Op een terrasje aan de Prinsestraat in Den Haag vierden we allen als Nederlanders onze Koninginnedag. De hele dag bracht ik daar door in onze ‘Arabische lounge’. Ik beschilderde handen met henna; er waren ook een buikdanseres en muzikanten, een theeschenker en een fotograaf. Voorbijgangers keken geïnteresseerd toe en als ze plaats namen op onze poefs, nipten ze binnen de kortste keren van hun mierzoete muntthee, gaven ze zich over aan mijn creatieve hennamotieven en deinden ze mee op de opzwepende Arabische klanken uit de luit en de derbouka’s.

In de trein naar huis was iedereen in opperbeste stemming. Wat meestal een stille rit zonder conversatie is, bleek vandaag een reisje met gesprekken over het weer, drinken in de vroege middaguren, integratie, de NS en andere onderwerpen. We waren een ‘wij’. Mijn jongste zusje was bij me en ze genoot van de dag. Een lekker frietje, het gesprek van onze reisgenoten in de trein en het heerlijk zonnetje. Eenmaal thuis zakte alles als een kaartenhuis in elkaar. Alsof ik de dag gedroomd had en niet zelf beleefd. Nog met mijn schoenen aan zette ik de tv aan. Ik wilde me net gaan omkleden toen ik de stem van Beatrix hoorde. In de headlines van het NOS-journaal las ik dat het geen terreur was. Ik had nog geen idee wat de aanleiding was, maar ik hield mijn hart vast. Als Marokkaanse Nederlander zijn dit pijnlijke momenten. Je denkt alleen maar: “Lieve Allah, nee! Laat het geen Marokkaan zijn, geen moslim.” Wat er precies was gebeurd drong niet tot me door. Ik keek naar alle tv-journaals, zappend en zoekend naar de verlossende woorden: de beschrijving van de dader, die mij mijn rust zou teruggeven. Een kleine twintig minuten later kwam eindelijk de verlossing: het ging om een 38-jarige autochtone Nederlander. “Past dit in jullie cultuur? Is de integratie mislukt? Waarom is dit geen terreur?” Even, heel even, voelde ik woede opkomen, vanwege het grote verschil in berichtgeving. Want deze vragen werden natuurlijk alleen in mijn hoofd gesteld. Maar even snel als de woede opkwam, liet ik het los. Zo wil ik vandaag niet denken, vandaag niet, niet na de woorden van Beatrix. Angst is een vreemde emotie. Ineens was ik geen onderdeel meer van het wij, waar ik eerder deze dag zo intens van genoot.

Allerlei vragen drongen zich op. Waarom, wat en hoe? De aangeslagen koningin deed me meer dan ik ooit had verwacht. In wat voor wereld leven we toch? Zekerheden die we voor vanzelfsprekend nemen, lijken ineens zo kwetsbaar. Niet líjken, ze zíjn het gewoon. Maar ik wil niet in een land leven waar we Koninginnedag niet kunnen vieren zoals we dat gewend zijn – zoals ík het al decennialang gewend ben. Ik was bang dat mijn etnische groep als geheel als dader neergezet zou worden. De koningin en haar familie waren wellicht bang voor hun eigen leven. En W!J? Waar is W!J bang voor? Als ik een poging mag doen in naam van W!J: W!J is bang om die ene dag te verliezen; die ene leuke, gezellige dag, waarop jong, oud, zwart, geel, blank, arm, rijk, gezond – het hele land samen feestviert. De dag waarop criticasters van de multiculti-maatschappij ongelijk hebben. Ik ben bang om die ene dag, die Nederland zo Nederland maakt, Nederland zoals het zou moeten zijn, in alle geuren en kleuren, te verliezen. Koninginnedag is niet alleen de dag van onze vorstin, zoals ik op tv hoorde. Dit is ónze dag, van alle Nederlanders.

Fatima Lamkharrat

Senior communitywork en projectmanager WMO Radar

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.