Wat was voor jou het kantelpunt waardoor jij in je werk bent gaan richten op Palestina, met organisaties als The Rights Forum en Oxfam Novib?
“Waar ik nu sta, dat was nooit een vooraf bedacht plan. Op een bepaald moment dacht ik: ik wil kunstenaar worden. Zo belandde ik op de kunstacademie. Daar liep ik tegen filmen aan, wat ik heel ambachtelijk vond vergeleken met andere kunstvormen. Ik ging film studeren, maar het werk dat ik nu doe is inmiddels heel anders dan wat ik toen voor ogen had.
Na mijn opleiding lukte het me niet om aan de slag te gaan in de Nederlandse filmwereld, maar ik moest wel geld verdienen. En dat wilde ik op een manier doen die ook maatschappelijk betekenisvol zou zijn. Ik heb een diepe behoefte om mijn tijd hier op aarde te besteden aan iets wat ertoe doet. Ik wil niet alleen ervaringen opdoen, of dingen tot me nemen. Ik zie mezelf niet als het middelpunt van het universum; ik wil deelnemen, teruggeven. Dat doe ik nu, en dat geeft voldoening.
Ik noem mezelf soms gekscherend een mislukte filmmaker, maar ik ben dankbaar dat ik mijn vaardigheden nu kan inzetten voor de bredere strijd die gaande is. Rechtvaardigheid, en dan met name de sociale kanten daarvan. Dat geeft me ontzettend veel voldoening en ik hoop hier echt in verder te groeien.”
Hoe heeft jouw persoonlijke achtergrond jouw blik als maker gevormd?
“Het belangrijkste voor mij is de wens om betekenisvol deel te nemen aan de wereld. Ik heb een afkeer van een leven waarin je alleen maar ervaringen verzamelt zonder er iets mee te doen. In mijn creatieve werk probeer ik dat te overstijgen: niet enkel schoonheid maken of consumeren, maar bijdragen aan gedeelde verhalen.
Wat ik doe – video’s maken, campagnes ondersteunen, verhalen vertalen – geeft me dat gevoel van bijdragen. Ik kan mijn talenten inzetten op een manier die niet om mij draait, maar die bijdraagt aan iets groters. Dat móet ik gewoon doen. Zo heb ik bijvoorbeeld een grote bijdrage geleverd aan de campagne van Kauthar Bouchallikht toen zij zich verkiesbaar stelde in 2021 voor de Tweede Kamer verkiezingen.”
Welke makers of films hebben jouw visie het meest beïnvloed?
“Alle kunstvormen dragen bij aan grotere verhalen. Maar er zijn een paar films die écht iets in mij hebben veranderd. De eerste die indruk maakte, zag ik op mijn veertiende: de film Stalker van de Russische cineast Andrej Tarkovski. Hij maakte films uit een noodzaak, omdat hij zocht naar iets waar we nog niet echt taal voor hebben. Zijn werk raakt iets spiritueels, en ontwapent je op een noodzakelijke manier.
Later had ik dat diepe gevoel opnieuw bij The Act of Killing van Joshua Oppenheimer, de documentaire over de Indonesische genocide in de jaren zestig. Het is een zware film die een diepere laag van menselijkheid én duisternis probeert bloot te leggen. De daders die daar spreken, kunnen charmant overkomen, en dat maakt het des te angstaanjagender: je realiseert dat die donkere kanten in ieder mens aanwezig kunnen zijn.
Voor mij raakte dat ook aan mijn persoonlijke geschiedenis. Ik ben half Duits en reflecteer vaak op de Holocaust. Vanwege mijn etnische achtergrond heeft dat mij altijd beziggehouden. We hebben de neiging te denken in simplistische schema’s van goed versus slecht. Maar zulke films laten zien dat je juist dieper moet kijken, veel dieper, om werkelijk te begrijpen wat er gebeurt – en hoe we herhaling kunnen voorkomen.”
Hoe ben je in aanraking gekomen met organisaties als Wij Blijven Hier en The Rights Forum?
“Eigenlijk heel praktisch: ik moest geld verdienen, en ik wilde dat doen bij maatschappelijke organisaties, ook al verdiende dat minder dan commercieel werk. Terwijl ik postbode was, kwam ik via-via terecht bij Wij Blijven Hier, dat is een Nederlandstalig opinie- en cultuurplatform dat artikelen, analyses, podcasts en recensies publiceert over samenleving, politiek, cultuur en islam-gerelateerde onderwerpen. Daar werkte ik mee aan een project waarbij we de eerste generatie arbeidsmigranten opriepen om te gaan stemmen. Dit omdat er onder die generatie vooral veel moslims zijn, voor wie het belangrijk is om ook een centrale plek in de maatschappij en politiek in Nederland te hebben, in plaats van aan de zijlijn te blijven staan. Zo willen we bijdragen aan meer vertegenwoordiging en betrokkenheid, zodat hun stem gehoord wordt en zij actief kunnen meebouwen aan de toekomst van onze samenleving.
Via Kauthar Bouchallikht, voormalig GroenLinks Tweede Kamerlid, en haar campagnemanager leerde ik later The Rights Forum kennen. Dit is een Nederlandse organisatie die zich inzet voor een rechtvaardige uitkomst van de kwestie Palestina/Israël en opkomt voor de rechten van Palestijnen Ik maakte een filmpje voor hen, en kreeg toen de kans om ook rond Palestina projecten te doen. Dat deed ik heel bewust, en ik ben erg dankbaar dat ik aan dit soort projecten mag bijdragen.
Sinds de genocide heb ik veel werk kunnen doen dat voor mij onderdeel is van een bredere strijd. Het geeft me voldoening dat mijn creatieve processen kunnen bijdragen aan een maatschappelijk engagement dat groter is dan ik.”
Welke verhalen over Palestina en Nederland worden volgens jou te weinig verteld?
“Onlangs heb ik meegewerkt aan een documentaire over christelijk‑zionisme, in opdracht van The Rights Forum. De film onderzoekt hoe christelijk‑zionistische ideeën en internationale netwerken — in het bijzonder de Israel Allies Foundation — politiek worden ingezet in Nederland en welke concrete gevolgen dat heeft voor Palestijnen. Met nieuwsitems, conferentiebeelden en Kamerarchief laat de documentaire zien hoe Nederlandse politici, zoals Don Ceder, Tweede Kamerlid ChristenUnie, en Chris Stoffer, fractieleider van de SGP in de Tweede Kamerlid, via bezoeken en lobbycontacten beleidskeuzes beïnvloeden die onder andere de steun aan UNRWA (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties die zich richt op hulp en ontwikkeling van de Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten) onder druk zetten. De film behandelt zowel de theologische onderbouwing (eindtijddenken) als de praktische uitkomsten daarvan.
Het onderwerp is onthutsend omdat er veel publieke informatie beschikbaar is waar in Nederland nauwelijks aandacht voor is. Tijdens het onderzoek stuitte ik op politici en netwerken die mogelijk niet breed bekend zijn, maar wél substantieel invloed uitoefenen op wet‑ en regelgeving, buitenlandse en binnenlandse beleidsagenda’s en de vorming van narratieven in de media. In de documentaire laat ik zien waarom die verbanden relevant zijn en wat mij persoonlijk interesseert: de manier waarop ideeën, internationale uitwisselingen en maatschappelijke organisaties elkaar versterken en zo concrete politieke gevolgen krijgen.”
Welke overtuiging heb je recent herzien?
“Ik dacht vroeger dat kunst vooral een individuele zoektocht was – dat het om mijn eigen visie en expressie draaide. Maar door de projecten waar ik nu aan werk, merk ik dat kunst pas echt krachtig wordt als ze verbonden is met gemeenschappen en strijd. Dat is voor mij een diepe verandering: ik zie kunst en film niet meer primair als mijn persoonlijke uitlaatklep, maar als een instrument om bij te dragen aan collectieve verhalen. Dat geeft veel meer zin.”
