Op het kalme water van Haarlem, een kleine Nederlandse stad die bekendstaat om haar rustige grachten en zachte charme, ligt een boot. Van een afstand lijkt het misschien een gewone boot, maar binnenin is de sfeer allesbehalve ontspannen. Hier leven verhalen over verlies, overleving en de voortdurende zoektocht naar iets zo basaals als veiligheid. Op de boot wonen honderden asielzoekers die hun levens verplicht pauzeerden tussen het geweld dat ze ontvluchtten en acceptatie op de plek waar ze zijn beland. Ver van hun thuisland en nog altijd ver van een nieuw thuis wachten ze – niet dagenlang, maar maanden, soms jaren.
Op het dek voelt de stilte zwaar. Mensen gaan in shifts naar buiten voor frisse lucht. Sommigen roken samen een sigaret, sommigen voeren zachtjes een kort gesprek, de meesten staren zwijgend voor zich uit, de ogen op het water gericht, maar de gedachten ver weg.
De zwaarte van het wachten
“Het wachten is het allerzwaarst,” zegt een van de medewerkers van de boot, die anoniem wil blijven. “Niet weten of ze mogen blijven of worden teruggestuurd. Het is een pijn die we ons moeilijk voor kunnen stellen.” De boot is een thuis voor mensen uit Eritrea, Somalië, Soedan, Syrië – landen die worden getekend door conflict, repressie en ontheemding. Hun routes verschillen, wat hen bindt is die moeilijke tussenfase. In het gepauzeerde leven is er geen duidelijke weg vooruit en geen veilige weg terug.
Onder de opvarenden is Zewuditu, een 27-jarige vrouw uit Eritrea. Zodra ze begint te praten vullen haar ogen zich met tranen. De pijn ligt vlak onder de oppervlakte. “Mensen verlaten hun huis niet tenzij ze geen keus hebben,” zegt ze. “Ik kan niet in Eritrea leven – daar is geen toekomst. Je vertrekt of je verdwijnt.”
Vanwege het autoritaire regime in Eritrea en de onbepaalde militaire dienstplicht vluchten elk jaar duizenden mensen. Velen nemen gevaarlijke routes via Ethiopië en Soedan, met risico op afpersing, mensenhandel en geweld. Sommigen, zoals Zewuditu, betalen smokkelaars voor valse documenten om Europa binnen te komen via een steeds beruchtere achterdeur: Belarus.
Via Belarus
In 2024 meldde de Europese Commissie een stijging van 66 procent in het aantal asielzoekers dat via Belarus in Europa aankwam, met name via de Pools-Belarussische grens. De piek in irreguliere aankomsten laat zien hoe smokkelaars steeds vaker misbruik maken van wanhopige mensen. De vroegere ‘route van hoop’ is veranderd in een riskante snelweg Europa in.
“Ik reisde naar Belarus met een vals paspoort dat door smokkelaars was geregeld,” vertelt Zewuditu. “Ik vloog van Ethiopië naar Dubai en vervolgens naar Belarus. Na een week in het Belarussische bos werden we opgepakt door Belarussische bewakers. We bleven daar drie maanden. Het was verschrikkelijk.” Haar stem hapert. “Ze sloegen ons, pakten ons geld af, verbrandden onze kleren en eisten seksuele gunsten in ruil voor basisvoorzieningen.”
Ze zwijgt even, veegt haar tranen weg. Sommige verhalen zijn te pijnlijk om hardop te vertellen. “Maanden later probeerden we opnieuw Polen binnen te komen, dit keer bij een plek die Grodno heet. We kwamen de grens over, maar de Poolse grenswachten pakten ons op en stuurden ons opnieuw het Belarussische bos in. We brachten nog een dag in de wildernis door.”
Haar groep deed meerdere pogingen om de grens tussen Belarus en Polen over te steken, maar werd steeds geconfronteerd met geweld en arrestaties. “Bij de vierde poging kwamen we Polen binnen, maar pakte de politie ons alsnog op. Ze hielden ons drie dagen vast, namen onze vingerafdrukken af en stuurden ons vervolgens naar het Poladiska-kamp. Daar bleven we ruim twee weken, waarna ik Polen verliet en uiteindelijk in Nederland belandde.”
Van echte veiligheid, zegt ze, is nog altijd geen sprake.
Gevangen op een drijvende opvangboot
De boot in Haarlem was bedoeld als een tijdelijke stop – een plek om permanente huisvesting en een juridische beslissing af te wachten. Maar de Nederlandse asielprocedure is berucht traag. En dus blijven de bewoners op de boot en wachten tot hun interviews plaatsvinden en een beslissing is genomen. Sommige bewoners liggen hele dagen op bed. Anderen zitten in de lounge of lopen het smalle pad langs de boot op en neer. Sigaretten vormen een constante metgezel. Ook naar alcohol of drugs wordt regelmatig gegrepen – niet voor plezier, maar om het knagende gevoel van onzekerheid te doven.
“Gisteren kreeg ik de brief,” zegt Zewuditu. Haar stem klinkt nu vlak. “Ze willen me terugsturen naar Polen.” Die beslissing valt onder de Dublinverordening van de EU, die bepaalt dat asielzoekers moeten worden behandeld in het eerste EU-land waar ze zijn geregistreerd. Voor Zewuditu is dat Polen – waar ze werd vastgehouden, vernederd en doodsangsten uitstond. “Het kan ze niet schelen dat ik daar nooit heb gewoond. Dat ik daar misbruikt ben. Het enige dat telt is dat ze daar mijn vingerafdruk hebben.”
Tussen veiligheid en lijden
Tegen de avond baadt de boot in zachtgeel lamplicht. Binnen zitten mensen in kleine groepjes. Sommigen nippen thee, anderen scrollen stil door hun telefoon, hun gezichten verlicht door het zachte blauw van het scherm. Een paar spelen tafeltennis. De meesten trekken zich terug in zichzelf.
De boot in Haarlem belichaamt een vreemde paradox: een plek waar mensen fysiek veilig zijn, maar mentaal uitgeput. De oorlogen die ze ontvluchtten liggen achter hen, maar in de plaats daarvan kwamen nieuwe gevechten – met trage systemen en de voortdurende angst voor uitzetting of afwijzing. Voor deze asielzoekers is de boot zowel een schuilplaats als een kooi van onzekerheid. Nederland houdt hen – letterlijk – boven water, maar ze horen er nooit helemaal bij. Terwijl de nacht valt en de stad stil wordt, blijft binnen een zacht licht gloeien, van hoop, verdriet en dromen die niet doven. Morgen, na het ontwaken, begint het wachten opnieuw.
Dit artikel verschijnt in samenwerking met RFG Media.

Wat een prachtig artikel, Fanuael en wat een rijk Nederlands waarin je het hebt opgeschreven.