Elke tijd lijkt zijn eigen gekte te hebben. Onze tijd lijkt de boeken in te gaan als de tijd van de depressies en de burn-outs. Eind 19de eeuw hadden vrouwen te kampen met hysterie en ooit was de neurose de meest gestelde diagnose. Nu hoor je deze diagnoses nergens meer. Wat als ziekte wordt gezien, hangt af van het heersende klimaat in een samenleving. Vanuit dit perspectief kunnen we naar de burn-out en depressie kijken als een maatschappelijk verschijnsel, met als uitgangspunt dat er iets mis gaat op maatschappelijk niveau. De burn-out en depressie zijn de symptomen van een zieke maatschappij, waarbij het lichaam aangeeft dat er een grens is bereikt. Dit roept de vraag op: Wat maakt dat juist wij in deze tijd te maken hebben met depressies en burn-outs?

De tijd waarin we leven

Wij leven in een tijd waarin productiviteit hoog in het vaandel staat, mensen altijd ‘aan staan’ en groei (in welke vorm dan ook) een doel op zich is geworden. Dit is niet altijd zo geweest. Neem bijvoorbeeld de jaren vijftig van de vorige eeuw. Een tijd die gekenmerkt wordt door wat we nu wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog en verzuiling noemen. Het perspectief van groei als wederopbouw is inmiddels gedateerd. Ook is er een groot verschil met inbedding in religies en gemeenschap tussen toen en nu. De vanzelfsprekendheid waarmee religie richting aan het leven gaf neemt af. In 2018 rekent voor het eerst een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich niet tot een religieuze groepering.

Joep Dohmen, emeritus hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek, beschrijft in zijn boek Brief aan een middelmatige man dat mensen duizenden jaren lang leefden in een premodern, traditioneel wereldbeeld wat een vertrouwde inkadering voor hun leven verschafte. Dit kader heeft plaats gemaakt voor een context van maatschappelijke individualisering. Niet alleen onze inbedding in tradities, religies en gemeenschap is afgenomen, maar ook factoren als opkomst van de markt, wetenschap en nieuwe media spelen mee. Hierdoor wordt onze tijd ten diepste gekenmerkt door onzekerheid en twijfel, zo schetst Dohmen. Het is een tijd vol kansen, maar ook risico’s.

Levensvragen zijn van alle tijden

Deze afname van institutionele religie betekent niet dat levensvragen minder relevant zijn geworden in onze tijd. Wat maakt het leven de moeite waard? Waar haal je kracht uit op donkere dagen? Waar put je troost uit? Waar leef je voor? Dat zijn vragen van alle tijden. Je voelt direct dat deze vragen van een andere orde zijn dan de vraag naar geluk, een vraag die in onze tijd wel degelijk populair is. Volgens de Vlaamse psychiaters Dirk de Wachter en Paul Verhaeghe zijn we zelfs geobsedeerd door geluk, en ligt er in onze tijd een taboe op ongelukkig zijn. Ook in de wetenschap is er veel meer onderzoek gedaan naar geluk dan naar zingeving.

Maar de vraag wat het leven de moeite waard maakt, is niet dezelfde vraag als de vraag naar wat je gelukkig maakt. Van oudsher zijn dit vragen die religies aangingen. Het lijkt of groei (in welke vorm dan ook) en wetenschap de vervangers en nieuwe invulling van religie en traditionele kaders zijn.

Levenshouding

Tegen de achtergrond van het verdwijnen van traditionele kaders en religieuze antwoorden riep Dohmen ons een decennium geleden al op te onderzoeken welke levenshouding wij nodig hebben om de bestaansonzekerheid van onze tijd het hoofd te bieden. We staan voor een uitdaging. Dohmen beschrijft het als volgt: “We verkeren juist in een risicomaatschappij, waarin fundamentele onzekerheid heerst over de vraag in wat voor wereld wij leven, welke kansen er liggen, welke gevaren ons bedreigen, of wij moeten ingrijpen en zo ja, hoe en wanneer? Welke levenshouding of levensstijl moeten wij laatmoderne mensen tegenover deze onzekere omstandigheden ontwikkelen? En hoe doen wij dat?”

Inmiddels zijn we tien jaar verder en is het aantal mensen met burn-outklachten alleen maar toegenomen. Bregje Hofstede kwam uit op haar relatie met haar lichaam toen ze voor voor De Correspondent een onderzoek deed naar haar eigen burn-out. Ze kwam tot het besef dat ze haar lichaam best wel rust wilde geven, dat ze best een wandeling wilde maken, om daarna vooral maar productiever te kunnen zijn en meer te kunnen schrijven. Haar lichaam inzetten en controleren dus. Ik zie in haar houding ten opzichte van haar eigen lichaam de houding die we als samenleving aannemen: controlerend en doelgericht. Begrijp me niet verkeerd: deze doelgerichte, productieve houding heeft ons als samenleving veel opgeleverd. Het is een houding die past bij het halen van bepaalde doelen en het is belangrijk zijn waarde te (h)erkennen.

Maar hoe gaat deze doelgerichte houding samen met het haperende lichaam? Geconfronteerd met de grenzen van het lichaam valt er uit targets geen kracht te putten, hooguit afleiding. Ik wil nog net niet zo ver gaan om de burn-out op maatschappelijk niveau een blessing in disguise te noemen, maar het geeft ons te denken. Geconfronteerd met grenzen van ons lichaam en de grenzen van productiviteit moeten we op zoek naar een andere verhouding tot onszelf, ons lichaam en het leven. Het is een kans om een richting in te slaan naar een zinvollere levenshouding. Het haperende lichaam zou wel eens een eerste stap in de goede richting kunnen zijn.

Een van de dingen waar de grenzen van ons lichaam ons bewust van maakt of aan herinnert, is onze eindigheid en kwetsbaarheid. Wij zijn niet grenzeloos of onkwetsbaar. Momenteel lijken we deze noties zo ver mogelijk naar de marges te willen dringen, om er maar niet mee geconfronteerd te hoeven worden. Het vervult ons van angst, of afschuw zelfs. Maar we kunnen niet voorkomen dat we geconfronteerd worden met de rafelranden van het bestaan. We ontkomen niet aan de vraag wat ons leven de moeite waard maakt, zowel in het licht als in het donker. Dan schiet deze doelgerichte houding tekort. Deze doelgerichte houding laat geen ruimte voor het ongrijpbare en dat wat aan de menselijke controle voorbij gaat. Voor een levenshouding hebben we iets anders nodig.

Modern_Zamanlar_Filmi
Beeld door: Wikimedia Commons/RV

Kwetsbaarheid toelaten 

Op dit moment staat er een documentaire over Brené Brown op Netflix, waarin zij een pleidooi houdt voor de erkenning van kwetsbaarheid. Brown is een Amerikaanse hoogleraar die onderzoek doet naar schaamte, moed, kwetsbaarheid en authenticiteit. Ze schreef boeken met titels als: de kracht van kwetsbaarheid; durf te leiden en de moed van imperfectie, waarover ze ook TEDtalks geeft die door miljoenen mensen worden bekeken.

Vaak worden de wat zachtere onderwerpen afgedaan als zweverig of vaag. Heel verfrissend is het dat zij met een afgebakende definitie van kwetsbaarheid komt. Kwetsbaarheid is, zo stelt Brown, onzekerheid, risico of emotionele blootstelling. Kwetsbaarheid gaat niet over winnen of verliezen, maar over de moed hebben ‘to show up’ als je geen controle hebt over de uitkomst. Volgens Brown zien wij kwetsbaarheid vaak als karaktereigenschap die wij associëren met zwakte. Volgens haar definitie is kwetsbaarheid echter niet iets wat aan sommige mensen toe te wijzen valt, maar aan het leven. Het is dus een levenstrek waar iedereen zich toe te verhouden heeft. Ten volste beseffen dat je kwetsbaar bent, en dan tóch besluiten je pantser te laten zakken, jezelf te laten zien, te gaan voor wat je echt wil en weten dat je het niet kunt controleren; daar is moed voor nodig.

In mijn eigen woorden: Brown pleit voor een levenshouding waarbij je het leven aankijkt en kwetsbaarheid niet ontkent. Het leven kun je niet oplossen en als mens zullen we het, telkens opnieuw, aan moeten kijken. En met het ontwikkelen van de capaciteit om de diepte in te kijken, ontwikkelen we ook onze capaciteit om de vreugde ten volste te ervaren. Want als we de ene kant van het bestaan wegdrukken, sluiten we ons ook af voor de andere kant van het bestaan. In het openen voor kwetsbaarheid, openen we ons dus voor de intensiteit van zowel de pijn als de vreugde. Zodat we het leven ten volste kunnen leven.

Het mysterie: een parabel over een Chinese boer

Een notie hebben van kwetsbaarheid, leidt tot het besef dat wij het leven niet in de hand hebben. ‘The truth is, we know so little about life, we don’t really know what the good news is and what the bad news is.’ Ik vertel je graag een parabel over een Chinese boer, ter illustratie van deze levenshouding waarin het mysterie van het leven het uitgangspunt is.

Het verhaal gaat dat er eens een Chinese boer was, wiens paard was weg gelopen. ’s Avonds kwamen zijn buren langs om hun medeleven te tonen: ‘Wat spijtig om te horen dat je paard is weggelopen, wat een pech!’. De boer antwoordde: ‘Misschien’. De volgende dag kwam het paard terug en bracht zeven wilde paarden mee. ’s Avonds kwamen de buren weer langs: ‘Wat een mazzel, wat fijn!’ De boer antwoordde weer: ‘Misschien’. De dag erna probeerde zijn zoon een van de paarden te temmen. De zoon werd van het paard geworpen en brak zijn been. De buren kwamen: ‘Wat erg!’ en de boer antwoordde: ‘Misschien’. De volgende dag kwamen er officieren om dienstplichtigen aan te melden bij het leger. Weer kwamen alle buren langs en zeiden: ‘Dat is geweldig!’. Weer zei hij: ‘Misschien’.

Het mysterie van het leven vraagt dus om een bepaalde benadering. Je kan de antwoorden niet afdwingen noch eisen. Het mysterie vraagt om nederigheid, waarin je je bewust bent van je eigen beperkte blik. Zodat je je kunt openstellen voor wat je niet kunt bedenken en nog niet weet. Het zou kunnen leiden tot het besef dat wij niet de uiteindelijke heerser zijn. Deze vaardigheden van nederigheid en openheid kun je in jezelf cultiveren om te leven vanuit deze niet-wetende levenshouding.

Het lichaam als ingang

Het lichaam biedt een mooie ingang om de niet-wetende levenshouding te oefenen en praktiseren. Waar we bij Hofstede zagen dat zij haar lichaam wenst te controleren ten bate van het halen van de door haar (of de maatschappij?) gestelde doelen, kunnen we ons lichaam ook meer zien als een bron van levenswijsheid; een levensbron die zich niet laat controleren, verklaren of rationeel laat vatten. Dit lichaam vraagt om een innerlijk luisterend oor. Het lichaam fluistert voorzichtig, kun je er naar leren luisteren?

Niet voor niets neemt in het westen de interesse in mindfulness en yoga zo toe. Mindfulness en yoga kun je zien als oefeningen in stil worden en afstemmen naar binnen. Mijn eerste aanraking met – of eigenlijk een her-inneren van – deze lichamelijke bron was toen ik vrijwilliger was bij een Mindful recoverycentrum voor mensen met een depressie, burn-out of verslaving in Thailand. Ik was hierheen gegaan om te onderzoeken of er andere manieren zijn om met existentiële pijn en bestaansonzekerheid om te gaan dan wij gewend zijn in het Westen, zoals een meer belichaamde en gemeenschapsgerichte manier. In deze community leerde ik van een boeddhistisch leermeester onder andere de RAIN methode. In de RAIN methode, een acroniem voor de vier stappen van het proces, richt je je aandacht naar binnen. R – Recognize what is happening. A – Allow life to be just as it is. I –Investigate inner experience with kindness. N – Non-Identification. Deze methode leidde mij naar een innerlijke houding, die voor mij het mooist wordt samengevat in de volgende beschrijving: ‘Learn to hold yourself. Like a mother holds her child’ (Bron: Instagramaccount Wildfeminine). Deze kennismaking met RAIN was voor mij het moment dat ik realiseerde dat er van binnen zoveel wijsheid aanwezig is en dat ik mij kan oefenen hier naar te luisteren. Die innerlijke bron geeft signalen, en het is de kunst en kunde ze te leren verstaan. Want geloof me, er schreeuwen ook een heleboel andere stemmen doorheen. Het vraagt toewijding om de stemmen te leren onderscheiden want niet elke stem komt vanuit deze bron.

In religies wordt deze kunst al duizenden jaren gecultiveerd. Door bekende lichaamsgerichte traumatherapeuten als Peter Levine en Bessel van der Kolk wordt deze ervaringskennis inmiddels wetenschappelijk onderzocht en gebruikt in therapie. Deze individuele aanpak in therapie en een persoonlijke meditatie practice alleen is niet genoeg. Het is namelijk geen individueel probleem – en we moeten individuen hier niet verantwoordelijk voor stellen. Het is tijd om de ervaringskennis uit de therapiekamers en meditatiecentra de wereld in de brengen. Nu is het moment om deze belichaamde kennis weer te integreren in onze samenleving en weer ruimte te maken voor kwetsbaarheid en de notie van het leven als mysterie. Dat is waar deze tijd om roept. Kunnen we met zijn allen luisteren?

Boeken

Peter Derkx, Humanisme, zinvol leven en nooit meer ouder worden

Joep Dohmen, Brief aan een middelmatige man

Bessel van der Kolk, The body keeps the score

Peter Levine, De tijger ontwaakt

Paul Verhaeghe, Intimiteit

babet2

Babet te Winkel

Begeleider zingeving en levensvragen

Babet te Winkel (1991) is recentelijk afgestudeerd aan de Universiteit voor Humanistiek, waar ze zich verdiepte in filosofie, psychologie …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.