Hun achtergronden lijken op het eerste gezicht mijlenver uiteen te liggen. Glenn groeit op in een multicultureel Curaçao, Noor in een overwegend witte Nederlandse omgeving waarin het koloniale verleden nauwelijks onderwerp van gesprek is. Toch ontdekken zij, ieder langs een heel andere weg, dezelfde overtuiging: een mens kan pas werkelijk zichzelf zijn wanneer hij zich verbonden weet met anderen. Niet ondanks verschillen, maar juist erdoorheen.

Hun gesprek gaat over identiteit, koloniale geschiedenis, migratie en uitsluiting. Maar uiteindelijk vooral over worteling. Over wat een mens nodig heeft om niet alleen een plek te hebben, maar zich ergens thuis te voelen.

Glenn: In 1955 word ik, Glenn, geboren als jongste van drie kinderen in Willemstad, Curaçao bij Surinaamse ouders, beide van gemengde bloeden. In ons leven is multiculturaliteit een gegeven. Geen huidskleur is hetzelfde, met elke vertakking lijkt er een nieuwe kleurencompositie te zijn ontstaan. Al vroeg weet ik: wij zijn één in verscheidenheid. Ironisch genoeg is het ‘de beschaving’ die deze diepgewortelde waarheid doet wankelen in mij. Er werd mij geleerd om ‘beschaafd’ te zijn. Niet uit menselijkheid, maar opgelegd vanuit dominantie. Hoe meer je je kan meten aan wat de kolonisator als ‘beschaafd’ ziet, hoe hoger je stijgt op de maatschappelijke ladder. En als bij jouw vertakking de huidskleur een tint lichter was uitgevallen, dan wellicht nog net een trede hoger. Dat hiërarchische wereldbeeld vervreemdt mensen van zichzelf én van elkaar. De sporen ervan zien we nog altijd terug in maatschappelijke discussies over raciale gelijkheid en institutioneel racisme. Het koloniale denken verdwijnt niet vanzelf wanneer een kolonie ophoudt te bestaan; het nestelt zich in onze blik op onszelf en de ander, maar ook in het lichaam, dat leert wie zich vrij mag bewegen, wie zich moet aanpassen en wanneer het veilig is om volledig zichzelf te zijn.

Noor: Een paar jaar na Glenn, wordt mijn moeder ook in Willemstad geboren, als dochter van twee witte Nederlanders. Later verhuist het gezin terug naar Nederland, waar ik, Noor, een huwelijk en dertig jaar later, opgroei als jongste van drie kinderen in een homogene omgeving. Onder mijn ouders en hun vriendenkring is eigenlijk maar één tint te vinden: wit. Curaçao, daar spreken we niet over. Het was een ‘buitenlandervaring’ en geen wezenlijk onderdeel van mijn belevingswereld. Zo spreken we ook niet over mijn grootmoeders opgroeien in Batavia, zoals de koloniserende Nederlanders Jakarta destijds noemden, en haar verblijf in een Japans interneringskamp. Waar voor Glenn verscheidenheid vanzelfsprekend is, ontbreekt die in mijn wereld bijna volledig. Juist daardoor groeit het verlangen om uit die beklemmende vanzelfsprekendheid te breken. Ik wil begrijpen waar ik vandaan kom. Ik wil de mens ontmoeten, in al haar kleuren. Zodra ik de leeftijd van een puber bereik, kom ik in verzet.

zomergast3
Glenn Helberg Beeld door: VPRO

Glenn: Op 17-jarige leeftijd vertrek ik naar Nederland om te studeren. Mijn vader geeft me de woorden mee die ik tot de dag van vandaag bij me draag: daar waar je het goed hebt, is je vaderland. Dat bracht hem ooit naar Curaçao. Het doel van mijn jonge zelf is dan ook eenduidig: het goed gaan hebben. In Nederland wordt me duidelijk dat verscheidenheid hier geen eenheid betekent. Als de slager uit nieuwsgierigheid aan mijn haar begint te trekken, besef ik: ik ben anders. Een periode van worstelen en zoeken breekt aan, waarin de kou letterlijk in mijn lijf kruipt. Ik mis warmte. Ik mis familie. Ik mis een ‘wij’. En dus blijf ik terugvallen op het advies van mijn vader en probeer ik het goede te creëren. Door het in mezelf aan te boren: mijn diepe verbinding met mijn voorouders, mijn sterke vertrouwen in wie ik ben en mijn talent om mensen te onderwijzen en begeleiden. Ik heb het allereerst goed te hebben in mijn eigen lijf. Daar begint mijn reis.

Noor: Op 16-jarige leeftijd voel ik het in mijn lijf: ik wil gaan. Ik verhuis in mijn eentje naar de Verenigde Staten waar ik op school kom met leerlingen uit tachtig verschillende landen. In mijn geschiedenisles behandelen we wereldoorlogen en terwijl mijn klasgenoten uit onder andere Israël, Irak, Palestina, Duitsland, de Verenigde Staten en Liberië hun kennis delen, buitelen de verschillende perspectieven over elkaar heen. Het zet mijn leven op zijn kop. De waarheid ontstaat in de blik die haar waarneemt. Jaren leef ik met mensen van over de hele wereld en groeit ook in mij die diepgewortelde waarheid: wij zijn één in verscheidenheid. Mijn werk brengt mij verder de wereld over, naar Palestina, Congo, Oeganda, Kenia en Libië. En overal kom ik mensen tegen die in beweging zijn: van het platteland naar de stad, van conflict naar vluchtelingenkamp, van hier naar daar. Hoe divers hun verhalen zijn, zo soortgelijk is hun zoektocht: het goed hebben, ergens onderdeel worden van het ‘wij’. Het zet me aan het denken over hoe wij in Nederland omgaan met verschil en samenleven. Wat betekent het om ergens thuis te zijn?

Glenn: Als jonge dokter verhuis ik tijdelijk terug naar Curaçao, naar mijn ‘wij’. Ik begon in Nederland naar mezelf te kijken door de ogen van witte mensen. Ik was vervreemd van mezelf. Het was tijd om mezelf te hernemen. Daar, bewegend tussen die twee werelden, leer ik te balanceren tussen ‘ik’ en ‘wij’. Ik verken mijn stem, mijn lijf, mijn spiritualiteit. Het slavernijverleden heeft onze ‘wij’ deels kapotgemaakt. Het mechanisme om iemand tot de ander te maken is in ons gaan zitten. Tijdens mijn reis ga ik ook op zoek naar hoe ík mensen tot ‘de ander’ maak, en daarmee mezelf vereenzaam. De diepe verbintenis met mijn vader en mijn overleden moeder doet me inbedden. Ik ga op zoek naar een ervaring van autonomie, zonder alles zelf te hoeven doen. Een gevoel van intens geluk, waar ‘de ander’ onderdeel van is. Het besef dat geschiedenis en trauma ook vandaag nog verdeeldheid creëren, versterkt mijn motivatie om verbinding te zoeken.

Noor C
Noor Cornelissen

Noor: Na meer dan 10 jaar in het buitenland te hebben gewoond, mis ik mijn ‘wij’. Ik wil niet dolen. Ik wil wortelen, juist in mijn geboortegrond. Bij terugkomst in Nederland solliciteer ik bij de overheid. Tijdens het gesprek wordt gevraagd of ik een Nederlandse taaltoets wil afleggen. ‘Je praat anders’, krijg ik te horen. Ze willen zeker weten dat ik me voldoende kan uitdrukken. Het is een klein incident. Niet te vergelijken met de systematische uitsluiting die veel mensen in Nederland dagelijks ervaren. Toch raakt het me. Niet omdat mijn taalvaardigheid ter discussie staat, maar omdat ik plotseling hoor: misschien hoor jij hier niet helemaal meer thuis. Ik merk hoe snel zo’n ervaring aan je identiteit raakt. Als Nederlands blijkbaar niet vanzelfsprekend mijn moedertaal is, welke taal dan wel? Wie bepaalt eigenlijk waar iemand thuis is? Vanaf dat moment reis ik opnieuw, maar deze keer niet de wereld over. Ik keer naar binnen. Langzaam begin ik te zien hoe subtiel uitsluiting kan werken. Niet alleen in persoonlijke ontmoetingen, maar ook in instituties en systemen. Hoe gemakkelijk mensen het gevoel kunnen krijgen dat zij zich eerst moeten bewijzen voordat zij erbij mogen horen.

Glenn: Mijn zoektocht brengt mij uiteindelijk naar de psychiatrie, en in het bijzonder naar de transculturele psychiatrie. Daar zie ik hoe de samenleving zich weerspiegelt in individuele levens. Psychisch lijden ontstaat natuurlijk niet alleen door maatschappelijke omstandigheden, maar de samenleving kan mensen wel helpen zich te ontwikkelen of hen juist vervreemden van zichzelf en van anderen. Wat mij steeds opnieuw opvalt, is hoe sterk onze cultuur de nadruk legt op het individu. Leren goed voor jezelf te zorgen is belangrijk. Ook mijn eigen reis begon daar. Maar het blijft niet bij het ‘ik’. Uiteindelijk vraagt een mens ernaar zich te verbinden, zich ergens in te bedden, onderdeel te worden van een groter geheel. Juist daar lopen we vandaag vast. Wanneer de politiek voortdurend spreekt over mensen die er wel of niet bij horen, raakt dat iets fundamenteels. Angst voor de ander ontstaat niet uit het niets. Zij heeft geschiedenis. Oorlogen, verlies, kolonisatie, dekolonisatie en ontwrichting hebben diepe sporen nagelaten, ook in de witte Nederlandse samenleving. Onverwerkt verlies kan zich uiten in wantrouwen tegenover het onbekende. Dat betekent niet dat angst de toekomst hoeft te bepalen. Juist wanneer we haar leren herkennen, ontstaat er ruimte om opnieuw verbinding te maken.

Noor: Toen er bij mijn werkgever, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een rapport verscheen over institutioneel racisme, merkte ik hoe snel ook ik mezelf buiten het verhaal plaatste. Mijn eerste gedachte was: hier hoor ik niet bij. Na de verkiezingen van 2023 stelde ik mezelf opnieuw dezelfde vraag: wil en kan ik hier nog wel thuis zijn? Gaandeweg begon ik te begrijpen dat ik daarmee precies hetzelfde mechanisme volgde dat ik bij anderen bekritiseerde. Zodra iets me vreemd werd, nam ik er afstand van. Vanuit mijn verlangen naar verbinding plaatste ik mezelf buiten het geheel. Ik kan niet ontkennen dat er een ‘wij’ en een ‘zij’ bestaat. Tegelijkertijd besef ik dat ieder mens in beide categorieën terecht kan komen, afhankelijk van wie kijkt. Ook als je veel innerlijk werk doet, zullen anderen je soms blijven indelen zonder je werkelijk te kennen. Dat besef is pijnlijk, maar ook bevrijdend. Want als niemand volledig kan bepalen waar ik thuis hoor, dan begint thuis uiteindelijk bij de relatie die ik met mezelf heb. Vanuit die plek kan ik ophouden uitsluitend het probleem te analyseren of mij ervan te distantiëren. Dan wordt zichtbaar dat ik niet alleen onderdeel ben van de oplossing, maar ook van het systeem dat verandering nodig heeft.

Glenn: Ondanks dat politici uitstralen dat bepaalde groepen mensen niet in Nederland horen, doen de meeste mensen toch hun uiterste best om bij te dragen aan de samenleving. Om hier te wortelen. Moet je je eens voorstellen wat voor een kracht we kunnen ontketenen als mensen hier ook actief verwelkomd worden. De potentie is groot als mensen niet vanuit angst en inpassing deelnemen, maar vanuit vrijheid, autonomie en authenticiteit. Dan kunnen we samen een bloeiende en krachtige samenleving ontwikkelen. Dat brengt mij hoop.

Noor: Ik draag de woorden van Glenns vader inmiddels ook met me mee: daar waar je het goed hebt, is je vaderland. Maar ik merk dat onze tijd om een volgende stap vraagt. Het gaat niet alleen om de vraag waar ík het goed heb. De grotere vraag is of wij een samenleving bouwen waarin steeds meer mensen het goed kunnen hebben. Met elkaar.

Dat begint bij ieder van ons. Iedere keer dat we een ander uitsluitend benaderen als vertegenwoordiger van een groep, verliezen we iets van de mens die voor ons staat. En uiteindelijk ook iets van onszelf. Ik ben gaan begrijpen dat worteling geen individueel project is. Natuurlijk vraagt het moed om jezelf te leren kennen. Maar niemand wortelt alleen. Dat kan alleen in relatie tot anderen.

Glenn: We denken misschien dat een samenleving begint bij wetten, beleid of instituties. Volgens mij begint zij eerder. Zij begint op het moment waarop iemand ervaart: ik mag hier bestaan. Dat is geen zachte gedachte. Het is misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor een gezonde samenleving. Wie zich voortdurend moet verdedigen, kan moeilijk vertrouwen ontwikkelen. Wie zich niet gezien voelt, zal zich uiteindelijk terugtrekken of verharden. Maar wie zich welkom en veilig weet, krijgt ruimte om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel. Daarom geloof ik dat de tegenhanger van polarisatie niet in de eerste plaats verbinding is. De tegenhanger van polarisatie is een samenleving waarin mensen zich veilig genoeg voelen om te kunnen wortelen.

Glenn Helberg is transcultureel psychiater en schrijver. Hij was onder meer voorzitter van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders en lid van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden.

Noor Cornelissen
is beleidsadviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en oprichter van Stichting Rooted, die zich inzet voor een gewortelde samenleving.

Lees ook

Rooted Festival op 29 augustus in Hilversum

Derde editie Rooted Festival op De Hoorneboeg in Hilversum

Logo_Personen

Redactie Nieuw Wij

Heeft u ook een nieuwstip? Of wilt u zelf publiceren? Laat het ons weten via de contactpagina.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.