Op 6 juni stonden wij stil bij de Hindostaanse migratie. Een geschiedenis van moed, opoffering, familie, cultuur en doorzettingsvermogen. Onze voorouders verlieten India, kwamen terecht in Suriname en bouwden daar, onder vaak zware omstandigheden, een nieuw bestaan op. Zij droegen pijn met zich mee, maar ook geloof. Zij droegen verlies met zich mee, maar ook hoop. Zij droegen herinneringen met zich mee, maar ook de kracht om opnieuw te beginnen.

Die geschiedenis is geen afgesloten hoofdstuk. Zij leeft voort in onze taal, ons eten, onze muziek, onze gebeden, onze familieverhalen en in de manier waarop wij naar de wereld kijken. Maar zij leeft ook voort in de vraag hoe wij vandaag omgaan met mensen die opnieuw onderweg zijn. Nieuwe migranten. Vluchtelingen. Arbeidsmigranten. Mensen die hun land verlaten omdat zij zoeken naar veiligheid, werk, toekomst of waardigheid.

Als kind van migratiegeschiedenis kan ik niet naar nieuwe migranten kijken alsof zij vreemden zijn. Ik zie in hen iets van mijn eigen voorouders. Mensen die niet zomaar vertrokken, maar iets achterlieten. Mensen die niet alleen een koffer meenamen, maar ook herinneringen, onzekerheden, verdriet en dromen.

Toch leven wij in een tijd waarin migratie vaak wordt besproken als probleem. Mensen worden cijfers. Gemeenschappen worden groepen. Verhalen worden debatten. En voordat iemand zijn naam heeft kunnen noemen, is hij al geplaatst in een categorie: nieuwkomer, asielzoeker, arbeidsmigrant, buitenlander, moslim, hindoe, christen, Surinamer, Nederlander.

Maar een mens is nooit alleen een categorie.

20260606 herdenking Hindo Migratie ©GVW_6462-4K

Tijdens onze herdenking in Zoetermeer gebeurde iets bijzonders. Vanuit de moslimgemeenschap werd wierook aangestoken. Vanuit de katholieke stroming werd een kaars ontstoken. Vanuit de hindoeïstische gemeenschap werd een diya aangestoken. Drie handelingen, drie tradities, één moment van herinnering.

Daar stond voor mij de kracht van onze samenleving. Niet in het uitwissen van verschillen, maar in het eerbiedig naast elkaar laten bestaan ervan. Niet door te zeggen: wij zijn allemaal hetzelfde. Maar door te erkennen: wij zijn verschillend, en toch dragen wij samen één geschiedenis, één stad, één toekomst.

Als Surinaamse moslim weet ik dat identiteit uit meerdere lagen bestaat. Ik ben moslim. Ik ben Surinaams geboren. Ik ben Hindostaans verbonden. Ik ben Nederlander in mijn maatschappelijke betrokkenheid. Ik ben vader, grootvader, buurman, gelovige, bruggenbouwer. Geen van die lagen hoeft de andere uit te sluiten.

Juist daarom raakt het mij wanneer mensen vandaag worden teruggebracht tot één kenmerk. Wanneer een migrant alleen nog wordt gezien als last. Wanneer een moslim alleen nog wordt bekeken door de bril van angst. Wanneer jongeren met wortels elders steeds opnieuw moeten bewijzen dat zij erbij horen. Wanneer mensen met een kleur, naam, geloof of accent eerst argwaan ontmoeten voordat er ruimte is voor ontmoeting.

Onze voorouders hebben geleerd dat je kunt wortelen in nieuwe grond zonder je oorsprong te verloochenen. Dat is misschien wel de grootste les van de Hindostaanse migratie. Integratie betekent niet dat je jezelf moet kwijtraken. Het betekent dat je meebouwt aan een samenleving, terwijl je ook bewaart wat jou gevormd heeft.

Wie zijn wortels kent, staat steviger in de wereld. Maar wie zijn wortels kent, zou ook milder moeten kijken naar de wortels van een ander.

Dat vraagt iets van ons. Het vraagt dat wij niet alleen onze eigen pijn herinneren, maar ook oog hebben voor de pijn van anderen. Het vraagt dat wij niet alleen trots zijn op onze eigen gemeenschap, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving als geheel. Het vraagt dat geloofsgemeenschappen zich niet tegen elkaar laten uitspelen, zeker niet in een tijd van polarisatie.

Moslims, hindoes en christenen hebben binnen de Hindostaanse gemeenschap generaties lang naast elkaar geleefd. Natuurlijk was dat niet altijd perfect. Er waren verschillen, spanningen en grenzen. Maar er was ook nabijheid. Men kende elkaars feesten, elkaars verdriet, elkaars families. Men wist: mijn buurman bidt anders, maar hij is geen vreemde. Die wijsheid hebben wij vandaag hard nodig.

Want de vraag is niet alleen hoe nieuwe migranten naar Nederland kijken. De vraag is vooral: hoe kijken wij naar hen? Zien wij bedreiging of menselijkheid? Zien wij overlast of levensverhaal? Zien wij afstand of herkenning?

Herdenken heeft pas waarde als het ons verandert. Als wij alleen terugkijken naar het lijden van onze voorouders, maar geen compassie voelen voor mensen die vandaag onderweg zijn, dan missen wij de diepste betekenis van onze eigen geschiedenis.

Daarom ontstond tijdens de herdenking ook het idee om in Zoetermeer te werken aan een herdenkingssteen of monument. Niet als steen alleen, maar als teken. Een plek die zegt: deze geschiedenis hoort bij onze stad. Een plek waar kinderen kunnen vragen: wat is hier gebeurd? Een plek waar wij kunnen vertellen over moed, arbeid, geloof, verlies, liefde en doorzettingsvermogen.

Maar ook een plek die ons eraan herinnert dat migratie niet alleen verleden is. Migratie is ook vandaag. En hoe wij vandaag omgaan met nieuwe migranten, zal later ook geschiedenis worden.

De kracht van vandaag ligt niet in hardheid. Niet in het bouwen van muren tussen gemeenschappen. Niet in het voeden van angst. De kracht van vandaag ligt in verbondenheid met ruggengraat. In het kennen van je eigen verhaal, zonder het verhaal van de ander te ontkennen. In het beschermen van je identiteit, zonder de menselijkheid van een ander kleiner te maken.

Ik hoop dat wij als samenleving opnieuw leren kijken. Niet vluchtig, niet wantrouwend, maar dieper. Naar elkaars wortels. Naar elkaars reis. Naar elkaars verlangen om gezien te worden.

Want wie zijn wortels kent, staat steviger in de wereld. En wie stevig staat, hoeft niet bang te zijn om naast een ander te staan.

1638298456576

Shamier Madhar

Shamier Madhar is een gepassioneerde bruggenbouwer in de samenleving gericht op het bevorderen van vrede, compassie, inclusie, en …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.