In het appartement waar ven. Gendun woont in Amsterdam-Oost hangen kleurrijke banieren (thangka’s) aan de muur en staat in een statige houten boekenkast een beeld van Ganapati (als manifestatie van Avalokiteshvara, de boeddha van compassie). Het appartement is onderdeel van het instituut waar hij werkt, dat hij mag gebruiken zolang dat nodig is. Ven. Gendun is monnik in het Tibetaans boeddhisme, een traditie waarin de studie een belangrijk onderdeel van de spirituele beoefening is.

Op zijn zeventiende werd ven. Gendun al boeddhist, nadat hij zich korte tijd bij de punkbeweging had gevoegd. “In die wilde periode, waarin ik ook in een pleeggezin zat, raadde de vader van een vriend van mij aan om meditatie te proberen. Later kwam ik erachter dat er in Waalwijk, waar ik woonde, een boeddhistische tempel was. Die heb ik in mijn punkers-outfit bezocht, waar ik een monnik ontmoette van wie ik diep onder de indruk raakte. Ik voelde me heel veilig bij hem, iets wat in mijn omgeving ontbrak.”

Twintig jaar lang beoefende ven. Gendun vervolgens de Theravada-traditie, waar ook de tempel in Waalwijk toe behoorde. In 2006 werd hij als monnik ingewijd. Nu geeft hij les in zowel de Theravada- als de Mahayana-traditie. “In deze tradities, maar vooral in de Mahayana-traditie, staan alle levende wezens centraal,” vertelt ven. Gendun. “Omdat ze ieder op unieke wijze direct of indirect mijn leven mogelijk maken. Zo hebben we planten en algen nodig die ons van zuurstof voorzien. Daarom kun je niet spreken over ‘mens en natuur’: zonder natuur zijn er geen mensen.”

Het boeddhisme heeft vijf fundamentele leefregels: niet doden, niet stelen, niet liegen, geen seksueel wangedrag en geen gebruik van verdovende middelen. “Er zit grote waarde in om deze regels te volgen, daarmee bescherm je zowel jezelf als de ander. Maar mensen hebben wel tijd nodig en zeker ruimte om daarmee om te leren gaan.”

Er zijn voor monniken in het boeddhisme nog meer geloften die vooral te maken hebben met het tonen van ethisch gedrag naar anderen, waaronder het minimaliseren van de voetafdruk. “Je gebruikt bijvoorbeeld materiaal voor de gewaden dat door anderen is weggegooid, of is gedoneerd. Is een gewaad versleten, dan hergebruik je ze tot ze helemaal uiteenvallen. Eerst als deken, dan als kussen en tot slot, oorspronkelijk, om hutten mee te maken.” Ven. Gendun draagt ook altijd een naaisetje bij zich, om zijn gewaad te repareren als het stuk gaat.

Monniken bedelen daarnaast om in hun levensonderhoud te voorzien, wat zorgt voor verbinding met de maatschappij. Tijdens zijn verblijf in een oerwoudklooster in Birma ging ven. Gendun iedere morgen het dorp in om te bedelen voor eten. “We mogen niets weigeren, omdat we afhankelijk zijn van anderen. Je bent ook verplicht om alles wat je krijgt minstens te proeven. Bovendien probeer je niet meer te accepteren dan wat je nodig hebt, en deel je altijd iets met de dieren.” Zelfs het plukken van appels van bomen wordt gezien als diefstal. Alleen als het fruit op de grond ligt, is oprapen toegestaan.

Dat boeddhisten geen dieren mogen doden, betekent niet dat ze allemaal vegetariër zijn. “De eerste leefregel, niet doden, draait om meer dan alleen vegetarisch eten. Theoretisch gezien is het graan van onze moderne landbouwgrond vegetarisch, maar biologisch gezien is de grond waarin het groeit, dood. Er zitten amper nog insecten in, waardoor er ook geen vogels meer op af komen. De hoeveelheid wezens die door de verschraling van de landbouwgrond om het leven zijn gebracht, is enorm.” In Tibet wordt wel vlees gegeten, vanwege het gebrek aan landbouwgrond, maar wordt het zeer afgeraden om dieren te eten die kleiner zijn dan yaks en schapen, “Als er dan toch iets dood gemaakt moet worden, dan liever een groter dier. Hoe kleiner het dier, hoe meer je moet doden voor dezelfde hoeveelheid voedsel.”

Inclusieve duurzaamheid-Gendun Losang tekst
Venerable Gendun Losang Beeld door: Jurjen Donkers

Hier in Amsterdam wordt ven. Gendun door zijn studenten van eten voorzien. “Een van de risico’s in de westerse samenleving, zeker als het gaat om financiële middelen, is dat het consumentengedrag uitnodigt: je betaalt voor een product en ik geef je dat product. Die interactie wil ik met mijn studenten niet hebben. De primaire relatie tussen mij en mijn studenten is dat zij mij in voedsel voorzien en ik hen in hun spiritualiteit ondersteun.”

In veel plekken in Azië verdwijnen steeds meer delen van de natuurlijke leefomgeving, wat het bestaan van gemeenschappen van mediteerders in het boeddhisme onder druk zet. Het oerwoudklooster in Birma, waar ven. Gendun lange tijd mediteerde, ontving een stuk grond dat deels uit oerwoud en deels uit plantages bestond. “De plantage is opnieuw herplant met bomen, wat niet alleen de grond eromheen ten goede kwam. Het is ook cruciaal voor de gemeenschap en het voortbestaan van het boeddhisme. Als mensen vrije tijd hebben, komen ze vaak naar de kloosters om te mediteren.” Juist door in het oerwoud te mediteren wordt volgens ven. Gendun zichtbaar en voelbaar hoezeer mensen verweven zijn met de natuur, met alles wat er kruipt en vliegt. “Dat kan op geen enkele plek zo goed als in het midden van het oerwoud, waar je omringd bent door leven.”

Ven. Gendun heeft voor zijn werk regelmatig heen en weer gevlogen, nu doet hij dat minder. “Ik ben me ervan bewust dat vliegen niet duurzaam is, maar ik stel mezelf dan de vraag: verleen ik een grote bijdrage met mijn werk of berokken ik er meer schade mee door te vliegen? Mijn conclusie is dat ik met mijn programma meer goed dan slecht doe. Een groot deel van de programma’s bieden we om die reden echter ook online aan.”

Het boeddhisme kan ons vooral leren dankbaar te zijn voor wat er is en wat we hebben. “We proberen de wereld niet te zien als gebruiksvoorwerp. Zo hebben we de samenleving helaas wel gecreëerd. Je eigen kostbare menselijke leven heb je bij gratie van alle andere levende wezens, daarom is het van belang hen respectvol te behandelen. Als je met dankbaarheid kunt leven, maakt dat alle dingen smaakvoller.”

InclusieveDuurzaamheid-header1

Inclusieve duurzaamheid

Een korte introductie van het nieuwe beleidsthema Inclusieve Duurzaamheid op Nieuw Wij.

De artikelenserie Inclusieve duurzaamheid wordt mede mogelijk gemaakt door

bannerapostel
Emma

Emma Kemp

Emma Kemp studeert journalistiek aan de KU Leuven in Antwerpen. Ze werkte daarvoor voor NEWConnective, een platform dat evenementen …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.