“Mijn identiteit drijft mij enorm in het werk dat ik doe,” vertelt Moussa-Roodenburg. “Ik ben een Amsterdamse moslima. In mijn twintiger jaren ben ik bekeerd, getrouwd met een Tunesische man en moeder geworden van drie kinderen. Sinds ik een hoofddoek draag, merkte ik hoe snel de buitenwereld je in een hokje plaatst. Van ‘witte vrouw’ naar ‘moslimvrouw’. Dat heeft me diep gevormd en ik zie bij mijn kinderen hoe zij dagelijks navigeren tussen hun bi-culturele identiteiten.
Voor mij is kunst en cultuur altijd een bron van inspiratie geweest. Mijn eerste baan in de cultuursector was die van frontoffice-medewerker in het Rijksmuseum. Daar raakte ik onder de indruk van hoe kunst mensen kan verbinden. Later was ik initiatiefnemer bij het event Onderkruipsels vanuit islamitisch perspectief, wat mijn inzicht versterkte dat islamitisch erfgoed niet als randfenomeen gezien moet worden, maar als een volwaardig onderdeel van de Nederlandse culturele geschiedenis. Vanaf dat moment werd representatie een persoonlijke missie: met de ingangen die ik heb, zoveel mogelijk deuren openen.”
'Ik ben Jo' – van museumzaal naar wijk
Een belangrijk project dat Moussa-Roodenburg momenteel leidt is Ik ben Jo!, in het Van Gogh Museum. “Het idee ontstond vanuit de subsidies rond de viering van Amsterdam 750. De vraag was: hoe kunnen verschillende sectoren samenwerken, en wat kan de museale wereld bieden? Het verhaal van Jo van Gogh-Bonger, de schoonzus van Vincent, lag al langer op de plank. Zij verloor jong haar echtgenoot Theo en moest als alleenstaande moeder ondernemend verder. Zij was tevens de drijvende kracht achter de tentoonstellingen van het werk van Vincent van Gogh en gaf zijn brieven uit.
Dat verhaal bleek enorm herkenbaar voor vrouwen in de Amsterdamse wijken. We hebben acht weken intensief samengewerkt met vrouwenorganisaties uit vijf stadsdelen. Hun ervaringen van doorzetten, ondernemerschap en alleenstaand moederschap kwamen samen in kunstwerken die uiteindelijk in het Van Gogh Museum en vervolgens in de buurten werden gepresenteerd.
Na eind augustus zijn delen van de tentoonstelling ook in de stad zelf te zien: In alle vijf stadsdelen is een samenwerking met de OBA. In september is de tentoonstelling nog te zien in Noord, Zuid-oost en West. Op 2 september volgde een herdenking van Jo’s honderdste sterfdag in samenwerking met Pakhuis de Zwijger.
Wat haar het meest bijbleef? “De laagdrempeligheid. Vrouwen die zichzelf niet als kunstenaar zagen, konden via dit traject hun verhaal artistiek delen. Het was echt een empowermentproces. Tegelijkertijd zie je hoe kwetsbaar dit soort projecten zijn: als de subsidie stopt, zakt de continuïteit vaak weg. We zijn in Nederland goed in culturele ‘one night stands’: tijdelijk doelgroepen betrekken en daarna weer uit het oog verliezen. Dat doet pijn.”
De afgelopen jaren liggen diversiteit, gelijkheid en inclusie (DEI) wereldwijd onder vuur, met name in de VS waar Trump acties tegen inclusieprogramma’s aanwakkerde. Hoe ziet zij dit debat?
“In de culturele sector zitten we in een bubbel waar veel hart is voor inclusie. Er worden echt stappen gezet. Denk aan Beeldbrekers bij het Van Gogh Museum, waar jongeren uit diverse achtergronden als volwaardige collega’s meewerken aan tentoonstellingen. Dat is niet alleen symbolisch, dat is co-creatie. Maar van buitenaf wordt dat vaak niet gezien, omdat we er zelf te weinig over communiceren.”
Islamitische perspectieven onmisbaar
Moussa-Roodenburg benadrukt dat er in de culturele sector nog veel te winnen valt. “Het idee dat moslims geen belangstelling hebben voor kunst klopt niet. Historisch gezien is er altijd een rijke culturele traditie geweest. Het probleem is dat musea te weinig aanbod ontwikkelen dat aansluit bij hun leefwereld.
Daarom ben ik enthousiast over initiatieven zoals het Moslim Archief. Het zichtbaar maken van islamitisch erfgoed is cruciaal. Het gaat niet alleen om representatie, maar ook om erkenning: laten zien dat dit net zo goed deel is van ons gezamenlijke culturele geheugen.”
Wat hoopt ze de komende jaren te bereiken? “Ik krijg kromme tenen van de bewering dat moslims geen interesse zouden hebben in cultuur. Dat is van oudsher gewoon niet waar. Het probleem ligt zoals ik al zei bij het aanbod: musea sluiten nog te weinig aan bij wat voor moslims herkenbaar of interessant is. Daar zit mijn missie: om dat werkelijk te veranderen.
Er ligt een enorm potentieel. Als sector hebben we de verantwoordelijkheid om tegemoet te komen aan de culturele behoeftes van alle groepen in de samenleving, niet alleen die van een selectief clubje. Daar wil ik de komende jaren blijvend aan werken.”
Haar advies aan jonge makers en professionals is duidelijk: “Onderschat niet wat jouw rol kan zijn in het veranderen van de cultuursector. Laat je visie horen, sluit je aan en kom naar bijeenkomsten, word zichtbaar. Wees niet onnodig bescheiden. De sector kan niet vooruit zonder jullie input.”
Manon Moussa-Roodenburg laat zien dat kunst telkens opnieuw ruimte kan scheppen voor stemmen die vaak niet gehoord worden. Projecten zoals Ik ben Jo tonen hoe erfgoed, gemeenschap en empowerment elkaar kunnen versterken. Maar haar verhaal is ook kritisch: inclusie mag geen eenmalige opleving zijn, geen project dat na afloop verdwijnt. Alleen door representatie structureel te verankeren, kunnen kunst en erfgoed werkelijk het verhaal vertellen van de samenleving zoals die is: divers, meerstemmig en altijd in beweging.
