Als we ons voorstellen zullen we onze naam noemen en, afhankelijk van de context, misschien onze opleiding, ons beroep en onze leeftijd. Of als we een gesprek met een therapeut hebben vertellen we ‘ons probleem’. En wanneer we een partner zoeken maken we een (online) profiel aan met onze verlangens, hobby’s, uiterlijke kenmerken.

Al met al kunnen we een enorm verhaal over onszelf vertellen. Dat realiseerde ik me weer toen ik veertig grote, zware dagboeken uit de kast haalde. Tussen 1977, de start van mijn studie psychologie en 2017 hield ik nauwkeurig bij wat er om me heen en in mezelf gebeurde. Duizenden pagina’s met bespiegelingen, jeugdherinneringen, therapieverslagen. Notities van gesprekken met mijn ouders.

Zou ik nu mezelf kennen? Ik heb zóveel opgeschreven. En ik heb ook geleerd om ‘met de bril van een psycholoog’ te kijken. Het was in elk geval een extreem lang verhaal over mezelf. En ik kon, natuurlijk, patronen zien. Een link leggen met mijn opvoeding, zoals het elfde kind in een Rooms-katholiek gezin van veertien kinderen. Toch leken zelfs allerlei dromen en zaken die je als ‘intieme details’ kunt beschouwen aan de buitenkant te blijven. Ben ik dat, is dat mijn essentie?

Of blijf je eerder gevangen in al die minutieuze verhalen? Zoek je een Zelf in de tekst en context van je leven, die daar niet te vinden is?

Wat ik hierboven beschreven heb, heet “naam en vorm”, namarupa, in het Hindoeïsme. En dat is je ‘buitenkant’, het is niet wie je ten diepste bent. Op een zomeravond, op het Feest van Sint Jan, zijn alle dagboeken in de vuurkorf gegaan. Het vlamde hoog op, het vuur ging uren door. In soms wonderlijke kleuren zweefden de spoken van het verleden om me heen.

Een dieper Zelf

Je ‘naam en vorm’ geven natuurlijk wel allerlei informatie, maar blijven aan de oppervlakte. Is zelfkennis op een ‘dieper’ of ‘hoger’ niveau mogelijk? Wat zou dit kunnen betekenen? Hoe zie het eruit? Hoe ‘kom je daar’? En wat doet dat met de relatie die je met andere mensen/andere groepen hebt? Voor mijn antwoord put ik uit verschillende religies.

Alle grote religies, en vooral hun mystieke ‘binnenkant’, brengen goed nieuws (evangelie). God is geen man met een baard achter de draaitafel van het heelal, maar je eigen diepste kern. Je hoeft dus ‘alleen maar’ te ontwaken tot wie je al bent. Iets ‘wakkerder’ (verlichter) door het leven te gaan. Daar zijn veel concrete oefeningen en prakijken voor (stilte, meditatie, gebed, rechtvaardigheid, belangeloosheid, vasten, vrijgevigheid, mantra’s, mindfulness, etc.)

Wanneer we het goddelijke in onszelf herkennen en begroeten, verandert onze relatie met de ander en anderen mee.

Hoe bedoel je? Voor veel mensen gaat deze stap waarschijnlijk te snel: je bent niet het verhaal dat je vertelt, maar ben je dan….. God ..?

Misschien moet ik bij het begin beginnen. Je “naam en vorm”, zijn het uitgangspunt, daar starten we. We kunnen dat ons ‘kleinere zelf’ noemen, ons ‘geconditioneerde zelf. Dat heeft zijn plek. Het is, wat Jezus noemt, de dimensie van ‘de wereld’.

We zijn hier ‘belichaamd’ aanwezig. We hebben onze opvoeding, opleiding, werk, relaties, onze huidige situatie, onze plannen. En daar hebben we ook onze gedachten over, onze gevoelens bij. Op zich is daar natuurlijk niets mee mis.

Maar als we denken dat dat álles is wat we zijn, missen we de diepte. Dan leiden we een eendimensionaal bestaan, met ongetwijfeld een hoop ‘gedoe en stress’ –lijden, zoals de Boeddha dat noemde. Maar hij kende ook de uitgang uit dat lijden. Net als Jezus, toen hij zei: ik ben voorbijgegaan aan ‘de wereld’.

De wereld is een prachtige speeltuin, maar als je de diepte eronder niet kent, is het vroeger of later een tranendal. Je komt ‘roest en motten’ tegen of een dief pikt je schatten, zegt Jezus. Dus verzamel je schatten in de Hemel, waar geen roest of motten zijn en waar ze niet gestolen kunnen worden.

Daarmee zegt hij eigenlijk: leer de dimensie in jezelf kennen waarin je geen ‘speelbal’ bent van alles wat er ‘in je’ en ‘om je heen’ gebeurt. Dat is het Koninkrijk der Hemelen in jou.

De Perzische dichter en mysticus Roemi heeft ook een hele mooie formulering:

Ga voorbij de vormen van de dag
en je ziet rozentuin na rozentuin.

Met andere woorden: blijf niet hangen in de plussen en de minnen, de opinies en oordelen, je voorkeuren en afkeren –en dan opent zich een vreugdevolle diepte in jou. Ook de lastige dingen moet je je nemen zoals ze komen: ‘als je de moeilijkheden aanvaard die je op je pad tegenkomt, gaat de poort open.’ (Roemi)

Maak ruimte voor alles wat zich aandient, en hecht niet te veel aan je gedachten hierover. Roemi’s gedicht “Het gastenhuis” is een hele mooie instructie om dat te doen –en hoe dat te doen. “Dit menszijn is een soort herberg”, zegt hij, als je blijmoedig alles en iedereen welkom heet, realiseer je je dat je niet alles bent dat verschijnt in je bewustzijn, maar dat bewustzijn zelf.

De route gaat niet via je gedachten

Op dit moment geef ik het vak Psychologie weer. En we bespreken ‘biofeedback’. Ik ben altijd weer verwonderd door de mogelijkheden die dit biedt. Met biofeedback kun je processen zichtbaar maken en beïnvloeden die zich anders aan je waarneming onttrekken, bijvoorbeeld je hartslag, bloeddruk, hersengolven of spierspanning. Door het zichtbaar maken, bv op een scherm of met geluid, kun je oefenen om ze te beïnvloeden. Bij hoofdpijn en migraine zijn hier goede resultaten mee geboekt. Maar er is waarschijnlijk nog veel meer mogelijk.

Hoe verhoudt zich dit tot ons denken. Ons denken doen we zelf, lijkt het algemene idee. “Ik denk …” dit of dat. Maar is dat echt waar? Denken we de gedachten die we willen denken, waar we voor kiezen. Of overkomt het ons? Kiezen we ervoor om te piekeren, vervelende situaties in gedachten door te nemen, eindeloos oude grammofoonplaten ‘van vroeger’ af te draaien in ons hoofd?

Meestal nemen onze gedachten ons op sleeptouw –en lang niet altijd naar fijne plekken. Kunnen we daaraan ontsnappen? Kan dat anders? Hier zie ik een parallel met biofeedback: als we ons bewustzijn van het feit dat we denken en wat we denken, met andere woorden, als we onze gedachten als gedachten kunnen zien, dan hebben we er ook invloed op. Misschien kunnen we dit wel psychofeedback noemen.

Mysticus Nisargadatta Maharaj (1897-1981) heeft voor dit proces een paar heel behulpzame metaforen. Stel een kind is lekker met speelgoed aan ’t spelen. De moeder of vader is ook in de kamer. Deze zal altijd meer gericht zijn op wat het kind doet en hoe het speelt, dan op het speelgoed zelf. Hij bedoelt hier dit mee: verlies je niet in wat je denkt (het speelgoed), wees je ervan bewust dat je denkt, kijk naar het denkproces (het spelen van het kind). Jij bent zelf in wezen het bewustzijn achter dit denken, of waarin dit denken plaatsvindt. Je kunt ook zeggen: wees je ervan bewust dat je bewust bent. Of heb aandacht voor het feit dat je aandacht hebt –dan opent de ruimte zich.

Een andere metafoor van Nisargadatta Maharaj: houd je gedachten in de gaten, zoals je een dief in de gaten houdt: hij/zij kan je niets geven, maar wel iets ontnemen: het ‘nu’, je aandacht, je aanwezigheid.

yoga-pixabay
Beeld door: Pixabay

Op die manier ga je je gedachten bewust waarnemen, net zoals je hartslag of je bloeddruk bij biofeedback. In het hindoeïsme bestaat het begrip “Brahmavidya”, dat betekent ‘sublieme kennis”, of “kennis van het sublieme”. En dat is wat we hier proberen. Het ‘zien’ en niet het ‘zijn ‘, is de eerste voorwaarde. In the seeing is the freeing. Je kunt hieruit wakker worden; je bent niet je denken. Op dezelfde wijze kun je ook ontdekken dat je al evenmin je emoties bent, of je lichamelijke gewaarwordingen. Het zijn de dingen die zich aan en in jouw bewustzijn tonen.

Kortom, hoe kun je jezelf kennen? Zie je aandacht als een zoeklicht. Realiseer je dat je het licht bent en niet wat daarin zichtbaar wordt. As je dat even ‘vergeet’, stap je in de trein van je gedachten en ben je weg. Aandacht voor aandacht, je ervan bewust zijn dat je bewust bent. Dit kun je ‘ongeconditioneerd’ bewustzijn, Christus-bewustzijn, Krishna-bewustzijn noemen. En de route daartoe loopt dus niet via het denken, maar gaat daaraan voorbij.

Zelf en Ander -en is dit apolitiek?

Naast onze kleine, geconditioneerde zelf van naam en vorm hebben (eigenlijk zijn) we dus een dieper of hoger Zelf. Dit heeft in verschillende religies een andere naam, die wijst naar hetzelfde.

Eknath Easwaran zegt: “ Compared with this Self – whom we call Krishna or Christ, Allah or Adonai or the Divine Mother – my own body is ‘outside’.”

Wanneer we (ons) dit realiseren, heeft dit een groot effect op onze relaties met anderen. We kunnen anderen nooit meer zien als ‘minder’ dan ons zelf. Maar ook niet als meer/beter dan ons zelf.

Door contact te leggen met die diepe kern in onszelf, realiseren we (ons) de volkomen verbondenheid de Bron én met andere mensen: “Ik ben de wijnrank, jullie zijn de takken” (Johannes, 15, 1-8) .

Een kleine parabel: in de Beatlesfilm ‘Help’ gaan John, Paul, George en Ringo na een dag van muziek en optredens ieder heerlijk naar hun eigen huis. Je ziet ze elk hun eigen deur binnengaan, gangen, trappen en kamers doorkruisen om uiteindelijk weer in een en dezelfde woonkamer uit te komen. Toch weer samen! In de film is het een soort grap. Maar zelf zag ik er een wonderlijke parabel in: als je de reis naar binnen aflegt en thuiskomt, kom je niet op de meest individuele plek, maar op de meest gemeenschappelijke, de plek waar God in jou woont, zou Henri Nouwen zeggen.

“Essence identity” is volgens Eckhart Tolle je diepste identiteit, de verticale dimensie, de stilte, de bron, de diepte, de verbondenheid. Dat is wie je eigenlijk bent. Dat kun je je realiseren op het moment dat het lawaai van je gedachten even ophoudt. Daar hoef je geen verhalen aan jezelf of over jezelf te vertellen. Dan ken je jezelf door jezelf te zijn. Mijn conclusie, en deze vind je ook in De Bhagavad Gītā en Dhammapada, maar ik haal nu de Bijbel aan:

 “Daarin is noch Jood noch Griek, daarin is noch dienstbare noch vrije, daarin is geen man en vrouw, want gij zijt allen één in Christus.”

Mensen zouden nu het idee kunnen krijgen: is dit niet apolitiek, verdoezelt het geen reële machtsverschillen? Wordt diversiteit niet onzichtbaar gemaakt enzovoorts.

Wie ben ik om te antwoorden? Waarom geen antwoord van mensen die het bovenstaande niet alleen predikten, maar ook tot het uiterste leefden. Ook voor ons allemaal een opdracht, want: you life is your message (Gandhi).

Jezus sprák niet alleen van ‘de andere wang’, hij liep ook niet weg voor de uiterste consequenties. Verder kent iedereen Thich Nhat Hanh, Vietnamese boeddhistische monnik en vredesactivist. Gandhi werd in 1948 vermoord door een extremistische hindoe. Terwijl hij in elkaar zakte, zegende hij de dader nog. Dat beeld ontroert me altijd. Als je luistert naar Britten’s War Requiem (op gedichten van Wilfred Owen) komt daar deze regel in voor:

“I am the enemy you killed, my friend.”

Last but not least, wil ik graag eindigen met een moslim. Khan, vriend van Gandhi –en dus moslim.

Abdul Khan heeft net als Gandhi delen van India bevrijd van de Britse overheersers. Hij deed dat met een geweldloos leger, waarin overigens ook vrouwen zaten. Khan baseerde zijn geweldloosheid op de Koran:

“Een ware moslim berokkent niemand schade door zijn woorden of zijn daden, maar werkt aan het welzijn en het geluk van al Gods schepselen. In God geloven betekent je medemensen liefhebben.”

Ik was opgetogen toen ik van Khan hoorde. Ik schreef een opiniestuk voor de kranten die zich toen vooral richtten op radicalisering en terreur. Geen enkele Nederlandse krant wilde mijn stuk plaatsen; in die periode verscheen er wel een serie artikelen over radicalisering. Deels ‘fake news’, bleek achteraf.

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
vincent

Vincent Duindam

Psycholoog en freelance docent

Vincent Duindam (1958) studeerde af in de Psychologie aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1991 geeft hij aan deze universiteit les, maar ook …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.