Beste Tanja,

Laat ik beginnen met een reactie op wat je in het laatste stukje van je bijdrage zegt: “het is een vermoeiende discussie”. Er zijn inderdaad weinig onderwerpen waar zoveel ongemak bij komt kijken. Ik herken ook wel wat van waar jouw vermoeidheid en ongemak vandaan komen. Daarover later meer, maar voor nu wil ik allereerst zeggen dat ik hier geen definitieve antwoorden ga geven op de vraag naar de betekenis van racisme. Want al heb ik mij in het onderwerp verdiept, ik ben geen expert. Er zijn veel betere bronnen waar ik ongetwijfeld op terug zal komen. Bovendien is het wellicht beter om eerst een paar stappen terug te doen in het (zelf)onderzoek dat jij beoogt, en dat ik enkele jaren geleden ook begonnen ben.

Net als jij ben ik opgegroeid in een omgeving met weinig diversiteit op het gebied van huidskleur. Aldaar heb ik wel fatsoen en maatschappelijke betrokkenheid van mijn ouders meegekregen, maar geen groot politiek engagement. Het bewustzijn van ras en racisme dat ik tot enkele jaren geleden had, is op zijn best oppervlakkig te noemen. Ter illustratie: als kind schrok ik enorm van het agressieve racisme van een buurman op het moment dat er sprake was van mogelijke vluchtelingenopvang in onze wijk. Zijn racistisch dreigement echoot nog altijd na in mijn hoofd. Dat dit fout was, voelde ik in heel mijn lijf. Maar als tiener speelde ik zonder problemen Zwarte Piet. Een dommige, ook nog. Dit is tekenend voor het beeld dat ik jarenlang heb gehad van racisme: dat racisme de bewuste minachting is van mensen met een andere huidkleur, met de eventuele gevolgen van die minachting in woord, daad en beleid.

Tijdens mijn studies heb ik me actief met het onderwerp beziggehouden. Ik schreef diverse papers over rassenverhoudingen in Amerika en over de Apartheid in Zuid-Afrika. In 2013 studeerde ik af aan wat onderzoeker Nancy Jouwe onlangs de “witste universiteit van Nederland” noemde, de Universiteit voor Humanistiek. Daar staat de humanisering van de maatschappij en van organisaties centraal. Humanisering. Vermenselijking. De mens recht doen. Natuurlijk was hier aandacht voor menselijke diversiteit. Dat kan ook niet anders wanneer je streeft naar vermenselijking. En toch, kan ik nu stellen, heb ik ook tijdens al die jaren van studie aan Nederlandse universiteiten nauwelijks een dieper besef gekregen van wat racisme precies is. Dat kwam pas na mijn studietijd. Toen kwam het besef van wat jij schrijft: we zijn zo wit dat we het racisme niet herkennen. Als Nederlander in de Nederlandse context kun je zó wit zijn dat je de witheid niet meer ziet.

Ik schrijf dit alles om jou aan te geven dat ik ook niet ben geboren of opgevoed met een andere visie of kennis van ras in Nederland. Anders gesteld: enkele jaren geleden stond ik waar jij nu staat. In het Witte Wonderland. In zekere zin een veilige plek, maar een waar ik – ondanks het ongemak dat bij antiracisme komt kijken – niet meer naar terug wil. Omdat het voelt als een groot (zelf)bedrog. Een mythe. Een sprookje. Fijn om in te geloven, zoals Sinterklaas dat ooit was, maar een die voor anderen een dehumaniserende werking heeft.

Laat ik nog even ingaan op wat punten die jij aanstipt. Het zijn er veel, dus laat ik er even wat liggen. Naast een hoop antwoorden, die ik later misschien met je wil verkennen, heb ik vooral veel vragen voor je. Je benoemt de bezwaren tegen de zwartgeschminkte Piet en het ‘n-woord’ [‘neger’, red.]. Je geeft aan niet geheel te begrijpen waar die vandaan komen en geeft zelfs tegenargumenten. Mijn vraag hierbij is dan: welk onderzoek heb je gedaan naar de bezwaren? Wie heb je gesproken, wat heb je gelezen of gehoord over het gebruik van dit soort woorden en tradities? Wat maakt dat je stelt dat de discussie de woorden en tradities beladen maakt, en niet de zaken die we bespreken? Daarmee problematiseer in je feite de zwarte of anti-racistische stemmen, maar niet de omstreden gebruiken. En zorgt dat er niet juist voor dat je je racistisch gaat voelen, waardoor het ongemak alleen maar toeneemt?

Ik denk dat het heel belangrijk is dat we leren onze taal en gebruiken te problematiseren. Niet om meteen alles terzijde te schuiven, maar wel om het kritisch te kunnen onderzoeken. Als filosoof ben jij waarschijnlijk dol op problematiseren, niet? Dat doe je waarschijnlijk volop. Weet je waarom de vermoeidheid dan juist bij deze discussie toeslaat? Waarom je hierbij “Nee hè” denkt? Is dat bij andere vraagstukken waarbij woorden, ideeën of tradities worden geproblematiseerd ook het geval? Mijn vragen zijn misschien niet makkelijk te beantwoorden. Dat hoeft ook niet. Het zijn de soort vragen die ik mezelf heb gesteld, toen het appel op mij werd gedaan om mijn Wit Wonderland beeld bij te stellen. Door blogs en tweets, door de Pietendiscussie. Ik kan je vertellen: dat is soms een worsteling. Ik ben wel eens fysiek ziek geworden, omdat ik zoveel dingen in mijn hoofd niet recht gebreid kreeg. Het was het waard. Uiteindelijk is het de sleutel naar mijn eigen bevrijding geworden en de opening naar een echt humaniserende visie.

Laat ik eindigen op een minder persoonlijke noot, maar een maatschappelijke kwestie. Zoals je weet hebben vrouwen en homo’s in Nederland een behoorlijk succesvolle emancipatiestrijd gevoerd. Deels gericht op wetgeving, deels op sociale emancipatie. Hierbij zijn globale beginpunten te benoemen, of golven, en concrete successen. Mijn vraag aan jou: Wanneer is volgens jou de emancipatiestrijd van Nederlanders van kleur begonnen, doorgebroken en voltooid?

Alle kracht bij het ongemak!
Bart

Bart Mijland

Bart Mijland

Humanist

Bart Mijland is de Groen & Kleurrijke Humanist. Hij houdt zich bezig met vraagstukken rondom duurzaamheid, diversiteit en inclusie. Hij …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.