In zijn boek Marked for Death. Islam’s War Against the West and Me beschrijft Wilders onderdelen van de geschiedenis van de islam, uitgaand van zijn opvatting dat islam een agressieve totalitaire ideologie is en geen godsdienst. Wilders grossiert in beschrijvingen van veroveringsoorlogen van moslims, de genocides die ze gepleegd zouden hebben en het slavensysteem dat ze erop na hielden. Ook gaat hij in op de positie van dhimmi’s, dat zijn doorgaans joden en christenen die binnen de islam een apart burgerlijk statuut hebben, met minder rechten dan de moslims. Nergens meldt Wilders een positief aspect van de islam. De islam kende een bloei- en groeiperiode vanaf het begin van haar ontstaan in de zevende eeuw, maar verviel met de opkomst van Europa als machtigste continent in de wereld vanaf de zeventiende eeuw, in een achtergestelde positie.

Een interessant keerpunt in Wilders’ beschrijving van de gewelddadige geschiedenis en aard van de islam is het volgende. Terwijl hij in zijn boek de opkomende Europese suprematie over de wereld in de zeventiende eeuw en daarna bespreekt, waarbij islamitische landen in handen vallen van Groot-Brittannië (zoals Pakistan), Frankrijk (Algerije), Italië (Libië), Spanje (Spaanse Sahara) en Nederland (Nederlands-Indië), komt Wilders tot de volgende inzichten: ’toen alles verloren leek … redde Allah de islam en orkestreerde wat in islamitische ogen op twee wonderbaarlijke gebeurtenissen moet lijken: het uitbreken van de Franse Revolutie en de ontwikkeling van een onlesbare dorst naar olie in het Westen’ (p. 112). Paradoxaal genoeg was Allah dus de drijvende kracht achter de Franse Revolutie. In de woorden van Wilders is dit dezelfde revolutie die ‘de islam vernieuwde op een cruciaal moment toen zijn hulpbronnen afnamen als gevolg van het gebrek aan innovatie, de achteruitgang van de dhimmi-bevolking (dat wil zeggen: joden en christenen, JJdR) en de afnemende toestroom van nieuwe slaven. ‘ (pag. 113).

De redenering van Wilders is dat de islam op zichzelf noch ontwikkeling noch creativiteit stimuleert. Het is afhankelijk van dhimmi’s en slaven om te leven en te overleven. Nu aan het einde van de achttiende eeuw dhimmi’s en slaven tot op het bot waren uitgebuit, had de islam nieuwe middelen en innovaties nodig: de Franse Revolutie voorzag daarin. Een van de dogma’s van de Franse revolutionairen was, aldus Wilders, immers de volledige onderwerping van het hele volk aan de almachtige staat. De Fransen lieten de moslims zien hoe zij in staat waren hun eigen volk en vrijwel alle Europese naties op het continent te onderwerpen (op zijn hoogtepunt beheerste Napoleon grote delen van het Europese vasteland; JJdR) aan de principes van hun ideologie. Het deed een belletje rinkelen en stimuleerde de moslims zich opnieuw bewust te worden van hun glorieuze verleden, of in de woorden van Wilders: ‘In zekere zin ontmoette de islam een “verwante ziel” in het westerse totalitaire revolutionaire denken’ (p. 113). De redeneerlijn is complex. Wilders is overtuigd van het agressieve karakter van de islam. De islam was op de een of andere manier, paradoxaal genoeg, en tegen zijn natuur in, in slaap gevallen in de eeuwen voorafgaand aan de Franse Revolutie. God redde de islam door, opnieuw paradoxaal genoeg, de antireligieuze Franse Revolutie toe te staan. Toen de Fransen in 1798 naar Egypte kwamen, deden ze de lethargische moslims zich hun glorieuze verleden herinneren. Ze voelden zich opnieuw geïnspireerd en stonden op om te proberen hun eens zo prachtige rijk te herstellen.

Wilders verwerpt de Franse Revolutie. In zijn boek verwijt hij het Verlichtingsdenken het totalitaire karakter van de Franse Revolutie. De Franse Revolutie mag dan aanleiding hebben gegeven tot de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, de basis van het huidige Handvest van de Verenigde Naties, Wilders veroordeelt deze nog steeds vanwege het vermeend totalitaire karakter ervan, dat uitmondde in de terreur van de guillotine onder het schrikbewind van Robespierre. Hij noemt het revolutionaire Frankrijk een ‘ideocratische staat’ en groepeert het samen met andere ‘ideocratische’ staten: ‘… dergelijke staten – of het nu revolutionair Frankrijk, de Sovjet-Unie of nazi-Duitsland is – roeiden hun vermeende vijanden uit met guillotines, goelags en gaskamers’ (p. 32). Geen woord in zijn boek over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, of over het beginsel van de gelijkheid van de mens, die eveneens de vruchten van deze revolutie waren.

De Franse Revolutie was niets anders dan kwaadaardig, en het is dit kwaad dat dat andere slapende kwaad wakker heeft geschud. ‘De islam begon vanaf de negentiende eeuw het westerse revolutionaire jargon na te praten, westerse technologische en wetenschappelijke innovaties over te nemen en de late industriële revolutie te omarmen die het westerse koloniale bestuur naar de islamitische wereld bracht – allemaal met als doel de jihad en de wereldheerschappij te bevorderen’ (p. 114). Dit klinkt opnieuw als een paradox voor een religie die zich de eerste 1200 jaar geheel zelfstandig ontwikkelde, maar blijkbaar was die situatie veranderd. De kernvraag voor Wilders is dat ‘blootstelling aan de islam uiteindelijk fataal voor ons is, maar voor de islam is contact met het Westen een essentiële levensader. Zonder het Westen kan de islam niet overleven’ (p. 116). Het is een diep zwartgallige blik op een religie die ook het Taj Mahal heeft voortgebracht en het Alhambra.

De opvatting van Wilders dat het Westen van essentieel belang is voor de islam, geeft datzelfde Westen een onverwachte dominante positie over de islam. Wil een land af van zijn moslims, dan is het enige wat het hoeft te doen de banden met gemeenschap door te snijden. De gemeenschap sterft dan vanzelf af. Hoe dat moet gebeuren is uiteraard een grote vraag maar een prettige operatie zal het niet worden. Het doorsnijden van de banden met moslims zal zeker geen doel worden van een nieuwe PVV-geleide coalitie, dat zullen de andere partijen niet accepteren, maar het is mijn overtuiging dat het een belangrijk ideologische drijfveer zal blijven in alles wat de nieuwe regering gaat beslissen: hoe zullen maatregelen en wetgeving op wat voor vlak dan ook maar, maar denk vooral aan cultuur en onderwijs, ervoor zorgen dat de rol van islam en moslims in ons land gereduceerd wordt? Het anti-islam gedachtegoed zit de PVV in het DNA en we zullen het vroeg of laat aan de oppervlakte zien komen.

De Engelstalige versie van dit artikel is te vinden op Rozenberg Quarterly.

Jan Jaap de Ruiter

Jan Jaap de Ruiter

Arabist

Jan Jaap de Ruiter (1959) is arabist en de Arabische taal is zijn grote -professionele- liefde. Het Arabisch is een van de twee ankerpunten …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.