Beste Birgit,

Dank voor je mooie brief, die – zoals je zelf ook aangeeft – raakt aan mijn thematiek ‘diepgaan’. Wie zijn wij mensen aan de grenzen van ons bestaan? Je legt de vraag op tafel hoe we voorbij de labels elkaar werkelijk kunnen ontmoeten, waarbij de ander als ander niet alleen wordt gerespecteerd maar ook gewaardeerd.

Bij het lezen van je brief moest ik denken aan de predikant die met zijn vrouw op de kleuterschool van hun oudste zoon moesten komen praten. Met een ernstig gezicht werd uitgelegd dat deze jongen nauwelijks speelde, vrijwel uitsluitend de hoek met boekjes opzocht, en soms zomaar begon te lachen, waarna de juf zich realiseerde dat je wat zij zei ook wel eens grappig kon opvatten. Moest het jongetje niet verder onderzocht worden? Daarop merkte de vader op dat hij geen idee had waar hij de liefde voor boeken en een apart gevoel voor humor vandaan had… en begon te lachen. Ik zeg hiermee niet dat labels nooit nut kunnen hebben, maar mijn punt is dat we er soms wel heel snel mee zijn.

Natuurlijk zijn wij mensen categoriserende wezens: iets is wél blauw en dus niet rood, is wél rond en dus niet vierkant. Wij hebben categorieën, taal en ook labels nodig om vat te krijgen op de werkelijkheid. Alleen is dat proces dolgedraaid. Zowel de Verlichting als de Romantiek hebben daaraan bijgedragen. In de Verlichting schaften we hiërarchieën af, want alle mensen zijn gelijk, en moesten we zelf gaan nadenken. In de Romantiek leerden we dat ieder zijn authentieke zelf moest worden door zijn leven als kunstwerk vorm te geven. Daarmee werd het individu op zichzelf teruggeworpen, zonder houvast. Hoe ga je ontdekken wat je authentieke zelf is? Omdat wij sociale wezens zijn, kijken we dan toch naar elkaar. Dus staan we authentiek in de file onderweg naar de top van de Himalaya.

Natuurlijk falen we allemaal grandioos in het groots en meeslepend authentiek leven. De makkelijkste manier om daarmee om te gaan is anderen de schuld te geven, en dat begint met hen een label opplakken. Soms, en gelukkig is dat zeldzaam, eindigt het met het compleet ontmenselijken van de ander.

Iedereen die onderwijs geeft, weet dat een stempel of label voor een leerling of student al snel als een self-fulfilling prophecy werkt: zowel leerling als docent gaan zich ernaar gedragen.

Hoe komen we verder? Zonder labels kunnen we niet, maar labels zorgen er geregeld voor dat we de ander niet echt ontmoeten en ‘verbinding’ een loze kreet blijft. Net als jij, Birgit, zoek ik het allereerst in de taal.

Als theoloog moet ik denken aan het verhaal over de toren van Babel in Genesis 11. De mensheid is één en is het eens: kom daar nog maar eens om! Ze willen zich in een krachtige eenheid manifesteren door een toren te bouwen. Merkwaardig genoeg is God bepaald niet blij met dit voornemen. Niet omdat God zich in zijn macht bedreigd voelt: nadrukkelijk staat er tot twee keer toe dat God moet neerdalen om überhaupt zicht te krijgen op dat in zijn ogen miezerige torentje. Maar God schept verwarring in de taal omdat het de bedoeling is dat de mensheid zich over de aarde verspreidt. God wil diversiteit, geen eenheidsworst! Juist daarom hebben mensen verschillende talen en zit misverstand ingebakken in communicatie.

Het belang van verscheidenheid voor echte eenheid onder de mensen zie ik bijvoorbeeld ook de tv-serie Pluribus (AppleTV+). Deze toont een wereld waarin de mensheid één collectief brein vormt door een virus, ‘the Joining’. Iedereen begrijpt elkaar zonder woorden, oorlogen en dierenleed zijn verdwenen, en iedereen is gelukkig. Maar deze harmonie is volstrekt zielloos. Juist de hoofdpersoon, die niet door het virus is aangetast, is in al haar irritante chagrijn echt menselijk, en daarom in staat tot verbinding. Met andere woorden: zonder echte verscheidenheid kan er geen verbinding ontstaan, zonder verschil geen eenheid.

Toch zoeken mensen naar houvast voor hun eigen identiteit en die van anderen, en dus ook naar labels. Als christen denk ik bij ‘identiteit’ en ‘label’ direct aan het teken van de doop. Nog voordat een kind bewuste keuzes kan maken, krijgt het al een stempel opgedrukt, het ‘merk- en veldteken’ van Christus, zoals oude doopformulieren het noemen. Sommigen vinden dat ondemocratisch, of zelfs een inbreuk op de autonomie van dat kind. In feite is het dat ook: de doop onderstreept dat geen mens compleet onafhankelijk kan leven, dat niemand helemaal autonoom is. Juist zo staat dat teken in het licht van de bevrijding van de macht van het kwaad. De doop is niet bedoeld om mensen vast te pinnen op een uiterlijk of neurodivers kenmerk, maar om ze te bestempelen tot vrije mensen, geroepen om voor God te leven en de naaste werkelijk te ontmoeten. Juist in de ontmoeting met de ander word ik werkelijk vrij, word ik pas echt mezelf als vrij mens.

Birgit, misschien zag je die wending naar de doop niet aankomen, maar ik ben benieuwd hoe je erop reflecteert. Ik zie uit naar je volgende brief.

arnoldhuijgen-230511dv048

Arnold Huijgen

Arnold Huijgen (1978) is theoloog en predikant. Hij is Theoloog der Nederlanden 2025-2026. Sinds 2022 is hij hoogleraar systematische …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.