdellah die al vele jaren minister is, in kabinetten van verschillende signatuur, met socialisten, met nationalisten of met islamisten. Het maakt hem niet uit, als hij maar minister kan zijn. Met 12 van de 395 zetels is hij bepaald geen machtsfactor.

Opkomstpercentages bij verkiezingen zijn laag en de gemiddelde Marokkaan heeft er geen enkel vertrouwen in dat politici iets voor hem zullen doen. Politici doen alleen iets voor zichzelf en voor hun familie en vrienden. Zo wordt over politici gedacht.

Een uitzondering hierop leek de PJD (de islamisten) te vormen, maar nadat ze in 2011 de grootste werden en de premier mochten leveren lijkt het erop dat ze volledig in ‘het systeem’ zijn gecoöpteerd. Dat is een beproefde tactiek van de Marokkaanse staat, ook wel de makhzen genoemd, en steeds vaker lees ik ook de term ‘deep state’. De PJD maakte in de campagne van 2011 van corruptiebestrijding een speerpunt. Ze hebben daar echter vrijwel niets van kunnen realiseren.

Verder benoemt de koning een aantal ‘sleutelministers’ en hij bepaalt met zijn adviseurs het beleid. Ministers zijn eigenlijk uitvoerende ambtenaren. Ze maken niet de beleidskeuzes. Of ze maken ze wel maar zijn vleugellam. Daardoor is het ook moeilijk voor politici om zich te profileren. Over de belangrijke thema’s hebben ze weinig te zeggen.

Olie op het vuur

Vorige week gaven de partijleiders van de regeringspartijen een verklaring uit over de protesten in de Rif. Ze stelden dat de protesten zijn ingegeven door een buitenlandse agenda (een altijd zeer populaire complottheorie bij Arabische leiders) en dat de protesterende Riffijnen separatisten zijn, die een deel van het land zouden willen afsplitsen.

Die verklaring van de partijleiders is olie op het vuur geweest. De actievoerders voelden zich zwaar beledigd. Het overgrote deel van de actievoerders is er niet op uit de Rif af te splitsen van Marokko. Dat zou ook een bespottelijk idee zijn. Een gebied met de economische omvang van bijv. Texel zou in de globaliserende wereld nog minder dan een dwerg zijn. De politieke partijen hebben daarmee niet bijgedragen aan een sfeer van overleg en dialoog en wel aan de escalatie die vrijdag is ingezet toen Zefzafi de vrijdagpreek in de moskee onderbrak.

Marokko-3
Beeld door: Jan Hoogland

Dan is er nog die andere grote kwestie, nationale kwestie nummer 1 in Marokko genoemd: De (Westelijke) Sahara. Naar mijn mening speelt die in deze kwestie geen grote rol behalve het volgende: De Marokkaanse staat wil de Sahara autonomie geven om zo tegemoet te komen aan de internationale bezwaren dat het gebied door Marokko is geannexeerd. Sommige Riffijnen zien daarin een mooie aanleiding om ook voor de Rif autonomie te vragen. En die aspiraties zijn door de leiders van de coalitiepartijen vorige week dus bestempeld als ‘separatistisch’. Dat is in Marokko zo ongeveer het ergste waar je iemand van kunt beschuldigen, dat je de nationale eenheid betwist. De term ‘separatist’ wordt alleen gebruikt voor Polisario en hun aanhangers, omdat die de onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara bepleiten. Die beschuldiging van separatisme is bij de protesterende Riffijnen dan ook compleet in het verkeerde keelgat geschoten. Men eist openbare excuses van deze partijleiders, die dat vermoedelijk niet zullen doen omdat het hen gezichtsverlies zou opleveren.

Er is ook veel kritiek op de opstelling van de regering, die de ‘situatie’ in de Rif alleen maar benadert als een veiligheidskwestie. In plaats van in dialoog te gaan, waartoe Zefzafi overigens niet bereid was, reageert de overheid door meer ME en militairen te sturen, checkpoints in te stellen en de demonstraties te onderdrukken en als meest recente fase de arrestatie van tientallen actievoerders. Ook dit is een vorm van escalatie waar juist de-escalatie gewenst was geweest.

'Hogra' - vernedering

Een verschijnsel dat iedereen in Marokko, die niet tot de toplaag behoort, kent, is het verschijnsel ‘hogra’, dat zich het best laat vertalen met vernedering of verachting. De mensen uit de lagere klassen voelen dat er op hen wordt neergekeken door de hoger geplaatsten en de rijken.

Ze worden weggesnauwd bij de kassa van een winkel, van de weg gedrukt door een grote fourwheeldrive of afgeblaft door een ambtenaar achter een loket. Als je een dubbeltje bent word je waarschijnlijk nooit een kwartje, of word je voortdurend afgetroefd door de kwartjes en de guldens. En iemand zei ook eens: in Marokko is het zo dat je opgegeten wordt, of zelf anderen opeet. Meer opties zouden er niet zijn. Dit permanente gevoel van minderwaardigheid herkennen heel veel mensen als een permanent verschijnsel in hun leven, en dit kan zeker bijdragen aan de bereidheid van mensen in actie te komen. Ze willen eindelijk eens afrekenen met de hogra.

Er zijn dus een paar mensen die pleiten voor autonomie voor de Rif, of zelfs onafhankelijkheid. Er is met vlaggen van de onafhankelijke republiek Rif gezwaaid tijdens de protesten. In Marokko is dat een flinke provocatie voor heel veel mensen.

Marokko kreeg in 2011 een klein zetje van de Arabische Lente die in een aantal andere landen tot grote chaos heeft geleid.

Maar er zijn ook mensen die willen dat de islam niet langer de staatsgodsdienst is, ook buiten de Rif uiteraard. Ook dat gaat voor velen op dit moment te ver. Dergelijke wensen passen in het rijtje homorechten, godsdienstvrijheid etc. Het zijn thema’s die niet allemaal openlijk bespreekbaar zijn in Marokko, dat hangt dan weer samen met die beperkte individuele vrijheden.

Zoals in Nederland bepaalde demonstraties lieden met extreme opvattingen kunnen aantrekken, zo kan dat in de Rif of elders in Marokko ook gebeuren. Alleen verschilt van land tot land wat men extreem beschouwt, of wat überhaupt in het openbaar bespreekbaar is.

Veranderingen

Deze zomer is het precies 40 jaar geleden dat ik voor het eerst naar Marokko ging. In die 40 jaar heb ik veel dingen zien veranderen, maar er zijn ook zaken bij het oude gebleven. En niet alle veranderingen waren positief.

Ten positieve

Maar laat ik met de positieve zaken beginnen: vrijwel overal, ook op het platteland, hebben de mensen elektriciteit en stromend water. En er zijn wegen aangelegd waar eerst onverharde pistes lagen. Er zijn autosnelwegen gekomen die veel veiliger zijn dan de oude tweebaanswegen. Kortom, de infrastructuur is sterk ontwikkeld. En dat gaat nog altijd verder.

Die eerste keer Marokko was dus in 1977, midden in de zogenaamde jaren van lood, de periode waarin koning Hassan II het niet zo nauw nam met mensenrechten. Dat is in positieve zin veranderd, maar het proces is gestokt enkele jaren na het aantreden van de huidige koning in 1999. En sinds 2011 lijkt er een lichte teruggang in vrijheid en respect voor mensenrechten.

Wat er in negatieve zin is veranderd: de inkomensverschillen zijn groter geworden of duidelijker zichtbaar. Grote villa’s en hele dure auto’s voor een kleine toplaag terwijl de gewone man in een krottenwijk woont of in een simpel huisje op het platteland, vrijwel zonder voorzieningen en luxe. De omgang met het milieu is ook in negatieve zin veranderd door de sterke bevolkingsgroei. De afvalstroom is nauwelijks nog te beheersen.

Marokko-protest2
Al in 2011 protesteerden jongeren voor politieke veranderingen. Beeld door: Wikimedia

Ten negatieve

De kwaliteit van het publieke onderwijs is nog altijd zeer matig tot slecht. En op het platteland komt nog altijd veel te veel analfabetisme voor, zeker onder meisjes en vrouwen. Zoals al eerder aangegeven, de hoge werkloosheid blijft een probleem, en ook de beperkte beschikbaarheid van gezondheidszorg. De onveiligheid van het verkeer is ook niet verbeterd, ook niet met de nieuwe verkeerswet die in 2010 is ingevoerd.

En wat ook niet is veranderd: Marokko is nog altijd een prachtig land met ontzettend veel vriendelijke mensen die buitenlanders graag zien komen, en natuurlijk ook graag een centje aan hen willen verdienen. Ondanks alle kritiek die ik hierboven heb geuit blijft het mijn tweede vaderland waar ik al 40 jaar kom, waar ik zes en een half jaar heb gewerkt en gewoond. Ik houd van het land en van de mensen en ik gun miljoenen Marokkanen een beter leven, zoals mijn vroegere tuinman en zijn familie, de schoonmaakster van ons instituut en haar twee kinderen, de parkeerwacht in de straat met zijn gezin, etc.

Dit zijn lieve zorgzame gastvrije vaderlandslievende mensen die dagelijks moeten knokken om het hoofd boven water te houden. Zij verdienen beter. En daarvoor gaan ook de demonstranten in El Hoceima de straat op.

Ten slotte

Bij de tragische dood van visverkoper Fikri zagen sommigen een parallel met de zelfverbranding van de groenteverkoper in Tunesië. Ik vond dat toen te ver gezocht.

Maar in de afgelopen weken was het in Zuid Tunesië ook onrustig. In de plaats Tataouine hebben jongeren de plaatselijke oliebronnen geblokkeerd met vergelijkbare eisen als die van de Rif beweging. Daar is inmiddels één jongeman om het leven gekomen en de Tunesische autoriteiten hebben het gebied nu stevig onder controle.

Dat zijn dus twee bewegingen van jongeren in gemarginaliseerde gebieden die een perspectief op een toekomst willen. En er zijn nog vele Arabische landen waar dit ook zomaar zou kunnen gebeuren.

Jan-Hoogland-Nieuwsuur
Jan Hoogland geeft een toelichting bij Nieuwsuur. Beeld door: NPO/Nieuwsuur

Betekent dit een nieuwe fase in de Arabische Lente? Het zou kunnen, de redenen om de straat op te gaan zijn er, in de Rif en in Tataouine, in willekeurige plaatsen in Algerije of Egypte, in Jordanië of Libanon. Maar de protesten kunnen ook onderdrukt worden zodat het weer een aantal jaren rustig wordt. De enige voorspelling die ik durf te doen is dat dit soort protesten met enige regelmaat zullen blijven opkomen op verschillende plaatsen in de Arabische wereld. Of er zo’n domino-effect zal ontstaan als in het voorjaar van 2011 is ook voor mij koffiedik kijken.

Voetnoten:

[1] Bron: Telquel

Jan Hoogland was te gast in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur om te spreken over de situatie in Marokko. De uitzending is hier terug te kijken.

Jan Hoogland

Jan Hoogland

Arabist

Jan Hoogland is Arabist, Marokko deskundige en universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tussen 2009 en 2015 was hij …
Profiel-pagina
Al 7 reacties — praat mee.