Een dergelijk gedragspatroon zie je bij sommige conservatief christelijke opinieleiders in de Nashville-affaire. Kort nadat de kritiek was losgebarsten beklaagden ze zich al over intolerantie van ‘de homolobby’ en anderen die hun de mond zouden willen snoeren. Bewees het feit dat het OM een onderzoek instelt niet dat de godsdienstvrijheid in gevaar is?

Nee. Het Nederlandse recht biedt veel ruimte voor het uiten van aanstootgevende opvattingen die gebaseerd zijn op een levensbeschouwing. De Nashvillianen hebben even weinig te vrezen als imam El Moumni, die in mei 2001 half Nederland over zich heen kreeg – maar werd vrijgesproken van groepsbelediging of het aanzetten tot haat en discriminatie. Het OM zou dus wijzer moeten wezen dan voedsel te geven aan martelaarschap.

De Nashvillianen hebben even weinig te vrezen als imam El Moumni, die in mei 2001 half Nederland over zich heen kreeg.

Een symptoom van dat laatste is de petitie ‘Voorkom een nieuwe christenvervolging – teken nu #Nashville’, die al bijna achtduizend keer is ondertekend – drie à vier keer zo vaak als de petitie die aandringt op strafvervolging. Ze wil tegenwicht bieden aan ‘De haters die menen dat sommige christelijke opvattingen eigenlijk strafbaar zouden moeten zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om homoseksualiteit, de nieuwe heilige koe van de seculiere samenleving.’[1] Daarnaast is er de petitie ‘Begrip voor de Nashvilleverklaring’, die stelt dat de ondertekenaars ten onrechte worden voorgesteld als ‘marginaal, discriminatoir en homofoob’.[2] Dit laatste initiatief is een onbedoelde vernedering voor de Nashvillianen: ‘begrip’ vraag je voor iemand die een beetje dom was – niet voor een comité van volwassen Schriftgeleerden.

Sommige ondertekenaars lijken werkelijk niet te beseffen waar ze hun handtekening onder hebben gezet. In een interview met een Katwijks jongerenkanaal – dat door het Reformatorisch Dagblad werd verspreid – zegt de hersteld-hervormde ds. P. den Ouden bijvoorbeeld: “De geaardheid kan er zijn en daarvan zeggen we niet dat die per definitie een zondige geaardheid is, alleen de Bijbel verbiedt het wel om dat daadwerkelijk uit te leven.”[3] Dat klinkt bekend, nietwaar? Maar de Nashvilleverklaring gaat veel verder: “Wij ontkennen dat het in overeenstemming met [Gods] heilige bedoelingen is wanneer mensen zichzelf bewust willen zien en positioneren als personen met een homoseksuele of transgenderidentiteit” (artikel 7). Niet alleen zo doen maar ook zo zijn of jezelf zo noemen wordt dus veroordeeld. Dat is een klap in het gezicht van LHBTs – een die niet wordt weggenomen door de pastorale aai in het Nederlandse nawoord.

Dat iemand als Den Ouden dit niet beseft, is onthutsend – kan dominee niet lezen? – maar dat het Reformatorisch Dagblad zijn relaas zonder kanttekening verspreidt, grenst aan misleiding. Ook in ‘Vijf vragen over Nashvilleverklaring’ verzwijgt het RD dit artikel 7.[4] Zo krijgen lezers de indruk dat de buitenwereld hun geen ruimte gunt. Niet LHBTs, maar zíj zijn de verdrukte minderheid.

bible-1068176_1920
Beeld door: Pixabay

Dat lijkt mij de ‘functie’ van dit soort affaires: ze stijven conservatieve gelovigen in de overtuiging dat ze omgeven zijn door een boze, religievijandige buitenwereld – en dat ze dus alleen van elkaar steun of bescherming hebben te verwachten. De onderlinge banden worden zo verstevigd; de rijen gesloten.

Begrijp me goed: ik wil niet beweren dat dit de bedoeling van de initiatiefnemers was of is – complottheorieën zijn slechte sociologie – laat staan dat de betrokkenen collectief behept zijn met een passief-agressieve persoonlijkheidsstructuur. Maar hun verbazing over de verontwaardiging die ze hebben gewekt heeft iets ongeloofwaardigs. Hadden ze dan niets geleerd van de SuitSupply-affaire en eerdere homorelletjes? Ook daarbij waren betuigingen van naastenliefde en pastorale bewogenheid niet van de lucht: héus, men had niemand pijn willen doen en lééd eronder dat het zo was ervaren… Dat was vast nog gemeend ook. Maar pijn heeft een eigen overtuigingskracht. Doordat discussies over homoseksualiteit vaak zo pijnlijk uitpakken, lijken ze religieus conservatieven het gevoel te geven dat hier de kern van hun geloof, hun identiteit, in het geding is. Vandaar dat ze het niet kunnen laten er telkens op terug te komen.

Doordat discussies over homoseksualiteit vaak zo pijnlijk uitpakken, lijken ze religieus conservatieven het gevoel te geven dat hier de kern van hun geloof, hun identiteit, in het geding is.

Opmerkelijk aan de Nashville-affaire is overigens dat Nederlandse calvinisten hun handtekening plaatsten onder een verklaring die zo duidelijk ‘made in USA’ is. Weten zij niet dat veel evangelicals er opvattingen op na houden die haaks staan op gereformeerde dogma’s? Of doen die er niet meer toe? In de jaren dat ik geschiedenis van het christendom doceerde aan de Universiteit Utrecht heb ik gemerkt dat zelfs reformatorische theologiestudenten niet kunnen navertellen welke uitverkiezingsleer vierhonderd jaar geleden door de Synode van Dordrecht werd gecanoniseerd. Daarnaar gevraagd verwoorden velen loepzuiver het Arminiaanse, remonstrantse standpunt, dat door ‘Dordt’ werd veroordeeld. Dit duidt erop dat leerstukken die eeuwenlang identiteitsbepalend zijn geweest voor het gereformeerd protestantisme vrijwel hebben afgedaan. In plaats daarvan is de nadruk komen te liggen op kwesties van seksualiteit en gender. Sommige kwesties, althans: de Nashvilleverklaring bijvoorbeeld maakt geen woord vuil aan anticonceptie, echtscheiding en hertrouwen. Dat alles is kennelijk geen punt meer.

Het lijkt me geen toeval dat de Nashvilleverklaring vooral is ondertekend door vertegenwoordigers van de Hersteld Hervormde Kerk. Een belangrijke aanleiding voor haar ‘geboorte’, in 2004, was immers dat de Protestantse Kerk het mogelijk zou maken om homorelaties te zegenen. Dat rechtgeaarde calvinisten daar bezwaar tegen hadden, hoeft niemand te verbazen – maar wel dat ze nu braken met de ‘Vaderlandse Kerk’. Al twee eeuwen lang hadden ze daarin allerlei nieuwlichterij zien verschijnen maar telkens weer waren ze gebleven, lijdzaam wachtend op ingrijpen van Godswege. Opstappen was hovaardig; iets voor ‘activisten’ als Abraham Kuyper – met zijn gereformeerde partij, krant, universiteit en kerk – die die onvoldoende beseffen hoe nietswaardig ze zijn.

Waarom braken ze dan wél in 2004? Niet omdat ze zo homofoob waren, denk ik, maar juist omdat zij – in late navolging van Kuyper – ‘modern’ waren geworden. Ook de betrokkenheid van vele hersteld-hervormden bij de Nashvilleverklaring duidt erop dat zij hun vroegere ‘quiëtisme’ hebben verruild voor activisme – en dat hun horizon zich nu ver voorbij de Veluwe uitstrekt, tot in Amerika. Dat is een logische ontwikkeling want qua opleiding en inkomen staan ze veel sterker dan de ‘stillen in den lande’ van een eeuw of twee geleden. Maar zijzelf stellen deze veranderde opstelling voor als een reactie op het optreden van geduchte tegenstanders zoals ‘de assertieve homo-lobby’.

Een jaar of tien geleden publiceerde de Canadese sociologe Tina Fetner een boek getiteld How the Religious Right Shaped Lesbian and Gay Activism. Daarin betoogt ze dat de moderne homobeweging heeft vormgekregen in de late jaren zeventig, toen Amerikaanse evangelicals als Anita Bryant ten strijde trokken tegen de gelijkberechtiging van gays. Sindsdien bestaat er tussen beide bewegingen een complexe, symbiotische verhouding: ze staan elkaar zowat naar het leven maar gebruiken het bestaan van ‘de tegenstander’ ook om hun eigen achterban te mobiliseren. In mindere mate zie je dat ook in Nederland: seculiere LHBT-activisten en conservatieve christenen zijn elkaars lievelingsvijanden.

In de jaren tachtig was het COC zo gebeten op kerken en confessionele partijen dat sommige leden klaagden over ‘gristenhaat’. Vanaf de jaren negentig is dit antireligieuze sentiment geluwd, maar wanneer er sprake blijkt van homohaat is religie vaak de eerste verdachte. En, eerlijk is eerlijk, daar geven conservatieve gelovigen nogal eens aanleiding toe. Wat daardoor echter gemakkelijk uit beeld verdwijnt is dat ‘homonegativiteit’ – om een heel lelijk woord te gebruiken – naast afkeuring ook afkeer behelst. Die afkeer nu hangt nauw samen met gendernormen die ook in een seculiere samenleving hardnekkig blijken.

De Nashvilleverklaring is gecrasht in Nederland; niet alleen doordat LHBTs ertegen in het geweer kwamen, maar ook doordat zelfs veel behoudende protestanten er niets van moesten hebben. Zij hebben zich niet laten meeslepen in een culture war van Amerikaanse makelij. Evenmin heeft het COC zich laten verleiden tot een antireligieuze stellingname. De Viering van de Liefde, op het Homomonument, werd een ode aan seksuele én levensbeschouwelijke diversiteit. De Nashvillianen likken nu hun wonden; in de loop van het jaar zullen ze een studiedag beleggen. De zoveelste. Ik mag hopen dat ze daarvoor ook LHBTs uit eigen kring zullen uitnodigen. Met een beetje geluk wordt de herinnering aan de zeperd van Nashville dan overstemd door de herdenking van de Synode van Dordrecht – ook geen toonbeeld van tolerantie, maar dan een van vaderlandse bodem.

Verder lezen?

Dat kan natuurlijk. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Al 5 reacties — praat mee.