Met de trein die mijn geboortestad Enkhuizen en Amersfoort met elkaar verbindt, kom ik aan op het station in Amersfoort, Vanaf daar rijden Martijn Duifhuizen en ik oostwaarts. Op naar Hertme, een dorp in de Twentse weilanden.

Het Nederlandse wegen- en treinnetwerk is sterk met elkaar verbonden, maar ‘verbinding’ is voor veel Nederlanders soms zeer problematisch als het gaat om de onderlinge contacten. Eind 2017 bleek uit een onderzoek van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (van het SCP) dat Nederlanders steeds meer polarisatie ervaren. Intolerantie en onverdraagzaamheid zijn thema’s waar veel mensen zich grote zorgen over maken.

Dat er echter ook veel initiatieven worden genomen door Nederlanders om tot meer verbinding te komen, wordt vaak vergeten helaas of amper gezien. Kunstenaar Martijn Duifhuizen is een van die vele initiatiefnemers. Hij studeerde in 2004 af aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam. In het verleden exposeerde hij onder andere in het Stedelijk Museum in Zwolle en het Gemeentemuseum in Den Haag. Voor hem zijn de bijbel, het christendom en zijn reizen naar Oost-Europa een inspiratie voor het project dat aanleiding is voor deze ontmoeting: communio sanctorum, oftewel: heilige gemeenschap.

Het witte vierkant van 10 bij 10 centimeter, verpakt in een wit doosje, is het beste te beschrijven als minimal art. Op het eerste gezicht lijkt de abstractie in lijn te zijn met Mark Rothko of het zwarte vierkant van Kazimir Malevitsj. Maar wie dichterbij komt, vindt de namen van duizend mensen van 1517 tot aan vandaag, bekenden en onbekenden, verborgen in de horizontale lijnen.

Martijn: “In het kunstwerk staan de namen van protestanten en katholieken op één lijn. Namen van mensen die in de geschiedenis soms lijnrecht tegenover elkaar hebben gestaan. Dat is wel iets boeiends, een naam. Bij de dodenherdenking op 4 mei worden namelijk ook namen genoemd en dan is het net alsof die personen tot leven komen.

Ik heb intuïtief namen toegevoegd in het kunstwerkje, maar mensen raadden mij ook andere namen aan. Op die manier heb ik de inmiddels overleden zuster Aloysa toegevoegd, maar ik wist niet dat zij ook een tweelingzus had. Toen ik daar achter kwam, heb ik haar naam ook op het kunstwerk geplaatst: zuster Josephine, of eigenlijk Dorothea Hendrika, haar doopnaam.”

Koffie
Zuster Josephine schenkt koffie in Beeld door: Julia Visser/RV

“Eerst koffie!” zegt Josephine als we aankomen in Huize Uitzicht. De 87-jarige vrouw laat nergens gras over groeien. Ondanks haar hoge leeftijd zet ze zich nog steeds met hart en ziel in voor haar medemens. Ze is onder andere initiatiefnemer van Stichting Noodopvang Dakloze Asielzoekers (NDA) in Hermte. Deze organisatie zorgt op dit moment voor zestien asielzoekers uit Afrika, en landen als Roemenië en Georgië.

Er wordt wel gezegd dat mensen steeds meer verharding of verruwing ervaren. Ervaart u ook polarisatie in de samenleving?

Josephine: “Nou, ik dacht van wel! Als je kijkt in de politiek hoe bepaalde partijen daarin bezig zijn… Ze willen een polariserende denkwijze introduceren en krijgen mensen daar nog gek voor ook. Ik begrijp dat niet. De wereld is niet volmaakt gemaakt, maar wij hebben wel de taak om te zorgen dat zij iets beter wordt, daar hebben we ons voor in te zetten. Daartoe zijn wij geschapen.”

Dus een eigen verantwoordelijkheid?

Josephine: “Ja, daar sta ik helemaal achter.”

DSC_0661
Martijn Duifhuizen bij zuster Josephine met het kunstwerk Beeld door: Julia Visser/RV

En nu is zuster Josephine dus opgenomen in het kunstwerk van Martijn. Zij met een katholieke achtergrond, hij streng gereformeerd. Na een levendige correspondentie via de mail ontmoeten zij elkaar vandaag voor het eerst.

Martijn haalt het op het eerste gezicht witte vierkantje uit de tas die hij mee heeft genomen. De loep wordt erbij gehaald en samen lezen zij de namen van protestanten en katholieken. Ze zoeken naar Josephines naam en die van haar in 2014 overleden tweelingzusje, zuster Aloysa van Amersfoort. Of eigenlijk Petronella, haar doopnaam.

Wat betekent het voor u om opgenomen te zijn in het kunstwerk van Martijn?

Josephine: “Ik zal je wat vertellen: ik ben er één van een tweeling. Ik heb me altijd intens verbonden gevoeld met mijn tweelingzus en het was voor mij heel verdrietig toen ze stierf. Het voelt nu net alsof er een monumentje voor haar is opgericht. Ergens mag ze er zijn, als blijvende herinnering. Toen zei Martijn dat ik er ook op mocht. Dan voel je gewoon die verbondenheid weer. Die is zo intens.”

Want Aloysa heeft zich ook ingezet voor de samenleving? Bijvoorbeeld voor de Koerden heb ik begrepen? 

Josephine: “Dat is eigenlijk begonnen met een hongerstaking in Eindhoven en toen hebben ze aan Aloysa gevraagd of ze niet een plek had waar dan kon. Zij heeft zich daarvoor ingezet en het voor elkaar gekregen dat ze een kerk kreeg, waar ze uiteindelijk een hele tijd hebben gezeten. Ze hebben het toch nog steeds moeilijk, die Koerden, maar die komen wel op voor hun rechten!”

DSC_0658
Aandenken aan zuster Aloysa Beeld door: Julia Visser/RV

Bent u net als uw tweelingzus rebels geweest in u leven?

Josephine: “Nou ik kan wel een keer kwaad worden als er dingen gebeuren waar ik het niet mee eens ben. Ik kan een recent voorbeeld noemen. Wij hebben vijftien vluchtelingen in de opvang en we hebben daar een prachtig huis voor. Zij vinden daar een stukje geluk terug.

Maar nu heeft het huis geen woningbestemming, dus we moeten er uit want de industrie is belangrijker. Nu moeten we voor al die mensen een ander onderkomen zoeken. Ik word niet kwaad dat ik dat moet doen, maar dat het op die manier gebeurt!

Het zijn mensen die tussen wal en schip vallen. Ze zijn al in het AZC geweest en er lopen nog allerlei procedures, maar ze mogen die niet afwachten in het AZC. Nou daar zijn wij voor, voor die mensen.”

Op jonge leeftijd hebt u zelf ook ervaren wat het betekent om te moeten vluchten. Kunt u daar iets meer over vertellen?

Josephine: “We zijn uit Den helder verjaagd door de oorlog. We hadden een groot gezin van acht kinderen en tijdens een bombardement vloog het hele gezin uit elkaar. De ene vloog hier naartoe, de andere daar naartoe. Toen het voorbij was, toen we bij het krieken van de morgen weer naar huis gingen, troffen we mijn moeder aan de deur. Toen ik aankwam zei ze: ‘Goddank, weer ien‘”.

En wat is er toen gebeurd?

Jospehine: “Een deur konden wij niet meer horen klappen en wij kregen ook geen eten meer door de keel vanwege de spanning. Dat betekende gewoon: wegwezen hier! Als je nog langer blijft, dan komen er brokken. Ik was toen tien jaar.

We zijn uit Den Helder weggegaan en uiteindelijk in Brabant terechtgekomen. Met vier meisjes, twee tweelingen, gingen we naar het internaat. Dat betekende gewoon dat, als er weer gevlucht moest worden, mijn moeder niet de hele kluit hoefde te beschermen.

Het internaat was prima en wij leefden daar waar je van de oorlog niks merkte. Sommige mensen praten verschrikkelijk over het internaat, wij hebben eigenlijk veel plezier gehad met die meiden onder elkaar. Wat een lol hebben we gehad!”

Want u bent eigenlijk door de oorlog bij de Zusters van Liefde gekomen?

Josephine: “Ja, dat was natuurlijk wel heel mooi. Ik heb daar dus de opleiding gehad en kennis gemaakt met de Zusters van Liefde. Op een gegeven ogenblik was ik klaar en onderwijzeres en, nou goed, dan is de hele wereld opeens anders geworden. Dan komt de fase van het leven: hoe ga ik verder?”

Hoe oud was u toen?

Josephine: “Negentien. Ik ging naar dansavondjes en ik snuffelde wat rond. Zo gaat dat nou eenmaal en zo hoort het ook. Maar goed, je wilt toch echt wat goeds van je leven maken. Het was mij door mijn opleiding al bekend dat de Zusters van Liefde zich inzetten voor mensen die misdeeld waren en niet meetelden.

Het was toen wel even spannend. Red ik het ook? Het was ook nog eens een totaal ander leven. Je zag af van een huwelijk of kinderen bijvoorbeeld. Maar die stap heb ik gezet en ik heb er trouw aan kunnen blijven. En eerlijk gezegd: ik vind het heel zinvol.”

DSC_0700
Beeld door: Julia Visser/RV

Hoe kunnen we volgens u beter met elkaar samenleven in Nederland?

Josephine: “Dat is een goede vraag. Het is misschien een beetje utopisch, maar ik zou graag een land zien waar we echt voor iedereen openstaan en waar iedereen tot zijn recht mag komen. Waar iedereen kansen krijgt en waar er geen geruzie is. Er mag ook geen macht zijn. Men wil maar macht hebben, wat is dat nou toch? En dat rotgeld. We hebben het wel nodig, maar het zou toch mooier zijn als we alles met elkaar konden delen.”

Hoe is dat voor jou, Martijn?

Martijn: “Natuurlijk, er blijven verschillen, maar respecteer gewoon die verschillen. Ik heb laatst een interessant stuk gelezen van hoogleraar Halleh Ghorashi. Zij stelt eigenlijk dat we teveel essentialistisch denken over wat een echte Nederlander is; het of-of denken. Dit hangt vaak samen met het lichaam en de religie van mensen. Mensen denken vaak: óf je bent een Nederlander óf Marokkaan.

Alles wat afwijkt van een witte Nederlander met een joods-christelijke achtergrond wordt hiermee gediskwalificeerd. Ik vind het belangrijk dat we de sensitiviteit voor elkaar weer terugvinden en elkaar tegemoet treden zonder vooroordelen. Eigenlijk besta je vooral bij de ander. Je hebt de ander harder nodig dan dat je denkt.”

DSC_0705
Verbinding Beeld door: Julia Visser/RV

Denk je dat kunst een verbindende rol kan spelen?

Martijn: “Ik denk dat het wel meer die rol kan vervullen dan nu gebeurt. Ik ben een minimalist, dat maakt kunst voor mij boeiend, want dan blijft er meer over voor de kijker. Ik zoek naar de meest simpele vorm waardoor er meer ruimte over blijft voor de verbeelding. De voor het oog horizontale grijze lijnen in communio sanctorum nodigen uit dichterbij te komen en te kijken, waarop de verrassing volgt. Pas wanneer je de loep ter hand neemt gaat er een ‘breder wij’ voor je open.

Ik vind de verschraling in de samenleving soms pijnlijk. Je moet eigenlijk juist de verwondering aanleren bij kleuters. Karel Appel maakte ook ‘kinderachtige’ schilderijen. Hij was een keer aan het ‘rotzooien’ toen er een vader naar hem toe kwam, die zei: ‘Wat jij kan, dat kan mijn kind ook.’ En toen zei Appel: ‘Ja maar jij niet!’

Juist dat heeft met verwondering te maken. Bijvoorbeeld een spinnetje dat een web weeft. Nu leren kinderen veel via televisie, maar ze moeten gewoon naar buiten! Daar vind je ook een hoogstaand stukje kunst! En je kunt op die manier ook heel snel verbindingen leggen.”

Hoe heeft ‘naar buiten gaan’ voor jouzelf dan een verbindende rol gespeeld? 

Martijn: “Wat voor mij heel belangrijk is geweest, zijn mijn reizen als kind naar Oost-Europa. Toen ging ik met mijn ouders mee om daar christenen te helpen tegen de onderdrukking van het communisme. Mijn ouders pakten altijd de hele auto in en vertelden ons dat we op vakantie gingen naar Oostenrijk. Die bestemming veranderde onderweg in Rusland. Omdat er een kans was dat we het zouden doorvertellen aan de buren, mochten wij van niks weten.

Dan reden we zo door naar de Poolse grens. Soms stonden we daar wel zes uur vast en werd alles gecontroleerd door de douane. De camper werd hier en daar zelfs gedemonteerd, de appels werden doormidden gesneden want er kon iets anders inzitten dan een klokhuis. Voor mijn ouders vaak spannende momenten, voor mij was het vooral een avontuur.

Er zijn ook bijzondere dingen gebeurd op de reizen. Op een van de snikhete zomerdagen in 1984 ging mijn vader bijbels afleveren bij de 82-jarige dominee Popov in Sjoemen, een mooie stad in Bulgarije. Het was op dat moment verboden om bijbels in je bezit te hebben. Popov heeft zes jaar aaneengesloten in de gevangenis gezeten omdat hij ondanks het regime zijn geloof leefde. Volgens hem heeft de KGB (geheime politie) hem zelfs geholpen met de bijbelverspreiding omdat zij in de krant vermeldden hoe slecht Popov was, toen bij hem thuis christelijke lectuur gevonden werd.

Mijn vader had de route naar het kerkje van Popov uit zijn hoofd geleerd maar vond dit kerkje niet. De volgende dag probeerde mijn moeder het nog een keer en vond het kerkje achter een 16 verdiepingen hoge flat, bewust daar neergezet om onder het communisme zo min mogelijk aandacht te trekken. Het bleek dat Popov twee weken bij zijn zoon gelogeerd had in Belokopitovo, 100 kilometer bij Sjoemen vandaan. Hij had opeens sterk het gevoel gekregen dat hij huiswaarts moest gaan, hoewel hij in eerste instantie langer zou blijven. Mijn moeder mocht binnen komen en zijn eerste vraag was: ‘Heb je bijbels?’

Ook ben ik in contact gekomen met christenen uit allerlei denominaties binnen het christendom. In Kiev vloog het wijwater me om de oren in de Sophia kathedraal, in Roemenië werd ik ’s morgens wakker van het geluid van gehamer en getik. Dit bleek van een monnik in het klooster vlakbij te zijn. Hij liep dan iemand met een plank door de omgang waar hij met op hamerde om de duivel en het kwaad te verjagen. Kortom: een christelijk Europa in allerlei verschijningsvormen.”

DSC_06643
Beeld door: Julia Visser/RV

Wat heb je van deze ontmoetingen geleerd?

Martijn: “Het is met name waardevol als je ziet hoe protestanten en katholieken nog steeds over elkaar denken. Ik kijk zelf wel over kerkmuren heen, maar ik constateer tegelijk bij mijn eigen clubje dat het heel erg nog wij-zij is. Ik zal een voorbeeld geven: de mis wordt in de Heidelbergse Catechismus bestempeld als vervloekte afgoderij.”

Josephine: “Oh, oh!”

Martijn: “Gelijk weer vergeten hoor. Dat is nou niet wat je zegt verbindend. Als je naar de geschiedenis kijkt, dan zie je ook dat een groot deel van de protestanten op een heel onfatsoenlijke manier met de katholieken zijn omgesprongen destijds. Je hebt de martelaren in Gorcum gehad. Hoewel het niet de bedoeling van Willem van Oranje was om tot vervolging van katholieken over te gaan, schiep hij er door het omarmen van de Geuzen wel de gelegenheid toe.

Ik wil dus eigenlijk als protestant ook mijn excuses aanbieden aan de katholieken. In het kunstwerk staan ook namen van mensen die in hun leven misschien lijnrecht tegenover elkaar stonden maar in het kunstwerk staan ze op één lijn.”

Is het echt overal zoveel wij-zij?

Josephine: “Nee hoor. Hier hebben we een Raad van Kerken waar diverse kerken in zitten en gezamenlijke activiteiten doen. Gisteren ben ik nog naar een kruisweg geweest bij een kerkje in de buurt, een priester en een dominee en die waren er allemaal bij betrokken. De mensen die er waren, waren van allerlei slag.”

Martijn: “En dat ging allemaal samen?”

Josephine: “Jazeker.”

Martijn: “Als ik naar jouw leeftijd kijk, dan zit ik ongeveer op de helft. Wat zou je me als les willen meegeven voor de komende 40 jaar?”

Josephine: “Ik ben echt onder de indruk hoe jij het religieuze in het leven aan mensen wilt meegeven en ik zou je toewensen dat je dat blijft ontwikkelen! Verder wil ik geen lessen geven, want dat heb ik lang genoeg gedaan. Het is tijd voor snert!”

Klik hier als u meer wilt weten over communio sanctorum.

Voordat u verder leest

U kunt deze melding wegklikken. Maar goede artikelen schrijven en aansprekende diensten aanbieden kost geld. Steun daarom onze missie en word al vanaf € 4 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
23131609_1663834800340678_4241417697550515951_n

Julia Visser

stagiaire

Julia Visser (1993) is sinds februari 2018 stagiaire bij Nieuw Wij. Hiernaast is zij student religiewetenschappen aan de UvA en verzorgt …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.