De eerste brief van Mikkers vindt u hier. De reactie van Voorberg vindt u hier. Vandaag de tweede brief van Mikkers.
—
Beste Rikko,
Dank allereerst voor jouw brief. Mijn eerste gedachte was dat de grondtoon van onze brieven – om deze wereld beter achter te laten – niet zoveel verschilt. Jouw kijk op geloof is mogelijk optimistischer dan de mijne. Geloof is voor mij soms onaanvaardbaar omdat het ook ellende veroorzaakt. Mijn pleidooi voor een ruimhartige theologie is een uitvloeisel van mijn waarneming dat geloof kan perverteren en een reden is om mensen buiten te sluiten, een oorlog te beginnen of te rechtvaardigen of mensen te discrimineren op verwerpelijke gronden.
Ik vind het moeilijk te begrijpen dat kerken in onze samenleving niet de waakhond zijn van het non-discriminatie beginsel. Dat beginsel staat wat mij betreft dichtbij de wijze waarop Jezus mensen benaderde. Misschien is de overheid op dit punt wel vromer en milder dan menig geloofsgemeenschap. Mijn steen in de vijver – over het koppelen van een belastingvoordeel voor kerken en moskeeën aan dit non-discriminatie beginsel – was een poging om dit aan de orde te stellen. Ook uit frustratie. Ik heb wel eens bijeenkomsten bijgewoond waar religieuze vertegenwoordigers zonder met hun ogen te knipperen homoseksualiteit in niet mis te verstane bewoordingen veroordeelden. Terwijl ik dan alleen maar dacht: “Het meest heilige moment van de dag moet nog komen als ik straks mijn echtgenoot weer thuis begroet”.
Het doet me echt goed dat ik in jouw brief geen veroordeling lees van homoseksualiteit. Mocht dit op je pad komen, dan wens ik je moed toe om op te komen voor homoseksuele vrouwen en mannen. Stuur hen alsjeblieft niet door naar de Remonstranten. Dat is te gemakkelijk. Dat is zoiets als vrouwen die in Saoedi-Arabië auto willen rijden, voorhouden dat ze dan maar moeten emigreren. Achter het weigeren van de zegen gaat een wereld schuil waarin relaties tussen mensen onder druk komen te staan, families uit elkaar groeien en erger. Het zelfmoordcijfer onder jonge homoseksuele mensen met een religieuze achtergrond ligt significant hoger. In Nederland gaat de discussie misschien om homo’s die kunnen trouwen in de kerk of als een docent voor de klas mogen staan maar in het buitenland ligt het allemaal nog scherper. Bij mijn huwelijk was een vriend uit Georgië aanwezig voor wie een coming out in eigen land sociale suïcide zou zijn. “Er zijn zelfs kinderen op dit feest”, zei hij ontroerd. Laatst was ik bij een bijeenkomst waar een homoseksuele vluchteling uit Oeganda zijn verhaal vertelde. Het lijden van deze mensen kan ik niet opheffen maar ik blijf het verband – en misschien wel oorzaak en gevolg – tussen deze verhalen en geloof aankaarten ook al schop ik dan wellicht tegen menig zeer been.
Godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid zijn ooit bedacht om lijden dat mensen elkaar aandoen te voorkomen, toch niet om het te rechtvaardigen? Nog niet zolang geleden kwamen in Nederland orthodoxe gelovigen met Bijbelse argumenten op voor christenen in Zuid-Afrika die de apartheid verdedigden.* Valt daar niet iets van te leren?
Ik weet ook niet of de samenleving ‘om’ is op dit punt zoals jij schrijft. Ik ervaar zelf iets anders. Homo-emancipatie is buitengewoon kwetsbaar. Hand in hand met mijn man door de Haagse binnenstad lopen? Ik kijk wel uit. Ik woon naast een school. Als ik met mooi weer het raam open zet hoor ik kinderen die homo als scheldwoord gebruiken.
Ik moet bekennen dat ik je gebruik van begrippenparen als kerk en samenleving of kerk en wereld als krachten die los van elkaar te verkrijgen zijn, niet helemaal terecht vind. Kerken maken gewoon deel uit van de samenleving. Godsdienst is wat mij betreft geen moraalmonopolist.
Niemand leeft voor zichzelf alleen. Is het onverdraagzaam om medegelovigen daarop aan te spreken? Je zult mij niet horen zeggen dat ik het uithangbord van verdraagzaamheid ben of dat remonstranten de betere kerk vormen voor iedereen.
Over de betekenis van de campagne van de remonstranten zou ik graag met je van gedachten willen wisselen. Niet alleen de inhoudelijke keuzes voor de pay-off ‘Geloof begint bij jou’ en de ‘Mijn God’-slogans maar ook over deze methode die zich afspeelt in een heel ander taalveld. Hoe kijk jij daar tegen aan? Hoe bouw jij in Amsterdam aan jouw kerk? Welke mensen bereik jij? In jouw ‘Mijn God’-slogans lees ik een pleidooi voor heilige verontwaardiging. Dat spreekt me aan. Dit brengt mij wel bij mijn vraag aan jou of het geloof ook object van protest mag zijn. Maakt godsdienst- en kerkkritiek ook deel uit van het werken aan een betere wereld?
Overigens realiseer ik mij dat ik de neiging heb om de grote lijnen aan te geven. Dat gaat soms ten koste van de nuance. Breng die gerust in. Dat waardeerde ik zeer in jouw brief.
Hartelijke groet,
Tom
* Over kerken en apartheid vond ik dit artikel: http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/3559148/2013/12/09/Waarom-bleven-gereformeerden-zo-lang-pro-apartheid.dhtml
Ik kan heel ver meegaan in de redenering van Mikkers. Maar er blijft bij mij iets ongemakkelijks zitten als het gaat om begrip hebben voor mensen die homoseksualiteit zien als iets wat niet natuurlijk is, wat niet bijbels is. Mijn vraag aan dhr. Mikkers is dan ook: heeft hij hiervoor geen enkel begrip? Moet iedereen op dit punt zo snel mogelijk gaan denken als dhr. Mikkers?
Een reactie aan Kees Immers: ik vind het een bijzonder goed punt dat je maakt: Je wijst hier op het gegeven dat het pleidooi voor tolerantie als consequentie ook het tolereren van intolerantie zou moeten inhouden. Dat is een punt voor degene die verdraagzaamheid nastreeft en voor hem alleen. Ik ben ook benieuwd hoe Mikkers dat ziet.
De afsluitende vragen zijn tendentieus: ‘geen enkel begrip’ en ‘moet iedereen’ en ‘zo snel mogelijk’ zetten de genuanceerde uitspraken van Mikkers in vals licht.
@ Kees Immers, in jouw reactie viel mij een woordencombinatie op die misschien precies de kern van het probleem ‘homoseksualiteit en christendom’ raakt: “homoseksualiteit zien als iets wat niet natuurlijk, wat niet bijbels is”.
Homoseksualiteit is natuurlijk! Net zo natuurlijk als vlinders met vleugels en spinnen met acht poten.
De bijbel gaat over het zoeken naar harmonie tussen natuur als schepping en de mens en mensen onderling. Centraal staat het gebod van de liefde. Door mensen met een natuurlijke aanleg voor wat dan ook uit te sluiten, ga je in tegen de belangrijkste geboden: heb God lief en je naaste (die ook door Hem geschapen is).
Homoseksualiteit
Het is niet goed dat de mens alleen is, dacht God.
Ik zal een helper maken die bij hem past, zei God.
En het paste, wonderwel.
Maar door een speling van natuur of cultuur
past het niet altijd meer zo
en blijven mensen alleen.
Dat is niet goed, had God gezegd.
Nu zijn zij helpers voor elkaar,
monogaam en samen
op weg naar Hem en naar elkaar,
gezegend en tot zegen.
Twee bijeen in zijn naam
en Hij er bij.
Francien van Overbeeke
Niet mee eens.