Terwijl in Het Ketelhuis de lichten langzaam doven, verschijnt op het scherm een stoffig dorp uit Bakûr, het Koerdische gebied in het zuidoosten van Turkije. Achterin de zaal fluistert iemand zachtjes in het Koerdisch. Jongeren die in Nederland zijn geboren kijken aandachtig toe. Sommigen filmen korte fragmenten met hun telefoon, anderen blijven na afloop stil zitten terwijl de aftiteling voorbij rolt.

Drie dagen lang vormde het Amsterdam Koerdisch Film Festival een ontmoetingsplek voor Koerdische filmmakers, bezoekers uit de diaspora en Nederlandse filmliefhebbers. Tijdens de vijfde editie van het festival stonden films, panelgesprekken en culturele activiteiten centraal rond het thema ‘Tussen traditie en transformatie’.

Gegroeid

Volgens organisator Reber Dosky is het festival in vijf jaar tijd sterk gegroeid. “Toen we begonnen gebruikten we maar een deel van Het Ketelhuis,” vertelt hij. “Nu hebben we meerdere zalen nodig. Elk jaar komen er meer bezoekers bij, ook veel Nederlanders.” Voor Dosky is het festival meer dan alleen een cultureel evenement. Hij wijst op de beperkte mogelijkheden waarmee Koerdische filmmakers vaak te maken hebben. “Omdat Koerden geen eigen staat hebben, is het moeilijk om films internationaal te verspreiden,” zegt hij. “Daarom zijn festivals belangrijk. Hier kunnen filmmakers hun werk rechtstreeks aan het publiek tonen.”

In de foyer van het filmhuis hangen traditionele Koerdische jurken naast foto’s van filmproducties. Bezoekers drinken thee, eten Koerdische gerechten en praten tussen de vertoningen door verder over scènes uit de films. Later op de avond verandert de ruimte langzaam in een dansvloer wanneer bezoekers govend (een Koerdische volksdans) dansen op live muziek onder begeleiding van davul en zurna, traditionele trommel- en blaasinstrumenten.

Verhalen van ouders

Koerdische-cinema-RFG-detail
Beeld door: Amsterdam Koerdisch Film Festival

Medeorganisator Maila Ahmad ziet vooral jonge generaties terug op het festival. “Veel Koerdische jongeren die hier zijn geboren kennen hun geschiedenis vooral uit verhalen van hun ouders,” zegt ze. “Via films proberen we hen opnieuw in contact te brengen met hun taal, cultuur en collectieve herinneringen. ”Dat het festival steeds internationaler wordt, merkt ze ook aan het publiek. “Niet alleen Koerden komen hierheen,” zegt Ahmad. “We zien ook Nederlandse, Belgische en Duitse bezoekers die nieuwsgierig zijn naar Koerdische cinema en cultuur.”

Tijdens panelgesprekken stond dit jaar vooral de spanning tussen culturele identiteit en assimilatie centraal. Filmmaker Erol Mintaş sprak over de manier waarop Koerdische verhalen in Turkije, Syrië, Irak en Iran lange tijd nauwelijks zichtbaar waren in de cinema. Volgens hem maken sociale media en nieuwe technologieën het tegenwoordig makkelijker om grenzen te doorbreken en films wereldwijd te verspreiden.

Uitdagende werkelijkheid

Ook acteur en theatermaker İsmail Mamo wees op de moeilijke omstandigheden waarin Koerdische filmmakers vaak werken. Mamo woont inmiddels tien jaar in Nederland en volgde theater- en acteeropleidingen in Rotterdam en Arnhem. “Veel Koerdische films gaan over oorlog, migratie of politieke druk,” zegt hij. “Dat heeft ook te maken met de werkelijkheid waarin filmmakers leven.”

Volgens Mamo ontbreekt het Koerdische filmmakers vaak aan financiële ondersteuning en institutionele structuren. Toch ziet hij langzaam verandering ontstaan. “Ik zou zelf graag ooit een Koerdische komediefilm maken,” zegt hij lachend. “Maar daarvoor heb je tijd, middelen en een stabiele sector nodig.” Een van de gasten tijdens het festival is filosoof en Koerdistan-deskundige Michiel Leezenberg, die het Koerdische epos ‘Mem û Zîn’ naar het Nederlands vertaalde. Leezenberg bezoekt het festival al sinds de eerste editie en ziet de Koerdische cinema snel veranderen. “Twintig jaar geleden waren er nog maar weinig Koerdische films,” zegt hij. “Nu zie je dat zowel de kwaliteit als het aantal producties groeit. Over de hele wereld ontstaan Koerdische filmfestivals.”

Vanuit eigen perspectief

Volgens Leezenberg ligt de kracht van cinema niet alleen in politieke verhalen, maar juist ook in universele thema’s. “Films moeten uiteindelijk meer doen dan alleen een eigen gemeenschap aanspreken,” zegt hij. “De beste verhalen raken ook mensen die die achtergrond niet delen.” Voor bezoekers zoals de 26-jarige Beyar Altefli krijgt het festival juist daardoor een persoonlijke betekenis. Altefli, geboren in Nederland als zoon van een familie uit Qamishlo in Syrië, bezocht het festival dit jaar voor het eerst.

“Ik ben nog nooit in Koerdistan geweest,” vertelt hij. “Maar tijdens sommige films zag ik landschappen en families die me deden denken aan de verhalen van mijn ouders en grootouders.” Vooral scènes waarin families samen eten of muziek maken bleven hem bij. “Dat soort beelden herken ik van thuis,” zegt hij. “Op Nederlandse televisie zie je Koerden bijna nooit vanuit hun eigen perspectief.”

Volgens Altefli helpen films jongeren in de diaspora om meer over hun achtergrond te leren. “Veel jongeren groeien op tussen verschillende talen en culturen,” zegt hij. “Hier hoor je Koerdisch, zie je onze verhalen en ontmoet je mensen die dezelfde dingen herkennen.” Terwijl bezoekers laat op de avond verder praten in de foyer en muziek nog door de gangen van Het Ketelhuis klinkt, wordt duidelijk dat het festival voor veel aanwezigen meer betekent dan alleen film. Voor even ontstaat er een plek waar herinneringen, taal en cultuur zichtbaar blijven — midden in Amsterdam.

Dit interview verscheen eerder bij RFG Media. RFG Media is een organisatie met en voor gevluchte journalisten. RFG staat dan ook voor ReFuGee en heeft een dubbele missie. De eerste is gevluchte journalisten te helpen een plek te veroveren op de Nederlandse arbeidsmarkt. De tweede is de stem van gevluchte journalisten vaker en duidelijker laten klinken.

Aram Güneş

Journalist en redacteur

Aram Güneş is een Koerdische journalist en redacteur. Zijn werk richt zich op thema’s zoals mensenrechten, migratie en de positie van …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.