Waar ligt in een wereld vol individuen nog de verbinding, de sociale cohesie? ‘Op zoek naar een nieuwe wij’ is het onderzoeksproject van het DSTS, met Manuela Kalsky als directeur. De website is de op de samenleving gerichte poot van het project, een succes met nu al 15.000 unieke bezoekers per maand, en links met zo’n 300 andere sites.

Manuela Kalsky: “Vanaf het begin hebben wij gezegd: dit project moet minimaal vier jaar lopen, want pas dan heb je voldoende publiciteit en bezoekers om commercieel aantrekkelijk te worden voor investeerders of adverteerders. Helaas houdt de overheid zich niet aan deze afspraak. Een jaar lang heeft de bezwaarprocedure tegen dit besluit geduurd. Over bureaucratie gesproken… Afgelopen week kwam de definitieve afwijzing van het W!J project, een project waar ze nota bene zelf om hadden gevraagd. Gelukkig hebben de fondsen ons niet in de steek gelaten.”

Waarom is het zo moeilijk om fondsen te werven?

“Veel fondsen willen alleen maar nieuwe projecten financieren. Niks duurzaamheid en lange termijn visie. Bovendien vallen we vaak tussen wal en schip omdat de geur van religie om ons heen hangt. Seculiere fondsen zeggen tegen ons: dit is evangeliseren! Ik probeer ze duidelijk te maken dat het daar niets mee te maken heeft. En de op religie gerichte fondsen zijn nog steeds erg verzuild. Die zeggen: ‘Wat, bent u katholiek? Wij zijn een protestants fonds.’ Of: ‘Ja wij zijn wel katholiek maar dit is niet het juiste soort katholiciteit…’ Terwijl wij nou juist al die verschillen willen overbruggen. Ik ben protestants en toch directeur van een katholieke instelling. Misschien lopen we te ver voor de troepen uit. Je moet wel een heel positieve natuur hebben om er tegen te kunnen, maar die heb ik gelukkig wel. Als theoloog heb je altijd hoop, ha ha. En als je dat niet meer hebt, dan kun je maar beter meteen achter de geraniums gaan zitten. Dat hoort niet bij mij. Ik zie ook veel positieve dingen, juist door dit project. Het potentieel voor een werkelijk nieuw wij is groot, merk ik bij mijn lezingen door het hele land. En er zijn veel jonge mensen, van verschillende achtergronden, die met enthousiasme aan dit project meewerken. Wat ik ontzettend leuk vind, is dat met name jonge moslima’s die als freelancer bij W!J werkten, nu echte banen hebben. Het blijkt dus dat we een springplank zijn voor een nieuwe generatie.
Er is ook belangstelling van scholen, die op zoek zijn naar materiaal om discussie op te wekken. Ik word vaak gevraagd om lezingen over het ‘nieuwe wij’ te geven. Aan belangstelling geen gebrek.
We kregen meteen al na een jaar een onderscheiding in Wenen van de European Society for Education and Communication, voor de kwalitatief hoogstaande manier waarop wij informatie over levensbeschouwingen verbinden met de nieuwe media. Aan de ene kant kregen we deze Seal of Approval en bij thuiskomst lag er de brief van het ministerie met de mededeling niet meer op financiering te kunnen rekenen. Dan denk je: waar zijn jullie toch mee bezig? Dit hadden we juist kunnen uitbouwen naar Europees niveau. Waarom vernietig je nu alle potentie die in dit project zit?”

Wat is nou eigenlijk het nieuwe wij, waarin verschilt het van het oude?

“Het nieuwe wij denkt niet in of-of maar in en-en. Het is niet een ‘wij’ dat meteen weer een ‘zij’ creëert. Het nieuwe wij wil verbindingen leggen, in plaats van muren bouwen rondom het eigen bezit – ‘en laat de anderen maar zien hoe ze binnenkomen.’ Zo werkt dat niet meer in een dynamische wereld. Er is ook onder oud ingezeten Nederlanders een grote mate aan onderlinge diversiteit, dat wordt vaak vergeten; Nederlanders zelf zijn ook divers. Binnen en buiten de kerken, binnen en buiten de politieke partijen… diversiteit hoort nu bij ons leven en we kunnen het niet meer wegdenken.
Maar de verzuiling in de hoofden is nog niet helemaal weg. De indeling in hokjes is er nog steeds. Iedereen richt een eigen club op, een eigen school of een eigen fonds. Nu men het gevoel heeft dat er gevaar dreigt en naar zekerheden zoekt, is het terugtrekken in de eigen zuil weer populair. We hebben plotseling weer een katholieke identiteit, een protestantse identiteit, een nationale identiteit… Er is een terugtrekkende beweging gaande en hoe begrijpelijk dat ook is, het is geen oplossing met het oog op de toekomst! Daar is juist een andere beweging voor nodig: niet op het verleden blijven staren, maar met een open vizier naar ontwikkelingen kijken wat nou werkelijk goed is voor een samenleving met mensen uit verschillende culturele achtergronden die allemaal moeten kunnen participeren.”

Dan gaat het om een vloeibare identiteit?

“Ja, het gaat erom dat je in het gesprek met de ander mag veranderen. We moeten af van een opsluitend denken in eenheid: ‘dit zijn wij als een eenheid’. Er is een verschuiving nodig van het denken in eenheid naar een denken in veelvoud, in diversiteit. Identiteit is maar een concept, dat we hebben bedacht. Waarom zou identiteit niet meervoudig kunnen zijn? Als je identiteit uit meerdere culturen of religieuze invloeden bestaat, wordt je heus niet meteen schizofreen. Je zet een ander bril op waarmee je naar identiteit kijkt: Mensen die verschillende culturen en religies in zichzelf combineren, zitten niet tússen twee stoelen, maar óp twee stoelen. Ze zitten steviger! Je komt niet in een identiteitscrisis, je versterkt juist je identiteit.
Ik heb ook een koppelstreepjes-identiteit, ik ben Duits-Nederlands. Dat maakt mij alleen maar sterker, want ik kan met Duitse ogen naar Nederland kijken en met Nederlandse ogen naar Duitsland. Het verrijkt je, als je het op een goede manier kunt oppakken.
Zeker komen hier ook problemen uit voort. Maar de belangrijke vraag is hoe we met verschillen omgaan. Ik kwam dit thema vaak tegen bij opnames voor de video’s op de website. Op scholen merken de leerkrachten bijvoorbeeld dat je allochtone kinderen soms anders moet behandelen dan autochtone. Een Turkse of Marokkaanse jongen die voor de klas wordt vernederd, reageert daar vaak gevoeliger omdat hij zich in zijn eer voelt aangetast. Hoe gaan we om met dat eergevoel? Het speelt een rol.
Marokkaanse vaders kregen een opvoedcursus omdat hun zonen dreigden te ontsporen. Ik vroeg aan zo’n vader: ‘Hoe komt dat nou dat die jongens zich als prinsjes gaan gedragen?’ Hij zei: ‘Wij voeden ze op volgens de hadith, de islamitische gewoonte. Je geeft een grote mate van vrijheid, maar als kinderen die vrijheid misbruiken, staan daar straffen op, ook lijfstraffen. Maar toen ik mijn zoon sloeg, stond de politie voor de deur. En zij namen me mee naar het politiebureau. Mijn autoriteit ten opzichte van mijn zoon werd daardoor volstrekt ondermijnd.’
Ik houd geen pleidooi voor lichamelijke straffen, maar wel voor het onder ogen zien van het probleem dat deze gang van zaken oplevert. Wat kun je doen om die ouders te ondersteunen? Je bereikt niets als je alleen maar het slaan verbiedt en niet weet waarom dit gebeurt. Er is kennis en begeleiding nodig, aan beide kanten. En dat moet van mensen komen die beide kanten van het verhaal goed kennen. Mensen met een koppelstreepjes-identiteit, in dit geval Marokkaans-Nederlands. Er wordt nu nog onvoldoende vanuit diversiteit gedacht, en er is onvoldoende kennis over niet-westerse culturele en religieuze achtergronden. Met de website proberen we die kennis over te brengen, zodat je uit de clichésfeer komt. Want laten we wel wezen, iedereen wil graag het beste voor zijn kinderen. Iedereen wil dat zijn kinderen kunnen meedoen in de maatschappij. En het valt ook niet mee om kinderen op te voeden in een andere cultuur.”

Nu zijn dit soort geluiden taboe, er wordt gezegd: dat is links gepraat.

“Het gaat niet om het label rechts of links. Waar het om gaat is dat problemen die er zijn op een effectieve, humane manier worden opgelost. De fout in het verleden was dat we de verschillen niet werkelijk wilden zien, we hebben alles met de mantel der eenheid bedekt. De onvrede is niet op tafel gekomen en dat heeft alles te maken met het Nederlandse poldermodel, met conflictvermijding: er wordt heel snel naar consensus gezocht, zonder eerst de verschillen duidelijk te benoemen. Soms kan het beter eerst eventjes knallen, om daarna weer constructief samen naar de toekomst te kunnen kijken.
De verschillen moeten benoemd worden, maar niet louter negatief; je moet ze juist gebruiken om gelijkwaardig samen iets op te bouwen. Waar hebben we allemaal belang bij? Samen dingen doen in de buurt, al is het maar heel klein – daarmee bereik je veel, in vertrouwen, in dialoog. Dat is beter dan kunstmatig een interreligieuze dialoog te beginnen over het verschil of de overeenkomsten tussen God en Allah, of Jezus en Mohammed en Boeddha en noem maar op. Religie moet niet abstract maar vanuit het dagelijkse leven ter sprake komen. Wat geeft richting en waarde aan je leven, wat doet ertoe en waarom is daarbij religie voor je belangrijk? Daar gaat het wat mij betreft om en niet om de vraag of dat links of rechts is.”

Hoe zie jij de rol van religie?

“Er zitten twee kanten aan religie. Aan de ene kant kan religie onlustgevoelens en negativiteit versterken: met de Koran of de Bijbel in de hand kun je, als je wat er staat letterlijk neemt, geweld legitimeren. Maar religie kan ook verbindend werken en ertoe aanzetten om positieve krachten te genereren, om bijvoorbeeld samen aan het behoud van de schepping te werken en aan de bescherming van de vreemdeling. Als religie het goede leven voor allen beoogt, dan kun je daar samen aan bouwen. En als je zo’n soort horizon hebt, dan kan religie veel goeds bijdragen.”

Openheid voor ervaringen is een psychologische eigenschap waar niet veel aan te versleutelen valt, zeggen psychologen. Maar in de samenleving van de toekomst is openheid wel heel belangrijk.

“Je hebt mensen die snel bang zijn, die heel gauw denken: wat kan mij niet allemaal overkomen? En je hebt mensen die meer vertrouwen hebben. Misschien gaat het ook meer om zelfvertrouwen, en is dat bij de bange mensen geschaad. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa worden we nu door angst gedreven. Juist daarmee zouden we iets moeten doen – waar zijn mensen bang voor? We hebben deze vraag een maand als thema op de site gehad en dat was een zeer succesvolle maand. Het is een goede vraag om mee te werken.
Het gaat vaak om bewustwording. In mijn lezingen haal ik vaak de Duitse theoloog Theo Sundermeier aan, die een theorie ontwikkelde over het omgaan met de ander. Hij zegt: in de westerse wereld hebben we de ander altijd voor onze eigen identiteit gefunctionaliseerd. Pas als je de ander echt als ander kunt zien – als die ander daadwerkelijk ondoorzichtig mag blijven, als je niet alles hoeft te doordringen en transparant wilt maken, zoals het ideaal van de Verlichting ons opdraagt, pas dan kan het échte begrijpen beginnen. Het gaat hier om het volhouden van de opaciteit, de ondoorzichtigheid, van de ander. Daarmee moeten we leren leven, en we moeten niet alles tot onszelf willen herleiden. Dat vraagt niet alleen om een andere houding maar ook om een andere manier van denken.”

Wat waren hoogtepunten en dieptepunten van de afgelopen twee jaar?

“We hebben een interview gehad met Bob Smalhout, die behoorlijk tekeer ging tegen moslims. Je moet namelijk ook een stem geven aan mensen die het anders zien, vinden wij, en erover in debat gaan. Daar kwamen vrij weinig reacties op. Daarna hadden we een interview met Gretta Duisenberg, die het opnam voor de Palestijnen tegenover de Joden – en Nederland was te klein! We werden onder vuur genomen, soms alleen al omdat we haar aan het woord lieten. En dat zijn dan de mensen die enorm opkomen voor de meningsvrijheid – maar blijkbaar alleen als het hen uitkomt. Ik zou de laatste zijn – mede juist vanwege mijn Duitse achtergrond – om anti-judaïsme of antisemitisme te propageren. Dit verwijt ging wel heel ver. Toen zei een van mijn islamitische medewerksters, een in Nederland geboren en getogen jonge vrouw, zeer geëmancipeerd, dat haar vader had gezegd: ‘Het is maar goed ook dat we twee paspoorten hebben – als we uit Europa worden weggejaagd, kunnen we nog altijd terug naar Marokko.’ Ik schrok hiervan. Zij is Nederlandse, zij is als jonge generatie onze toekomst en zich voelt zich hier als moslima niet veilig thuis. En dat heeft echt niet alleen met de ouders te maken, maar ook met de sfeer in het land. Ik vond dat een eyeopener. Blijkbaar hebben we door de Tweede Wereldoorlog geleerd om op te komen voor Joden, maar niet voor anderen. Daar zie je precies het oude of-of denken, het niet naar verbinding zoeken.”

Hoe komt dat?

“De politiek bedient nu de angstige kiezer. Maar angst is een slechte raadgever voor de toekomst. Wat we nodig hebben is de moed om te vertrouwen. Niet blindelings, maar met gezonde argwaan. De argwaan van nu is ongezond. Hij verdeelt de burgers in ons land in plaats van naar onderlinge verbindingen te zoeken. We kunnen de bestaande diversiteit maar beter omarmen dan ertegen te vechten. We leven nu in de 21ste eeuw, in een geglobaliseerde samenleving. Wie dat niet wil zien, leeft in een illusie.”

lisette

Lisette Thooft

Journalist

Lisette Thooft is rebalancer, schrijfster, spreekster, lijf- en schrijfcoach. Sinds jaar en dag is ze ‘huisfilosofe’ van het spirituele …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.