Kalsky schrijft dat Apocalyptische scenario’s, met in hun kielzog complottheorieën, vandaag de dag welig tieren en dat banden tussen politiek extreemrechts en conservatief christelijk-orthodoxe gelovigen zichtbaar worden.

Ze verwijst daarbij naar het boek Nieuwe Kruisvaarders van Sander Rietveld, politicoloog en journalist, die stelt dat hij in diverse denominaties van het orthodoxe christendom een voedingsbodem voor de ideologie van populistisch rechts heeft geconstateerd. Hij beklemtoont dat het om een minderheid onder orthodoxe christenen gaat die op extreemrechtse partijen als de PVV of Forum voor Democratie stemt. Toch valt niet te ontkennen dat ook mainstream orthodoxe partijen, zoals de SGP en de ChristenUnie, opschuiven richting populistisch rechts.

Volgens Rietveld is dat te verklaren door een zeker verlangen naar theocratie bij een deel van hun achterbannen: ze willen Gods wil, zoals verwoord in de Bijbel en volgens hen letterlijk zo bedoeld, aan de samenleving opleggen om zo het in de Bijbel beloofde Koninkrijk van God dichterbij te brengen. In Thierry Baudet, de leider van Forum voor Democratie, zien zij iemand die de joods-christelijke waarden in Nederland wil beschermen tegen een ‘linkse seculiere elite’, die in hun ogen christelijke waarden afbreekt. Naast de verdediging van de christelijke traditie speelt ook de angst voor ‘de islamisering van Nederland’ een rol. Voor hen hoort de islam als godsdienst niet thuis in Nederland. En ook op dat punt weten rechtse populisten en orthodox-christelijke kiezers elkaar te vinden.

Antisemitisme steekt in de samenleving weer de kop op, zeker na de aanslagen van Hamas op Israël, waarbij joden- en moslimhaat hand in hand gaan. Naast oude stereotyperingen van ‘de rijke Jood, die wereldwijd stiekem aan de touwtjes trekt’, is er in de ogen van degenen die op populistische partijen stemmen, mogelijk een nog groter gevaar geïnfiltreerd in ‘ons’ land: ‘dé moslim, die het vrije westen aan de dictatoriale islam wil onderwerpen’.

Moskeeën en islamitische verenigingen in Nederland worden bedreigd met teksten als: ‘Mensen van de islam zijn criminelen en moeten levend verbrand worden’ en ‘Turken en Marokkanen moeten het land uit anders worden jullie vergast net zoals de Joden in Auschwitz.’ En door de huidige situatie in Israël en Gaza sluiten Joodse scholen uit angst voor dreiging van aanslagen.

Contextuele openbaring

Wat heeft dit te maken met ‘openbaring’? Kalsky gaat er vanuit dat openbaringen concrete menselijke ervaringen zijn, die je niet zelf verzint, maar die je overkomen én transformeren. Ook al onttrekt het mysterie zich aan tijd en plaats, op het moment dat het door mensen wordt ervaren en benoemd, is het contextueel gebonden. De leefwereld, de taal en de beelden van het individu en de gemeenschap plaatsen openbaringen in een door de context bepaald frame.

Vanaf dat moment speelt volgens Kalsky diversiteit een rol. Diversiteit in gender, religie en/of levensbeschouwing, etniciteit en cultuur, leeftijd en kleur. Deze en andere identiteitskenmerken vormen het kader waarin openbaringen worden ontvangen – een kader dat door het transformerende karakter van die openbaringen juist weer kan worden opengebroken.

Vooral in stedelijke gebieden leven mensen vandaag de dag met zeer uiteenlopende geloofs- en levensbeschouwelijke overtuigingen en praktijken naast en met elkaar, waaronder humanisten, atheïsten, agnosten, katholieke en protestantse christenen, joden, boeddhisten, hindoes, moslims, sikhs, bahai enzovoort, en niet te vergeten multiple religious belongers die elementen uit verschillende spirituele tradities combineren en zich niet langer bij één bepaalde religie thuis voelen. Uit onderzoek blijkt dat dat voor een kwart van de Nederlandse bevolking reeds geleefde werkelijkheid is.

Sommige theologen zien in de verscheidenheid aan religies en levensbeschouwingen een teken van God en betogen dat verscheidenheid door God zelf is gewild. Maar Kalsky vindt dat niet de juiste benadering van het vraagstuk ‘diversiteit en inclusie’ in de theologie. Immers, feministisch-theologische studies hebben reeds in de tweede helft van de twintigste eeuw met behulp van een ‘hermeneutiek van de argwaan’ dergelijk spreken over God en ‘zijn wil’ als patriarchaal-theologische projectie en retoriek ontmaskerd. In lijn met het Bijbelse beeldverbod werden álle verbeeldingen van God, ook de theïstische, aan radicale ideologie-kritiek onderworpen, om zodoende theologische taal en beelden over God te ontdoen van patriarchale en koloniale invloeden.

Ook nu staat een onderwerp als dekolonisatie hoog op de maatschappelijke agenda. Het koloniale verleden is onder een vergrootglas komen te liggen. De tweede en derde generatie nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen in de voormalige Nederlandse en ook Belgische koloniën eisen hun recht op om in Nederland en België als gelijkwaardige burgers te worden gezien en behandeld.

Wat openbaart zich vandaag in de worsteling van Europa met zijn koloniaal verleden? Is er ruimte in de Nederlandse samenleving voor de niet-witte, niet-man-zijnde, niet-heteroseksuele, niet-Europese ander om een gelijkwaardige plek in te nemen, zodat het goede leven voor allen en met allen gerealiseerd kan worden te midden van de verscheidenheid aan mensen die inmiddels tot Europa en ook tot Nederland behoren?

Roep om transformatie

Wat Kalsky betreft is de uitdaging waar de de publieke theologie van en voor de eenentwintigste eeuw voor staat, om de tekenen van de tijd te duiden en mede antwoorden te geven op bovenstaande vragen, vanuit de wijsheden in de verschillende spirituele tradities die ons land inmiddels rijk is. Het betekent volgens haar de vermeende zekerheden van het eigen levensbeschouwelijke erf verlaten en zich in de chaos van het publieke domein begeven. Het gesprek aangaan met de levensbeschouwelijke ander en je openstellen voor mogelijke openbaringen die op het strijdtoneel van de verschillen in een multiculturele samenleving liggen te wachten.

Op veel plaatsen in de samenleving klinkt inmiddels de roep naar een systeemverandering, om daadwerkelijk ruimte te creëren voor degenen die door ‘de eenheid van het systeem’ worden buitengesloten. Die roep om transformatie geldt de overheid, maar ook de ‘heer’sende, witte eurocentrische theologie. Kalsky stelt: “Openbaring vindt plaats, nog steeds, alleen moeten we wel de golflengte van de 21ste eeuw installeren om de signalen goed te kunnen ontvangen.”

Bron: Kalsky, Manuela, ‘Openbaring op de golflengte van de 21ste eeuw’. In: Tijdschrift voor Geestelijk Leven (TGL), 2020, nr. 2 (april-juni) jaargang 77. Dit artikel is afkomstig uit Vredesspiraal (december, 2023), magazine van vereniging Kerk en Vrede.

Margreet-Hogeterp

Margreet Hogeterp

Margreet Hogeterp is hoofdredacteur van Vredesspiraal, ledenblad van Kerk en Vrede. Daarnaast werkt ze als verhalenverteller en …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.