Op 13 september 1944 wordt in concentratiekamp Dachau een jonge vrouw geëxecuteerd. Het laatste woord dat ze uitspreekt voor ze vermoord wordt, is zodanig opvallend dat het van verschillende kanten gedocumenteerd is gebleven: “Liberté!” (Frans voor: “Vrijheid!”). Politieke vrijheid, natuurlijk; een algehele bevrijding van de bezetting van Nazi-Duitsland. Sommigen noemen het haar laatste daad van verzet tegen de Nazi’s: een provocatieve roep dat de vrijheid toch wel zou komen, of zij haar nu op dat moment zouden executeren of niet. Maar wie de uitingen van de vader van deze jonge vrouw kent, weet dat ze óók refereerde aan een ander soort vrijheid: spirituele vrijheid. Een staat waarin de mens niet meer afhankelijk is van uiterlijke omstandigheden en de stroom aan hersenspinsels van zijn geest. Een staat waarin de mens ook hier op aarde al een glimp kan opvangen van het Goddelijke. Het was dit soort vrijheid waar de vader van de jonge vrouw, Hazrat Inayat Khan, zijn leven en leringen aan had gewijd. En op dat moment voor haar, Noor Inayat Khan, allicht de ultieme bevestiging van het soefipad waar haar vader haar al van jongs af aan in had getraind.

Over Noor Inayat Khan en haar unieke levensloop zijn inmiddels al vele publicaties verschenen. Soms in de vorm van een roman, soms in de vorm van journalistieke non-fictie en in documentaires en films. Maar onlangs wist de Britse journalist Waseem Mahmood, door hernieuwde grondige research in archieven en getuigenissenverklaringen, een zo mogelijk nog indringender en gedetailleerder studie naar het laatste jaar van Noors leven samen te stellen. Hiermee worden alle stereotypen die er nog bestonden over mystiek of spiritualiteit als poëzie voor de teerhartigen, definitief teniet gedaan.

Hazrat Inayat Khan

Hazrat Inayat Khan (1882-1927) was een Indiase professor in de klassieke Indiase muziek en mysticus. Hij groeit op in een vooraanstaande islamitische familie in India, met veel invloeden vanuit het hindoeïsme en andere religieuze stromingen. In 1910 reist hij met zijn broers naar de Verenigde Staten en Europa om zijn kennis te verbreden. Daar waar de klassieke Indiase muziek een vanzelfsprekende spirituele component heeft, moet hij dit aan zijn Westerse publiek uitleggen. Van lieverlee wordt zijn uitleg over die spirituele dimensie (het Indiase soefisme) beroemder dan zijn muziek zelf. Op die manier komt Inayat Khan te boek te staan als ‘de stichter van het Westers soefisme’. Tot op de dag van vandaag zijn er in zowel Amerika als Europa verschillende soeficentra te vinden, die allemaal claimen de leringen van Hazrat Inayat Khan als basis te hebben. Zijn leer omvat meest door derden opgetekende filosofische verhandelingen, evenals fysieke trainingen voor persoonlijkheidsvorming.

Noor Inayat Khan

Noor Inayat Khan (1914-1944), dochter van de Indiase mysticus Hazrat Inayat Khan, groeit op in Parijs, alwaar ze pedagogiek en muziek studeert. Ze schrijft kinderboeken en poëzie. In 1940 vlucht de familie naar Engeland, waar Noor zich aansluit bij de vrouwenafdeling van het Britse leger. Vanwege haar beheersing van het Frans, wordt ze uiteindelijk gestationeerd in Parijs als SOE-agent. Deze Special Operations Executive’s zijn getraind om het Franse en Britse verzet tegen de Nazi’s te ondersteunen door middel van spionage en sabotage. Vanaf juni 1943 is zij de enig overgebleven radio operator in Parijs die geheime informatie aan Londen door weet te spelen. Ze wordt verraden door een bekende en rond 13 oktober 1943 opgepakt door de Nazi’s. In november 1943 wordt ze geclassificeerd als Nacht en Nevel-gevangene en overgebracht naar de Pforzheim gevangenis in Zuidwest Duitsland. Op 11 september 1944 komt het SS-bevel om Noor te deporteren naar concentratiekamp Dachau, teneinde daar geëxecuteerd te worden.

Noor Inayat Khan neemt in veel opzichten een opvallende plek in bij de geschiedschrijving over de Holocaust. Relatief veel ooggetuigen herinnerden zich haar als uitzonderlijk. Tevens is er veel materiaal over haar en haar directe omgeving naar boven gekomen in de diverse archieven.

Veel van de uitgekiende en sadistische technieken die de Nazi’s inzetten om hun (al dan niet politieke) gevangenen te intimideren, vernederen en martelen, zijn bekend. Teruggevonden SS-handleidingen en getuigenissen laten zien dat religieuze, etnische en culturele vernedering ingecalculeerd werd. Op Noor Inayat Khan werd, vanwege haar onverzettelijke houding, steeds sterker ingezet.

Ongenaakbare houding

Al tijdens haar eerste, Parijse gevangenschap wordt Noor overgoten met ijskoud water en vervolgens  ondervraagd in een kamer waar de ramen wijd open staan om de winterse vrieskou binnen te laten. Ze draagt niets anders dan een dun, doorweekt hemd. Een getuige beschrijft: “Noors huid had een blauwe gloed, ze stond blootvoets op de stenen grond [… ] maar wanneer er vragen geschreeuwd werden, leek ze dwars door de ondervrager heen te kijken, alsof hij er niet was.” Een SS-dokter noteerde in zijn medisch rapport: “Gevangene 6254 vertoont een ongebruikelijk hoge pijngrens en hoge weerbaarheid tegen temperatuurwisselingen. Mogelijke afwijking van het zenuwstelsel.”

De ongenaakbare houding van Noor, door de Nazi’s geduid als arrogantie en door de arts als medische afwijking, wordt door bovengenoemde journalist Mahmood geduid als ‘muraqaba’. Een in soefikringen gebruikte methode om met zeer gerichte aandacht enkel nog op het Goddelijke te focussen, zodat het hier en nu meer op de achtergrond verdwijnt. Een vrouwelijke medegevangene van Noor noteerde in haar (clandestiene) dagboek: “De Indiase vrouw onderging de ergste marteling, vanwege haar weigering om haar loyaliteit aan de Britten op te geven. Maar haar folteraars raakten gefrustreerd; ze klaagden dat zij ‘zich in zichzelf terugtrok’ wanneer zij in elkaar geslagen werd.”

In de Pforzheim gevangenis moeten gevangenen zich volledig ontkleden in een koude, helverlichte kamer, met bewakers van beide seksen die hen bekeken. In één van de SS-trainingshandboeken is een aparte passage voor gevangenen met een islamitische achtergrond opgenomen:  “Schaamte is een wapen. Gebruik het speciaal tegen religieuze gevangenen, in het bijzonder moslims, voor wie kuisheid een kernwaarde is.” Maar ook hier treffen zij Noor in haar spirituele standvastigheid. Een getuige vertelt: “Ze bedekte zichzelf met haar handen en keek recht vooruit, zwijgend.”

Psychologische oorlogsvoering tegen de religieuze identiteit werd doelbewust ingezet: “Identificeer wat voor de gevangene de belangrijkste bron van kracht is en elimineer het. Voor religieuze gevangenen betekent dit: onheilig hun symbolen en schendt hun taboes”, leest een SS-handleiding. Volgens een getuige betekende dit voor Noor dat “Haar gebedssnoer, waarmee zij dhikr ( eenherhaling van bepaalde religieuze frasen in een bepaald ritme, red) kon praktiseren, voor haar ogen in de prullenbak werd gegooid. Zij keek zwijgend toe.”

Haren werden om eenzelfde reden afgeschoren: “We wisten dat haren voor veel vrouwen, met name vrouwen met een meer traditionele achtergrond, het verlies van haar een belangrijke psychologische klap zou zijn. Niet alleen in uiterlijk, maar ook als vorm van culturele identiteit. Het scheren van haren verzwakt de raciale trots bij niet-Ariers. Zeker voor Oosterse vrouwen staat het haar voor waardigheid en status.”

Eén hoofdstuk uit de Koran staat centraal tijdens de getuigenissen over Noors volharding: hoofdstuk 24, al-Noor (‘Het licht’). Medegevangenen hoorden haar frasen repeteren in een taal die zij niet thuis konden brengen (Arabisch – red), maar die een onmiskenbare cadans had. In de wand van haar cel zijn later gedeelten van dit hoofdstuk teruggevonden; met een steentje of speld in de stenen muur gekrast. Dit naast het woord dat ze als laatste uit zou spreken: liberté.  In de woorden van Noors biograaf: “Zij bevond zich fysiek in absolute duisternis, maar vond in zichzelf het licht.”

Dit artikel verscheen eerder in De Linker Wang.

Nuweira-van-Goens-Youskine

Nuweira van Goens Youskine

Islamoloog

Nuweira van Goens Youskine is islamoloog
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.