‘Het moet niet te veel gaan over culturele diversiteit hoor, daar zijn onze collega’s een beetje klaar mee.’ Of juist: ‘We willen gewoon weten hoe we met andere culturen omgaan. Gender en leeftijd, dat zit wel goed bij ons. Maar mensen met een andere cultuur… dat blijft ingewikkeld.’
Ik hoor dit soort opmerkingen vaker bij intakes. Soms uit persoonlijke ergernis, soms omdat het gewoon de heersende gedachte is in de organisatie. En toch: zodra ik in een training vraag naar praktijkvoorbeelden, komen we bijna altijd uit bij degene die zichtbaar anders is.
Intersectionaliteit leert ons dat ieder mens een mix is van kenmerken: gender, leeftijd, beroep, seksuele oriëntatie, karakter. Dat lijken in de opsomming gelijke stukken van een taart. Maar zodra etniciteit in die mix verschijnt, verandert het spel. Een kapper is gewoon een kapper tot het een Syrische kapper is. Een tiener die rondhangt is gewoon een puber, tot het een jongen met een migratieachtergrond is dan heet het overlast. Een assertieve vrouw? Prima. Totdat ze zwart is. Dan heet het ineens agressief. Een gezin in een rijtjeshuis is doorsnee, tot het een Eritrees gezin is dan heet het integratieprobleem en oorzaak van de wooncrisis.
Onderzoekers noemen dit ‘Double Jeopardy’: het moment dat meerdere identiteiten samen juist méér risico op uitsluiting geven. En keer op keer blijkt dat etniciteit daarin de zwaarste kaart is. Het bepaalt of je serieus genomen wordt, of je een kans krijgt, of je überhaupt gezien wordt als ‘normaal’. Wanneer je door de schuiflens van etniciteit kijkt, verschuiven alle kaarten op tafel.
Die verschuiving werd pijnlijk zichtbaar bij de gruwelijke moord op de 17-jarige Lisa. Nog voordat er een broodnodig gesprek kwam over femicide en de dagelijkse onveiligheid van vrouwen, trok men de etniciteitskaart. Ineens ging het niet meer over mannen die vrouwen doden, maar over de woonlocatie en afkomst van de dader. Het blik met racisme werd opengetrokken en verkiezingsretoriek nam het gesprek over.
Nog steeds was het een man. Nog steeds had het dáár over moeten gaan. Maar nee AZC en niet-autochtoon klinken beter. En zo hoeven we weer even niet naar onszelf te kijken.
En misschien is dat wel de hardste waarheid: zolang etniciteit op tafel ligt, spelen we geen eerlijk spel. De kaarten zijn gemarkeerd en de uitkomst ligt vaak al vast.
