Is menslievende zorg, zorg die mensen lief heeft? En gaat het dan om alle mensen, of alleen mensen die ook lief zijn? Of is het zorg waarin mensen lief voor elkaar zijn? Maar lief zijn voor elkaar en zorg geven aan een ander zijn soms toch heel verschillende zaken? Is het misschien een andere wijze van zorg geven: dezelfde zorg als altijd maar nu met een lief gebaar en een zachte stem? Dus zorg bekleed met een ‘ethiek van het warme dekentje, zoals ik dat weleens heb genoemd.

Misschien moeten we terug naar de bron. De theologe en ethica Annelies van Heijst muntte de term met haar boek Menslievende Zorg, een ethische kijk op professionaliteit in 2005. Toen ik mijn exemplaar van haar kreeg in 2005, konden wij beiden niet bevroeden dat 17 jaar later haar boek inmiddels een 6e druk kent, en dat de term ‘menslievende zorg’ nog steeds zo sterk resoneert bij professionals en patiënten, zeg maar bij ons allen.

Voor Annelies van Heijst staat er bij menslievende zorg veel meer op het spel dan een aai over de wang van een patiënt. Voor haar is zorgen zelf een ‘medemenselijke betrekking’: in zorg wordt het bestaan als een gedeeld bestaan vormgegeven. Met haar boek schaart zij zich daarmee in de traditie van de feministische zorgethiek, waar – in navolging van de Amerikaanse politicologe Joan Tronto – zorg wordt omschreven als die typische menselijke activiteit die alles insluit wat we doen om onze ‘wereld’ te handhaven, te continueren en te herstellen, zodat we er zo goed mogelijk in kunnen leven. (Tronto, 1983). Zorg is antwoord op het kwetsbare bestaan.

Met die omschrijving wordt zorg niet uitsluitend beperkt tot het domein van de gezondheidszorg. Zorg omvat daarentegen alles wat we doen om dat kwetsbare bestaan vorm te geven. Onderwijs, maar ook feest vieren en muziek maken zijn uiteindelijk ‘zorgpraktijken’.

Hoewel zorgethiek is gebouwd op de notie van kwetsbaarheid, ruil ik die laatste graag nu in voor een andere term: broosheid. Die notie van broosheid kreeg ik aangereikt door mijn mijn dierbare collega en Rotterdamse filosoof Awee Prins. Anders dan kwetsbaarheid kent broosheid niet zijn tegendeel: ‘Onbroosheid’ bestaat niet. Kwetsbaarheid draagt ergens nog de uitnodiging in zich weer onkwetsbaar te worden. Kwetsbaarheid kent altijd zijn tegendeel in ‘zelfgenoegzaamheid’, ‘onkwetsbaarheid’, onafhankelijkheid. Bij broosheid is die tegenstrever er niet. Het leven is broos, niet meer en niet minder en het is aan ons mensen daar vorm aan te geven, struikelend, zoekend en soms falend.

Die broosheid klinkt ook zo prachtig door in het gedicht waarmee Hein Stufkens zijn blog begint: “Jij danst met mij de stilte in. Ik volg je pas na pas”. Daarin wordt precies verwoord wat menslievende zorg naar mijn mening is: het delen van dat ongewisse en broze bestaan. Wat wordt liefgehad in die zorg is inderdaad die broze mens. Maar die broze mens is niet alleen zijn vrouw die zorg behoeft vanwege haar dementie, maar even zozeer Hein Stufkens zelf : hij volgt haar pas na pas, tastend en zoekend. Samen geven zij vorm aan dat broze bestaan, iedere dag opnieuw.

Menslievende zorg is niet een product dat we kunnen verhandelen en meten, maar – of in ieder geval ook – een proces dat zich ontvouwt tussen mensen door de tijd heen. Een proces dat zich ook als weerbarstig toont: het blijft zoeken naar een juiste balans, naar het juiste antwoord op die gedeelde broosheid. Mooi passend is daarom die vergelijking, die Hein Stufkens even later in zijn blog maakt van zorg met ‘het oefenen in de dansschool van de liefde’, een pas de deux voor gevorderden.

Menslievende zorg is geen ‘warm dekentje’ voor de kwetsbare mens, geen aai over de bol of  een hand op de schouder. Menslievende zorg is niet in een lesmodule aan de man brengen. Je redt het niet met een gespreksprotocol “Zie de mens”, voor zover die al bestaat.

Broosheid vraagt om broos denken, zegt Awee Prins. Menslievende zorg is ‘broos denken en handelen”. Het is weerbarstig, het kent grenzen en tegenspraak. Menslievende zorg heeft dezelfde gelaagdheid als die wij mensen hebben: we kennen blijdschap en nieuwsgierigheid, maar ook angst, woede en verdriet. “Want, zo citeert Stufkens in zijn blog Kahlil Gibran, zo de liefde je kroont, ze kruisigt je ook, ze dorst je tot je naakt bent, ze kneedt je tot je buigzaam wordt.”

Menslievende zorg als broos denken vraagt om bepaalde deugden, zoals tenminste die van nieuwsgierigheid (wie ben jij en wie ben ik voor jou en wat leren we van elkaar?)  en mildheid (er zijn vele tinten in het palet). Hoe die oefening in deugdzaamheid eruit zou kunnen zien, bewaar ik graag voor een volgende keer.

marian verkerk

Marian Verkerk

Filosoof en hoogleraar Zorgethiek aan de RUG en het UMCG

Marian Verkerk is filosoof en werkt als hoogleraar Zorgethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.