Bron: youtu.be

Je houdt je actief bezig met mensenrechten en inclusief beleid. Waar komt die interesse vandaan?

“Ik ben Hongaarse, en ben opgegroeid in het Hongaarse deel van Roemenië. Daar was ik deel van een nationale minderheid, net als ik nu in Nederland met mijn achtergrond een minderheid ben. Ik ben dan ook niet voor niks expert mensenrechten geworden. Ik werk ook als zelfstandig ondernemer samen met gemeenten om een lokale inclusieagenda op te zetten. Als ik het over inclusie heb, trek ik het breder dan fysieke beperkingen of culturele achtergrond. Het gaat echt om optimale deelname van ieder van ons aan de samenleving. We horen allemaal bij dezelfde samenleving en we hebben allemaal het recht om daaraan deel te nemen. Ik ben ook voorzitter van de Vereniging Inclusie Nederland. Wij komen elke maand voor een online inclusieborrel bij elkaar. Dat zijn allemaal mensen met verschillende soorten beperkingen. Daar voelen we ons veilig en op ons gemak. Dan merk je het verschil tussen gemak en ongemak: als je het niet gewend bent, voelt het ongemakkelijk om over een onderwerp als beperkingen te praten. Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat zulke gesprekken plaatsvinden.”

“Voordat ik zelfstandig ondernemer werd, werd ik aangenomen bij een adviesbureau. Daar merkte ik dat ik in een hokje werd geplaatst: ik werd aangenomen omdat een quotum voor een aantal mensen met een beperking moest worden gehaald. Daar kreeg ik niet de kans om mezelf te zijn en mijn talenten te laten zien. Toen ben ik na een jaar als zelfstandige begonnen. Nu ben ik terug bij mijn eigen vak, mensenrechten.”

Aan wat voor wereld werk jij als professional?

“Ik wil werken aan een wereld waarin we gelijkwaardig aan elkaar zijn. Bij het ervaren van die gelijkwaardigheid speelt je omgeving een belangrijke rol. Dan bedoel ik niet alleen de mensen direct om je heen, maar maatschappij-breed: Als anderen jou als een gelijke behandelen, kun je je ziekte makkelijker accepteren en ermee omgaan. Ik werk eraan om mensen zich daarvan bewust te maken: ik hoor erbij. Als participatie voor iedereen op allerlei levensterreinen mogelijk wordt gemaakt, hebben we het over een inclusieve samenleving.”

Op welke manier doe jij dit in jouw persoonlijke leven?

“Vijf jaar geleden is een zeer zeldzame chronische aandoening bij mij vastgesteld, waardoor ik minder zelfredzaam werd. In het begin was ik er niet klaar voor om gebruik te gaan maken van een rolstoel. Mensen ervaren een hulpmiddel als een teken van zwakte. Je bent niet zelfredzaam en dus zwakker dan de rest. Maar ik heb geleerd: mijn bewegingsvrijheid is belangrijker dan wat anderen van mij denken. Daardoor durfde ik na een tijdje wel een hulpmiddel aan te schaffen. Ik moest wel even aan het idee wennen. Een chronische ziekte krijgen is niet je eigen keuze. Maar hoe je ermee omgaat is wel een eigen keuze. Je omgeving speelt daarbij ook een rol. Mijn man, ik noem hem mijn blonde prins, heeft mij heel erg gesteund.”

Foto Andrea Naphegyi b
Andrea Naphegyi

“Ik probeer hoop te hebben, in plaats van hoge verwachtingen te hebben van mezelf. Acceptatie is de sleutel om met jezelf om te kunnen gaan, en om ook andere mensen zich op hun gemak te laten voelen. Aan mij kun je vragen stellen, ik sta open. Dat wil ik graag bereiken: dat mensen achterover kunnen leunen en een ontspannen gesprek kunnen voeren. Dat begint bij acceptatie aan de ene kant en bewustwording aan de andere kant.”

Hoe merk jij het ongemak van mensen als ze met jou praten?

“Ik maak vaak mee dat kinderen opmerkingen maken, bijvoorbeeld over mijn fiets met drie wielen. Volwassenen zullen het niet zo snel hardop zeggen, maar ik zie het ze soms wel denken: zij is raar.”

“In onze maatschappij hebben we allerlei normen over wat je moet zijn en doen om een ‘gelukkig leven’ te hebben: een prachtige carrière, presteren, hobby’s en sporten, vijf keer per jaar op vakantie, et cetera. Een beperking hoort daar niet bij: een beperking hebben en gelukkig zijn sluiten elkaar uit volgens die normen. Als mensen mij leren kennen, zeggen ze: jij bent een moedige doorbijter. Maar zo zie ik mezelf niet. Ik heb geen beperking, mijn omgeving beperkt mij. Als alle openbare plekken voor mij als rolstoelgebruiker toegankelijk waren, dan heb ik geen beperking meer.”

Wat is er nu in de wereld nodig om weer tot verbinding met elkaar te komen?

“Eenzaamheid is in deze tijd een groot maatschappelijk probleem. Er is behoefte aan verbinding met elkaar. Om die verbinding te kunnen maken is openheid nodig, en de wil om echt tijd met een ander te besteden. Die openheid moet van twee kanten komen: van mensen met en mensen zonder beperking. Gelukkig komt er weer een tijd dat we elkaar ook weer offline kunnen ontmoeten.”

“Tijdens deze coronacrisis merken mensen wat een beperking is: iedereen is nu beperkt in hun bewegingsvrijheid, in het onderwijs, de arbeidsmarkt, enzovoort. Zij merken nu: zo is het dus om niet te kunnen doen wat je leuk vindt. Ik hoop dat deze crisis ons iets oplevert. En dat we misschien een ander woord kunnen gaan gebruiken in plaats van ‘handicap’ of ‘beperking’. Die woorden hebben namelijk een heel negatieve connotatie. Ik geef de voorkeur aan ‘mensen die een hulpmiddel gebruiken’. Ik gebruik een rolstoel en iemand anders misschien een bril.”

Hoe kunnen we ondanks een gevoel van ongemak toch het gesprek met elkaar aangaan?

“Mensen met een lichamelijke beperking worden in onze samenleving vaak in een hokje geplaatst. Als je daaruit wil komen, moet je erover praten. Zo werk je aan bewustwording. En met bewustwording werk je aan verandering. Ook vind ik gelijkwaardigheid erg belangrijk. Als je je gelijkwaardig voelt, is je ongemak vanzelf voorbij. Als je iemand maar niet als een zielig persoon benadert. Typisch menselijk, om iets in te vullen voor de ander. Hoe zou het leven van diegene zijn? Je denkt dat je empathie toont, maar je gaat voor iemand anders denken. Dat leidt tot een gevoel van ongemak.”

“Je moet goed bedenken waar jouw ongemak door veroorzaakt wordt. Het is belangrijk om een soort zelfanalyse te maken: Waar komt dit gevoel vandaan? Als je dat kunt beantwoorden, kun je er makkelijker mee omgaan. Ik voel of je belangstelling hebt voor mij en me met respect benadert: dat zie ik aan je ogen, je uitstraling en je non-verbale communicatie. Als je de ander waardeert in plaats van zielig vindt, dan mag je mij alle vragen stellen omdat ik me veilig voel.”

Conversations for change

Wat kun je lezers meegeven die zelf soms liever het lastige gesprek uit de weg gaan?

“Kijk naar de mens en niet naar het hulpmiddel. Wat is het verschil tussen jou en degene die in een rolstoel zit? Alleen het vervoermiddel dat jullie gebruiken. Niks anders. Jullie zijn allebei mensen. Vaak weten mensen geen raad met zichzelf: moet je nou wel of niet proberen iemand te helpen? Hulp aanbieden in het dagelijks leven is alleen maar goed. Dat is ook goed voor onze behoefte aan verbondenheid. Kom gewoon met een glimlach naar me toe: kan ik iets voor je doen? Dan is het een win-win-situatie, we kunnen elkaar verder helpen. Het is niet ik en-jij, wij-zij: we horen allemaal tot dezelfde samenleving en we doen het voor elkaar en met elkaar. Durf te vragen, zou ik willen zeggen.”

Do you want to read this interview in English? Go to this webpage.

De zesdelige cursus Conversations for Change van de Nieuw Wij Academy begint op 22 maart. De inschrijving is inmiddels geopend.

1517089438573

Esther Kamphuis

Esther Kamphuis is masterstudent Building Interreligious Relations en werkzaam voor onder meer Nieuw Wij.
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.