Fayo is geboren en getogen in Amsterdam, maar haar wortels liggen in Oromia, een regio in Ethiopië. “Ik ben Oromo,” zegt ze, “ik kom uit Oromia, in Ethiopië. Zo ben ik ook opgevoed. Die achtergrond was heel aanwezig in mijn jeugd.”

Die aanwezigheid was niet alleen symbolisch, maar letterlijk tastbaar. In haar ouderlijk huis lagen en hingen textiel, handwerk, kleden. Tijdens het gesprek pakt Fayo een kleed erbij dat haar opa maakte. Ik vraag of ze uit een kunstenaarsfamilie komt.

“Dat is dus interessant,” zegt ze. “Mijn oma, mijn opa, mijn moeder: zij maakten al die dingen. Maar het werd nooit ‘kunst’ genoemd. Het werd gemaakt om thuis te gebruiken of om te verkopen. Toch zat er zoveel kennis, tijd, vakmanschap en esthetiek in. Alleen niemand noemde het zo.”

Ze laat zware katoenen dekens zien, 100 procent katoen, zoals die ’s avonds in de koude bergen van hun regio worden gedragen. “Mijn ouders hechtten daar altijd heel veel waarde aan. Niet alleen praktisch, maar ook als manier om hun identiteit niet te verliezen, en om die aan ons door te geven.”

Rond haar vijftiende valt er iets op zijn plek. “Toen dacht ik ineens: ons huis lijkt wel een museum, een archief. Dat was het moment dat ik me begon te interesseren in archieven. Waar dienen ze voor? Wie beslist wat wordt bewaard en wat niet? Waarom bestaan archieven eigenlijk?”

Een geschiedenis buiten het nationale verhaal

Die vragen zijn niet abstract. De geschiedenis van haar volk is beladen, legt ze uit.

“Binnen Ethiopië is er veel spanning rondom de Oromo-geschiedenis. Ethiopië profileert zich vaak als christelijk, nooit gekoloniseerd, een soort heldenverhaal. Maar wij passen niet in dat beeld. Wij zijn moslim, we zijn niet Amhara, we spreken Oromo. Onze taal, ons geloof en onze geschiedenis worden zelden centraal gezet.”

In plaats van haar identiteit steeds uit te leggen, wilde Fayo er actief mee aan de slag. “Ik was het beu om steeds alleen maar te corrigeren. Ik wilde onze geschiedenis archiveren, onze kunst en onze materiële cultuur een plek geven. Niet wachten tot een instituut dat ooit misschien doet, maar zelf beginnen.”

Haar ouders spelen daarin ieder een eigen rol. “Mijn vader is heel politiek ingesteld. Van hem heb ik altijd de politieke geschiedenis van ons volk meegekregen. Mijn moeder gaf me de cultuur mee: de kleding, de rituelen, de manier waarop ze koffiezet, de liederen, het eten. Samen vormen zij mijn eerste archief.”

Dat archiveren is geen afgerond project, benadrukt Fayo. “Ik zit er nog middenin. Hoe archiveer je een volk, een taal, een geschiedenis die zo groot en zo complex is? Dat kan natuurlijk niet in zijn geheel. Dus welke fragmenten kies je? Waar begin je? Met textiel? Met verhalen? Met muziek? Dat proces is continu in beweging.”

Na de middelbare school studeert ze Internationale Studies met een focus op Afrika, cultuur, geschiedenis, politiek en economie. “Ik schreef al mijn essays over kunst,” vertelt ze. “Achteraf denk ik: ik had gewoon kunstgeschiedenis moeten doen. Maar misschien moest het zo lopen. Die politieke en historische context helpt me ook in hoe ik nu naar kunst en archieven kijk.”

CM Credit Marny Garcia Mommertz
Fayo Said Beeld door: Marny Garcia Mommertz

Fayo ziet zichzelf expliciet als kunstenaar, niet alleen als curator of onderzoeker. “Als kunstenaar maak ik in verschillende vormen: fotografie, film, collage, nu ook keramiek. Ik heb een short film gemaakt over mijn vader, en collages (gemaakt) met foto’s van zijn reizen in Ethiopië – wat hij zag vanuit zijn perspectief.”

Keramiek is geen toevallige keuze. “In mijn familie is keramiek heel aanwezig. Het heeft te maken met hoe wij koffie maken, de potten, de schalen, de klei. Door met keramiek te werken, kom ik dichter bij de dagelijkse materialen van mijn familiegeschiedenis. Ik wilde ook meer met mijn handen doen. Textiel en keramiek zijn daar heel logisch in: het zijn vormen die in mijn familie leven en die je letterlijk voelt tijdens het maken.”

Al deze vormen samen – film, collage, textiel, keramiek – zijn voor haar geen losse projecten, maar een manier om dichter bij zichzelf en haar familie te komen.
“Door te maken leer ik mijn ouders beter begrijpen, en ook mijn grootouders. Het voelt niet als een keuze, maar als iets dat moet. Het hoort bij mij, en bij iedereen die mij heeft voortgebracht en grootgebracht.”

Voor wie in de diaspora leeft, krijgt dit nog meer urgentie. “Als je in de diaspora woont, voelt alles sneller alsof het kan verdwijnen. Mijn creatieve processen zijn een manier om, vanuit mijn familiegeschiedenis, mijn plek hier te vinden.”

Wat is voor haar dan een kunstenaar? “Iemand die kunst maakt, niet alleen om de kunst zelf, maar om dingen beter te begrijpen. Om door emoties heen te gaan, om vragen te stellen. Zo werkt het in ieder geval bij mij.”

Tijdens de afgelopen Museumnacht in Amsterdam werkte Fayo als young curator in samenwerking met QISSA en stichting NDSM-werf. Vanuit een geluidsbibliotheek van architect en spatial designer Afaina de Jong – met verhalen van onderbelichte personages, zoals Turkse gastarbeiders en vrouwen in de stad – bouwde Fayo verder.

“Ik wilde laten zien dat een archief meer is dan een document in een stoffige bibliotheek. Een archief is ook hoe mijn moeder koffiezet. Het zijn de verhalen in de woonkamer, de kleding in de kast, de liedjes die alleen bij familiefeesten worden gezongen.”

Voor Museumnacht nodigde ze verschillende mensen uit om hun eigen ‘archief’ te tonen: familieverhalen, objecten, geluiden. “Het ging mij erom dat bezoekers herkennen: mijn familieverhalen zijn óók archief. Zelfs als niemand ze officieel registreert.”

Islam als kompas, Oromo als gezicht

Naast haar Oromo-identiteit vormt ook haar islamitische achtergrond een belangrijk deel van wie ze is – en van haar werk. Die religieuze laag kreeg op latere leeftijd vooral meer diepgang.

“Mijn islamitische achtergrond is altijd een vanzelfsprekend onderdeel van mijn identiteit geweest. Maar op latere leeftijd ben ik me er alleen bewuster en dieper mee gaan bezighouden: met mijn geloof, met Allah, en met de liefde van Allah. In alles wat ik doe vraag ik me af: past dit bij mijn kompas? En dat kompas wordt gevormd door mijn geloof.”

In haar kunst is dat geloof niet expliciet zichtbaar in symbolen of teksten. “Mijn Oromo-identiteit zie je direct in mijn werk: in de stoffen, de referenties, de verhalen. Mijn islamitische achtergrond is meer het onzichtbare kompas. Ik heb het niet nadrukkelijk over islam in mijn werk, maar het is wel mijn leidraad. Het bepaalt met welke intentie ik maak, hoe ik met anderen werk, wat ik wel en niet laat zien. Tegelijkertijd voel ik steeds sterker de wens om deze kant van mezelf explicieter te laten zien en op een artistieke manier naar voren te brengen.”

Screenshot
Expo Archives in Our Homes bij PACT Zollverein Beeld door: Dirk Rose

Herkenning bieden, niet het ego centraal

Fayo benadrukt dat ze niet wil dat haar werk om haar ego draait. “De short film over mijn vader maakte ik niet om hem te ‘verklanken’ of voor mezelf een kunstwerk te hebben, maar omdat ik altijd zijn nostalgie en heimwee naar zijn geboorteplek kon voelen. Daar wilde ik iets mee doen, iets voor hem, voor ons. Mijn werk zal nooit alleen maar om mij draaien.”

Wat hoopt ze dat mensen meenemen uit haar werk? “Herkenning. En dat hoeft niet alleen voor mensen uit dezelfde cultuur te zijn. Ik hoop dat mensen er iets voor zichzelf uithalen: steun, herkenning, inspiratie. Dat ze denken: mijn familieverhalen doen ertoe. Mijn archief is waardevol.”

Die wens komt ook voort uit haar eigen ontwikkeling als maker. “Het heeft tijd gekost om mijn plek te vinden en mijn eigen stem te vertrouwen. Nu voel ik juist de kracht om die nog verder te verdiepen.”

Toekomstplannen heeft Fayo genoeg. “Wat ik echt graag zou willen, is een groepstentoonstelling cureren waarin ik de volledige regie heb. Een plek waar ik mijn grootste inspiraties kan samenbrengen. Er is zóveel talent dat naar mijn gevoel te weinig podium krijgt. Vooral onder moslimvrouwen in mijn netwerk.”

Samenwerken met andere vrouwen is voor haar essentieel. “Ik hou ervan om met vrouwen te werken. Vooral met vrouwen die ook tussen werelden in leven, die ook hun eigen archief proberen te begrijpen. Als ik zo’n groepstentoonstelling kan realiseren, voelt dat als een volgende laag in mijn eigen archief: niet alleen mijn verhaal, maar een weefsel van verhalen, die elkaar dragen.”

samira

Samira I. Ibrahim

Samira I. Ibrahim is hydroloog en theoloog, met een passie voor interdisciplinair onderzoek op het snijvlak van mens, natuur en …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.