Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?

“Met gekwalificeerde en gedreven medewerkers en een grote portie doorzettingsvermogen. Doorzetten ook op momenten dat het tegenzit. De moed erin houden en voor je doel blijven gaan. In de eerste drie jaar was ik directeur en hoofdredacteur van de site en heb ik de financiële en inhoudelijke kar getrokken. Daarna was ik alleen nog directeur en kwamen er andere hoofdredacteuren. Nu ben ik voorzitter van de stichting. Nieuw Wij is een sociale onderneming geworden met een zakelijk leider, die voor een verdienmodel moet zorgen.

Ik geef veel lezingen in binnen- en buitenland over Nieuw Wij, en over de achterliggende gedachte: verbind de verschillen. In feite gaat het bij dit project om de vraag hoe we vandaag in Nederland moeten omgaan met de aanwezige levensbeschouwelijke diversiteit – veel Europese landen stellen zich precies dezelfde vraag. Vandaar dat er ook in het buitenland veel belangstelling is voor dit innoverende project.

Nederlanders zijn erg gehecht aan hun eigen hokjes. De bloedgroepen van de verzuiling behoren nog niet helemaal tot het verleden.

Inmiddels weet ik ook hoe moeilijk het is om in Nederland verschillende groepen met elkaar te verbinden. Nederlanders zijn erg gehecht aan hun eigen hokjes. De bloedgroepen van de verzuiling behoren nog niet helemaal tot het verleden. Veel fondsen in Nederland wilden in het begin hun geld toch liever reserveren voor projecten met de geur van het eigen nest.

Ik combineer mijn werkzaamheden voor stichting Nieuw Wij met mijn werkzaamheden voor het DSTS en het bijzonder hoogleraarschap aan de VU. Dat is hard werken. In de weekenden en ’s avonds zit ik regelmatig achter mijn laptop. Dat vind ik niet zo’n probleem. Mijn werk is zinvol en ik krijg van het werken met jonge mensen veel energie.”

Het lukt stichting Nieuw Wij nog steeds om voldoende fondsen te werven. Hoe doet u dat?

“Een aantal fondsen helpt ons om de overstap te maken naar een sociale onderneming. Nieuw Wij heeft in de afgelopen jaren bewezen zinvolle dingen te doen met het geld van de fondsen. Je bouwt vertrouwen op en daarvoor werden we beloond. We hebben een groot netwerk opgebouwd. Nu moeten we dat vertalen naar een verdienmodel. Daar heeft onze zakelijk leider zijn sporen in verdiend. We brengen mensen en organisaties bij elkaar die aan het goede leven voor allen willen bouwen. Dat is ook het doel van de fondsen die ons steunen.

Nieuw-Wij-groep
Beeld door: Nieuw Wij

De bevlogenheid van een theoloog en de zakelijkheid van een kleine ondernemer komen in mij samen. Als dochter van ‘een koopman’ weet ik dat je doorzettingsvermogen nodig hebt. Ik sla niet gauw dicht als ik word tegengewerkt of kritiek krijg te verduren. Mijn vader zei altijd: ‘Als je iets wilt, moet je ervoor gaan, en dan kun je het ook.’ Nu is dat natuurlijk niet helemaal zo, maar ik ben hem er eeuwig dankbaar voor dat hij mij dat basisgevoel heeft meegegeven. Niet veel meisjes van mijn generatie kregen dat thuis te horen. Ik word eerder boos dan verdrietig als ik word tegengewerkt, en zal alleen maar harder voor mijn doel gaan werken. Ik geef niet gauw op.”

Uw ouders waren winkeliers. In hoeverre heeft dat u gevormd?

“Mijn ouders hadden een kruidenierszaak in ons dorpje met achthonderd inwoners. Toen ik werd geboren, namen mijn ouders de winkel over van twee zusters, vriendinnen van mijn oma. Zo kwam de winkel bij hen terecht en ik bij mijn twee ‘tantes’. Om zo’n winkel in een klein dorp overeind te houden moet je altijd beschikbaar zijn en keihard werken. En dan is het hebben van een klein kind wel lastig.

Mensen zeggen wel eens tegen mij: wat werk je hard en wat doe je veel! Het valt mezelf niet eens zo op, ik ben het gewoon niet anders gewend.

Het harde werken is mij met de paplepel ingegoten. Ik weet niet beter. Mensen zeggen wel eens tegen mij: wat werk je hard en wat doe je veel! Het valt mezelf niet eens zo op, ik ben het gewoon niet anders gewend. Blijkbaar ga ik in de voetsporen van mijn ouders verder. Ook zij hadden niet veel vakantie of vrije tijd, maar ik heb ze nooit horen klagen. Het werk gaf hun veel bevrediging. En dat herken ik wel.”

Is die ondernemersgeest iets waarmee je wordt geboren, of is het iets wat je aan kunt leren?

“Volgens mij is dat nature en nurture. Ik weet nog dat ik een jaar of zeven was en met mijn beste vriendinnetje kleurenfoto’s en zwart-witfoto’s uit de krant ging knippen en langs de deuren in ons dorp ging om ze te verkopen – de kleurenfoto’s kostten 10 cent en zwart-witfotografie was goedkoper. De koopmansgeest zat er vroeg in. Toen mijn ouders daarachter kwamen waren ze des duivels. Daar begreep ik niks van. Zij deden het toch ook? Dat is een stukje nurture.

Tegelijkertijd moet je als kind niet bang zijn om op mensen af te stappen als je zoiets doet, dat is dan weer nature. Maar ook al ben je er niet mee opgegroeid of zit het niet direct in je, ik denk dat er altijd mogelijkheden zijn om het ondernemerschap te leren. Zolang je maar realistisch genoeg bent om te erkennen wat je wel en wat je niet kunt. Als je heel introvert bent, lijkt het me zinnig om een compagnon te zoeken, die dat deel voor zijn of haar rekening neemt. Uiteindelijk zijn er maar weinig mensen een allrounder.”

entrepreneur-593361_1920
Beeld door: Pixabay

Kan dan iedereen een ondernemer worden?

“Je kunt heel veel leren als je daar daadwerkelijk toe bereid bent, en als je de nieuwsgierigheid hebt om jezelf te leren kennen. Je moet wel tegen een stootje kunnen. Mensen die van zichzelf weten dat ze slecht met tegenslag om kunnen gaan, kunnen maar beter geen ondernemer worden.

Je moet het zakelijke kunnen scheiden van het persoonlijke en de vaardigheid hebben om zakelijke conflicten om te buigen tot iets opbouwends, in plaats van tot een breuk te laten leiden. Ondernemerschap vraagt veel tijd, energie, doorzettingsvermogen en commitment. Als je houding is “dat doe ik wel even”, ben je denk ik niet geschikt.”

Dat klinkt redelijk hard.

“Je kunt het altijd proberen. Maar op de lange termijn ga je het daarmee niet redden. Er zijn niet voor niets heel veel projecten geweest die weer zijn verdwenen. Je moet tot op zekere hoogte een vechtersmentaliteit hebben en een doorzetter zijn. Er zullen tijden zijn dat je onderneming op sterven na dood lijkt te zijn, dat hebben we met Nieuw Wij ook meegemaakt. Als je dan weet vast te houden en in je project blijft geloven en dat weet om te zetten in actie – dan maak je kans om de boel te redden.”

Hard werken. Weinig vrije tijd en vakantie. Is ondernemer zijn eigenlijk wel leuk?

“Het begint allemaal met passie. En als je bezig bent met wat je heel graag doet, is hard werken niet zo erg. De grootste uitdaging voor een beginnende reli-ondernemer is: weten waar je passie ligt en dit vervolgens kunnen vertalen naar een onderscheidende positionering in het werkveld. Het begint met een droom, iets waar je voor wilt gaan. Als je dat helder hebt, ga je op zoek naar welke netwerken daarbij passen. Tegelijkertijd moet je bij de omschrijving van je droom al wel meteen nadenken over wie er belang bij heeft.”

De grootste uitdaging voor een beginnende reli-ondernemer is: weten waar je passie ligt en dit vervolgens kunnen vertalen naar een onderscheidende positionering in het werkveld. Het begint met een droom, iets waar je voor wilt gaan.

U kent het vakgebied goed, weet wat er speelt. Bij wat voor reli-ondernemers heeft het vakgebied belang, waar liggen de kansen?

“We zijn op weg naar een gepolariseerde samenleving, omdat we niet kunnen omgaan met verschillen. Dat is verontrustend. We praten veel over (de)radicalisering, maar weinig over het opbouwen van vertrouwen en vriendschappen om radicalisering tegen te gaan – of beter nog: te voorkomen. Onze samenleving vraagt om bruggenbouwers: reli-ondernemers die verbindingen weten te leggen tussen mensen, in plaats van ze in een hokje te plaatsen. Niet soft, maar op een manier waarbij je ook de verschillen aan de orde stelt en waarbij ruimte is voor confrontatie, maar ook voor kwetsbaarheid, openheid en het ontdekken van je eigen vooroordelen.

Te vaak ging het in de interreligieuze dialoog alleen over gemeenschappelijkheden. Dan krijg je een schijneenheid. Als je elkaar echt wilt leren kennen, moet je ook willen weten waar je van elkaar verschilt. En die verschillen moet je dan kunnen duiden en in kracht omzetten. Daarvoor heb je kennis van de verschillende religieuze tradities nodig. Een mooie taak voor theologen.”

Beeld door: Enis Odaci

De reli-ondernemer van de toekomst…

“…gaat niet uit van gesloten religieuze identiteitsconcepten, maar verkent nieuwe wegen om mensen van verschillende levensbeschouwelijke achtergronden met elkaar te verbinden.

Oog hebben voor de kracht en schoonheid van religieuze diversiteit. Over de grenzen van je eigen groep heen kijken en mensen met uiteenlopende levensovertuigingen erbij betrekken, daar gaat het om. Samen dingen opzetten. En daarbij ook oog blijven houden voor mensen die buitengesloten dreigen te worden, of dat nu homo’s, daklozen of bijstandsmoeders zijn. Minderbedeelden en minderheden horen erbij.”

Maar wie zou er willen investeren in bruggen bouwende reli-ondernemers?

“Als we bevolkingsgroepen niet aan elkaar weten te verbinden gaan we in de richting van segregatie, waardoor we misschien wel de toestanden krijgen zoals we die in de voorsteden van Parijs zien. Daar zit niemand op te wachten. Dus de overheid heeft zeker belang bij professionals die op een positieve en deskundige manier weten om te gaan met de culturele en religieuze pluraliteit in onze samenleving. Ook in het bedrijfsleven werken steeds meer mensen met diverse levensbeschouwelijke achtergronden. Hoe kun je bevorderen dat ze zich thuis voelen in het bedrijf waarvoor ze werken? Dat komt de mensen ten goede en ook het bedrijf. Of men al doorheeft hoe belangrijk dat is, is een andere vraag. Maar je bent ondernemer of niet, je product verkoopt zich niet vanzelf, dat moet jij doen!”

U hebt verkoopervaring. Kunt u ons niet wat tips geven?

“Je moet in staat zijn midden in de wereld te staan, ook als je innerlijke drive christelijk, islamitisch of hindoeïstisch is. Je maakt deel uit van een inmiddels seculiere en tegelijkertijd multireligieuze samenleving. Dat betekent dat je uit je eigen hokje moet stappen, uit je eigen comfortzone, zoals dat tegenwoordig heet. Een open houding en een toegankelijke taal zijn belangrijke voorwaarden om mensen te bereiken.

Durf in de spiegel te kijken en onder ogen te zien wat je wel en wat je niet kunt, wat je wel en wat je niet wilt.

Een nieuw wij vraagt om een nieuw ik. Durf in de spiegel te kijken en onder ogen te zien wat je wel en wat je niet kunt, wat je wel en wat je niet wilt. Het begint met introspectie. Daarna komt het zakelijke: je droom vertalen naar een bedrijfsplan, naar een begroting en verdienmodel. Als je niet weet hoe dat moet, ga je een cursus volgen, waardoor je het leert.”

Maar dat kost geld, en dat hebben jonge beginnende reli-ondernemers niet…

“Wees dan creatief en inventief. Plaats bijvoorbeeld een oproep. Stap op mensen af om te vragen je te helpen. Heb je die durf? Je kunt bijvoorbeeld een hulpvraag bij Nieuw Wij neerleggen. We hebben een groot netwerk, dus er zijn kansen genoeg. En hoe specifieker je vraag en je plan zijn, hoe groter de kans op een match. Of misschien komt je activiteit voor crowdfunding in aanmerking. Eigenlijk zou er een allroundcursus moeten zijn, waarop jonge reli-ondernemers kunnen intekenen. Het zou prachtig zijn als er een fonds bereid is om dat te ondersteunen.”

Is dat niet iets voor Nieuw Wij?

“Wie weet. Als er voldoende belangstelling is, zou je bij fondsen voor een startsubsidie kunnen aankloppen. Maar misschien wil ook het bedrijfsleven hier een financiële bijdrage aan leveren. Als je een eigen bedrijf hebt op reli-gebied moet je zingeving verbinden met zakelijkheid. En vervolgens is de vraag hoe je die combinatie ook voor bedrijven aantrekkelijk maakt. Hun laten zien dat ze bij die combinatie gebaat zijn. De Nieuwe Poort op de Zuidas van Amsterdam, opgericht door Ruben van Zwieten, richt zich op die verbinding. Van hem kunnen jonge reli-ondernemers veel leren.”

architecture-1122359_1280
Beeld door: Pixabay

Is het niet allereerst de taak van opleidingen om hun studenten ondernemerschap te leren?

“Zeker. Universiteiten zouden hun studenten meer praktische tools moeten aanreiken. Veel studenten komen niet in een louter academisch werkveld terecht. En dan kunnen ze niet eens fatsoenlijk een vergadering notuleren of voorzitten, of een presentatie houden. Dat is ernstig. Je moet jonge mensen leren hoe ze na hun wetenschappelijke studie in de samenleving kunnen functioneren. Ik vind een degelijke opleiding op academisch niveau zeer belangrijk, maar die moet niet wereldvreemd zijn. Een stage is een begin, maar niet voldoende. Een aparte leerstoel voor reli-ondernemerschap is geen slecht idee. In ieder geval zou je er een module voor moeten opzetten waar mensen vanuit die praktijk bij betrokken zijn. Zij weten van binnenuit wat nodig is in de praktijk van alledag.”

Gaan de heilige Geest en de ondernemersgeest eigenlijk wel goed samen?

“In mij zijn ze tot nog toe niet met elkaar op de vuist gegaan. Ik heb er geen moeite mee om financiële ondersteuning te vragen voor een project waarvan ik overtuigd ben dat het waardevol is en bijdraagt aan sociale duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld Nieuw Wij.

Maar dat dit voor veel theologen geen vanzelfsprekende combinatie is, klopt wel. Het zakelijke aspect is vaak niet aan hen besteed. Zij hebben daarvoor een soort gêne. Over geld praat je niet. Tja, dan heb je als ondernemer wel een probleem.

Ik denk trouwens dat dat bij veel filosofen niet anders is. De geesteswetenschappen zijn daar simpelweg niet op gericht. Het zakelijke werd daar als te profaan beschouwd; je bent tenslotte bezig met het hogere, met de waarheid. De laatste jaren komt daar verandering in. Meerdere filosofen slagen er aardig in hun vakgebied aan de man en vrouw te brengen. Denk aan Alain de Botton en zijn School of Life, ook in Nederland een groot succes. Er komt een omslag, ook bij theologen.

Er is een traject nodig dat geesteswetenschappers leert om hun intellectuele bagage beter om te zetten in de praktijk. Daarvoor is meer interdisciplinaire samenwerking nodig. Het reli-ondernemerschap zal toenemen. Er zijn immers minder banen beschikbaar in de traditionele religieuze instituten, zoals de kerken. Dus moet je zelf werkgelegenheid creëren. En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.”

Is het niet een goed idee om hiervoor de krachten te bundelen met het hbo?

“Ja, zeker. Die samenwerking vindt inmiddels ook plaats. Maar ook aan de universiteiten zelf wordt daarover nagedacht. Op de theologische faculteit van de Vrije Universiteit, waar ik werk, kun je inmiddels binnen de eenjarige master kiezen voor beroepsvoorbereidende specialisaties. Die specialisaties zijn gericht op spiritual care of op religie en media. Ook zijn er leiderschapstrajecten en de specialisatie interreligieuze dialoog. Voor die laatste richting lopen studenten dan bijvoorbeeld stage bij Nieuw Wij.

Maar om een keuze te kunnen maken, moet je weten waar je passie ligt. Wat is je droom, wat wil je bereiken? Het gaat ook om het nemen van verantwoordelijkheid, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de generaties na jou. Soms vind ik de jonge generatie gemakzuchtig: wel de lusten, niet de lasten. Maar zo werkt het niet. Bij rechten horen ook plichten. Soms moet je knokken voordat je iets krijgt.”

Is dat dan de sleutel tot succes?

“Er is niet één sleutel tot succes. Het is een combinatie van dingen. Investeren in een goed netwerk is ook een essentieel onderdeel. Dat bouw je op door ook zelf een bijdrage te leveren op het gebied waar je interesse ligt. En dan pas kun je ook van mensen verwachten iets voor jou te doen. Het is geven en nemen. Als je een grote gunfactor weet op te bouwen, zul je oogsten.”

Bovenstaand interview werd eerder geplaatst in ‘De reli-ondernemer’ (juni 2018). Voor meer informatie over dit boek: klik hier.

Wilt u verder lezen?

Dat kan. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze missie als u ons werk belangrijk vindt en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
elzer

Elze Riemer

Godsdienstwetenschapper en Journalist

Elze Riemer is freelance journalist voor verschillende media op het vlak van zingeving en religie. Haar specialiteit is het verdiepende …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.