“Jongeren en vreemdelingen verpesten de boel”, bromt meneer Van Velzen. Hij is mager en zwaait op zijn benen. Tot zijn frustratie willen zijn kinderen niet meer van de kerk weten. Op lange zondagmiddagen betast hij het ondergoed van zijn overleden vrouw, dat hij achter in de kast bewaart.
“Toevallig”, vervolg ik het verhaal, “kwam er een vrome gelovige langs, maar toen die het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen.”
“Asjemenou, dat zag je in de oorlog ook”, roept mevrouw Hendriks vanuit haar rolstoel. Ze bracht toen de verzetskrant Trouw rond. “Mensen die vooraan in de kerk zaten maar geen hand uitstaken en na de bevrijding wel een grote mond.”
Ik lees verder: “Er kwam ook een streepjespak langs, op weg naar zaken. Maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.”
“Hoezo, hij loog erom heen?” Mevrouw Sloot draait aan haar gehoorapparaatje dat prompt wild begint te piepen. Bij de ingedommelde meneer Fritz gaat even een oog open.
“Hij wilde niks met hem te maken hebben”, roept meneer Van Velzen in haar oor en maakt van de gelegenheid gebruik om haar arm te pakken. “Logisch ook’, gromt hij, “voor je het weet staan ze je met een mes op te wachten.”
“Toen kwam er een Samaritaan”, vervolg ik, “die voelde zijn baarmoeder toen hij het slachtoffer zag liggen.”
“Wat?’ roept meneer Van Velzen. Met een pijnlijke grimas strekt hij zijn been.
“Asjemenou”, mompelt mevrouw Hendriks.
“Dat staat er letterlijk”, leg ik uit.
“Maar een man heeft toch geen baarmoeder?” Ontdaan kijkt de gewoonlijk stille mevrouw Zeldenrust mij aan.
“Dat is een uitdrukking voor barmhartigheid”, zeg ik. In een baarmoeder draag je immers een kind dichtbij je hart, iemand die anders is dan jezelf, een vreemde eigenlijk.”
“Kinderen!” gromt meneer Van Velzen. En hij vertelt uitgebreid hoe zijn kleinkind laatst niet voor het eten wilde danken.
“Die Samaritaan voelde zijn baarmoeder”, ga ik verder, “ging naar het gewonde land toe en goot olie en wijn in zijn wonden.”
“Wat is ook weer een Samaritaan?” roept mevrouw Sloot terwijl ze opnieuw piept.
“Dat was een vreemdeling, iemand met een ander geloof”, antwoord ik.
“Een vent met een baarmoeder en een vreemd geloof, die zou ik niet hoeven”, mompelt meneer Van Velzen en staat op. De pijnscheuten in zijn been houden aan. Ineens gaat hij met een klap onderuit. Kreunend ligt hij op zijn zij.
Snel haal ik een medewerker. De jonge Fatima buigt zich over hem heen, hem geruststellend toesprekend in haar lichte accent. We helpen hem overeind en leunend op haar verlaat hij de kamer om verder verzorgd te worden. Het doet hem zichtbaar goed haar arm om hem heen te voelen.
“Is de kast al open?” Meneer Fritz schiet wakker. In de kast staat de drank.
“Nee, het is nog ochtend”, antwoord ik. “Maar ik ga toch de sleutel halen, want is dit niet het moment voor olie en wijn?”
“Asjemenou”, zegt mevrouw Hendriks.

JJ Suurmond

Jean-Jacques Suurmond

Publicist

Jean-Jacques Suurmond is pastor, coach/supervisor en publicist.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.