Lidija Zelovic vluchtte in 1993 uit het verscheurde Bosnië naar ons land. Ruim dertig jaar later voelt ze zich Nederlander – en is ze nog steeds een overtuigd socialist. “In mijn stad Sarajevo kon je toen ik jong was alleen de middelbare school afmaken als je een EHBO-cursus deed. Het idee daarachter was: jij kunt niet zonder mij, ik kan niet zonder jou. Ik volg nu een hele dure vervolgcursus omdat ik, als dat nodig is, een medemens wil kunnen helpen.“
“We zouden echt beter af zijn als socialistisch land. Je hoeft er niet bang voor te zijn. Mensen die zich tegen links verzetten, weten niet waar ze het over hebben.” Als actief lid van de Socialistische Partij (SP) realiseert Zelovic zich dat Joegoslavië niet meer bestaat en dat Nederland zich niet snel zal ‘bekeren’ tot het socialisme. “Maar ik put een beetje hoop uit de benoeming van een linkse moslim tot burgemeester van New York.”
Lidija Zelovic werd op 16 september 1970 geboren in Zagreb in Kroatië. Als baby verhuisde ze met haar ouders en oudere broer naar Sarajevo in Bosnië. Zelovics Servische vader was landmeetkundig ingenieur en docent; haar Kroatische moeder hield zich als wetenschapper bezig met de chemische controle van medicijnen. Hoewel het land met straffe hand werd geleid door Josip Broz (1892-1980), beter bekend als maarschalk Tito, voelde dat niet als een dictatuur.
“Voor mij als kind was Joegoslavië een paradijs. Je kon Tito niet wegstemmen, maar wij voelden ons heel vrij. Joegoslavië kende geen grote economische verschillen tussen mensen. Het was een socialistisch land, verenigd in broederschap en eenheid. Iedereen kreeg een huis van zijn werkgever. Er waren geen grote klassen- en salarisverschillen. Mijn vader verdiende wel iets meer dan we buren, maar niet zo extreem veel als hier. Ik dacht dat dat normaal was, dat iedereen in de wereld zo leefde.”
“Was er sprake van indoctrinatie? Dat denk ik wel, maar we zijn allemaal op de een of andere manier geïndoctrineerd. Als dat dan toch moet gebeuren, dan graag met broederschap, eenheid en liefde.” Tot haar twintigste leidde Zelovic een onbezorgd bestaan. Ze was 21 toen de oorlog uitbrak in de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Voor die tijd leefden mensen van allerlei origine in de deelrepublieken vreedzaam samen. “Dat wij van Kroatië naar Bosnië waren verhuisd, maakte helemaal niet uit. We waren allemaal Joegoslaven.”
Lidija volgde in Sarajevo de lagere en middelbare school en zat in het derde jaar van haar studie Joegoslavische literatuur en Servo-Kroatische taal toen de burgeroorlog haar overviel. “Ik werkte als nieuwslezer voor de lokale tv-omroep in Sarajevo. Een soort AT5. Ik had een eigen ochtendprogramma. Ik moest live in de uitzending voorlezen dat er een oorlog was uitgebroken. Ik realiseerde me op dat moment niet hoe erg dat was. Ik dacht alleen: heb ik mijn tekst mooi genoeg uitgesproken?”
Zelovic maakte bij haar omroep angstige momenten mee. “We werden gevangengenomen maar ook weer snel vrijgelaten door gemaskerde gewapende mannen. Ik weet nog steeds niet wie het waren. Ik durfde niets te vragen. Het was een beangstigende ervaring. Toch wilde ik de volgende dag weer naar mijn werk. Dat kon helaas niet meer. Mijn eindredacteur belde en zei: de zender is overgenomen door nationalisten.”
Lidija zwierf nog een jaar door Joegoslavië voor ze naar Nederland vluchtte. Ze werkte voor de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. In die functie ontmoette ze een Nederlandse medewerker van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst. “Ik werd verliefd op hem. Ik kon in Noorwegen gaan studeren en had ook een visum voor de VS, maar ik ben door de liefde in Nederland beland.” De relatie bleek van korte duur.
Zelovic werd in Den Haag liefdevol opgenomen in een gastgezin. “Vluchtelingen waren welkom. Het verschil tussen toen en nu is enorm. De familie maakte een kamertje voor me vrij. Niks azc. Ik werd heel goed behandeld, als een familielid.” Zelovic ging direct Nederlands leren. Dat ging prima. “Ik sprak al goed Engels en redelijk Duits. Dat hielp. Ik heb hier nooit ongastvrijheid of andere narigheid meegemaakt. Wat Joegoslavië voor me had kunnen zijn, heb ik in Nederland gevonden.”
Zelovic trekt in haar prijswinnende, zeer persoonlijke en indringende documentairefilm Home Game (2024, uitgezonden door HUMAN) parallellen tussen het Joegoslavië van toen en het Nederland van nu. “We doen nu ook alsof er niets aan de hand is. We reizen overal naartoe. We gaan gewoon door met ons leventje. Maar we zijn kikkers in een pan met water die zitten te wachten tot het water kookt. En dan is het te laat. Ik heb Home Game zo gemonteerd dat je er niet omheen kunt. Het is film met een dystopische visie. Een kanarie in de kolenmijn.”
Nederland is anno 2026 niet meer gastvrij, constateert Zelovic. “We gaan überhaupt niet goed met onze medemens om en de vluchtelingen zijn nu de zwakste schakel in de keten. In families praten mensen soms niet meer met elkaar. We zouden nog steeds dat gastvrije land kunnen zijn, maar je ziet dat de Joodse schrijfster Hanna Arendt gelijk had toen ze schreef over the banality of evil. Een slecht systeem zorgt ervoor dat goede mensen slechte dingen doen. Dat is in Nederland niet anders dan elders in de wereld.”
“Als je alleen praat met mensen die het met je eens zijn, dan verbind je de verschillen niet. Eén van de belangrijkste lessen die ik in de oorlog heb geleerd is dat je alleen tot verandering komt door te praten met mensen die het niet met je eens zijn. Daarom blijf ik mijn films maken. Als ik één mens door mijn werk op andere gedachten kan brengen, dan steekt die misschien weer een ander aan, enzovoorts en zo verder. Als we Nederland ook nog wat socialistischer kunnen maken, dan komt het misschien toch nog goed met ons.”
Zelovic ging in 1994 in Amsterdam aan de UvA Film- en televisiewetenschappen studeren en kreeg al snel een eigen woning in Zaandam. Haar ouders en broer kwamen ook naar die stad. Moeder en broer Zelovic wonen er nog steeds. Lidija’s vader is overleden. Inmiddels woont Zelovic zelf “blij gescheiden” in Amsterdam. Met haar ex-vriend Alex kreeg zij haar inmiddels volwassen zoon Sergej. In 1995 kon Lidija, pal na de oorlog, voor korte tijd naar Bosnië als tolk voor het programma Spoorloos.
Ze was ook actief voor Nova en de Nederlandse radio en reisde als oorlogsverslaggever voor de BBC en Channel 4 naar Kosovo, Macedonië en Israël. Het werk begon haar na verloop van tijd tegen te staan. “Ik was onderdeel geworden van een foute machine. Ik dacht dat ik iets kon veranderen en verbeteren, maar ik was maar een druppel olie in de machinerie. Ik geloofde in de grote Westerse narratieven tot er een moment kwam dat ik me realiseerde dat ik niet de good guy was.”
Lidija stopte met haar journalistieke werk en ging haar eigen verhaal vertellen in documentairefilms. Daarmee verdient ze nog steeds haar brood. Ze runt haar eigen bedrijf Zelovic Film, dat ze oprichtte met Rogier Kappers. Voor de IKON maakte Zelovic My Friends (2008) over de vraag of vriendschap een oorlog kan overleven en My own private war (2016) over de vraag of een familie een oorlog kan overleven. Home Game vormt het laatste onderdeel van een triologie. “Die drie persoonlijke films zijn mijn beste werk.”
Zelovic stond bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam-Centrum op de kandidatenlijst van de SP maar werd niet verkozen. De uitkomst van de verkiezingen noemt ze “zorgwekkend omdat zoveel mensen hebben gestemd op lokale partijen die anti-azc en anti alles en iedereen zijn. De regering Schoof had het erover dat mensen een migratiecrisis ‘voelden’ terwijl ze de angst voor vluchtelingen zelf had gezaaid. De regering Jetten is niet veel beter.”
“Met Nederlanders is op zich niks mis. De haat tegen vluchtelingen wordt door regeringen gevoed. En wat je voedt, groeit. Ik zie dezelfde patronen als in Joegoslavië. Hoe mensen denken in vrienden en vijanden, in wij en zij. Hoe onzekerheid en angst voor ‘de ander’ bewust worden aangewakkerd. Hoe een land uit elkaar valt. In Joegoslavië begon de ellende ook met opkomend nationalisme.”
“Joegoslavië was eerst wat de EU nu wil zijn: in federatief verband samen sterk tegenover de buitenwereld. Het maakte niet uit waar je woonde of geboren was. De oorlog was eigenlijk een ingewikkelde familieruzie. Er waren altijd al wel nationalisten, maar die vormden hooguit tien procent van de populatie. Het percentage groeide snel toen politici de schuld gingen geven aan ‘de ander’. Toen bleek dat samenzijn koesteren veel moeilijker is dan haat koesteren.”
“Wat niet hielp is dat het Westen de nationalisten ging steunen. De bemoeienis van Europa met Joegoslavië verdient echt geen schoonheidsprijs. Het was hetzelfde diep imperialistische gedrag waarmee we de wereld nog steeds te gemakkelijk verdelen in ‘goed’ en ‘kwaad’. Hier dacht men dat het vooral Servië was dat oorlog wilde voeren. Het klopt dat Servische politici de slechterikken waren, maar dat gold ook voor Kroatische politici. De Kroaten vochten in de Tweede Wereldoorlog samen met de Duitsers. Hun vlag herinnert daar nog aan. Toch verheerlijkten de Europeanen Kroatië. Ze maakten een zeer complexe situatie veel te simpel.”
“De burenruzie is nog steeds niet voorbij. Als ze de kans krijgen staan de strijdende partijen van toen elkaar weer naar het leven. De huidige vrede is een gewapende. Ik ben misschien cynisch, maar wat hebben de honderdduizend doden, alleen al in Bosnië, opgeleverd? Als ik zie hoe we nu omgaan met Oekraïne en met Iran, dan zie je weer dat overeenkomsten, verdragen en handtekeningen niets helpen. De VS en Europa hebben een kwalijke rol gespeeld in Joegoslavië en nu doen ze hetzelfde in Oekraïne en Iran. Er is niet één soep waarin het Westen geen dikke lepel heeft.”
“Die soep is ook mijn soep want ik ben Nederlander geworden. Ik heb lang gedacht: hoe kan wat ik signaleer toch gebeuren in Nederland? Je merkt niet dat de grond onder je voeten verschuift tot je opeens niets meer hebt om op te staan. Dat is ook in Joegoslavië gebeurd. Met mijn films wil ik mensen wakker schudden. Dat lukt alleen als je bij iemands gevoel kunt komen. Daarom neem ik je in Home Game mee in mijn persoonlijke verhaal. Aan het eind van de film zit je met kippenvel op je lijf en denk je: het is niet alleen Lidija’s verhaal, het is ook mijn verhaal.”
Zelovic is één van de oprichters van de Nieuwe Vredesbeweging. Ze maakt zich grote zorgen over de Westerse neiging bij elke conflict te militariseren, zoals nu gebeurt in Oekraïne. “Zonder na denken kiezen we voor meer bewapening. Met uitzondering van de SP en Forum voor Democratie steunen alle politieke partijen het leveren van wapens aan Oekraïne. We denken niet na over wat dat voor Oekraïne en voor ons betekent. De SP was in 2022 pro-diplomatie en tegen bewapening.”
“Hoe kunnen GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren de funeste wapenindustrie wel steunen? We zien niet wat de Nederlandse rol is in alle conflicten die er spelen. We zijn boos op Donald Trump, maar we doen zelf ook al jaren mee met de schending van het internationaal recht – in Joegoslavië, Libië, Syrië, Israël en Irak. Trump is een extreme versie van het slechte Nederlandse beleid. Uiteraard heb ik geen goed woord over voor Rusland. Natuurlijk is Poetin imperialistisch. Maar Nederland is dat ook. Wij zijn niet onschuldig.”
“Je kunt nu niet meer stoppen met het ondersteunen van Oekraïne met wapens, maar we moeten er alles aan doen een einde aan de oorlog te maken. In het begin hebben we nul pogingen tot diplomatie gedaan en we blijven als Westen maar escaleren. In 2022 zei de Britse premier Boris Johnson tegen Oekraïne: we willen geen diplomatie. Het Westen is geen vredestichter maar een oorlogshitser. En toch roepen we dat wij de ‘goeden’ zijn. Dat zijn we niet. We maken het onszelf wijs, maar we vertonen puur neokoloniaal gedrag.”
“Dat was ook de reden dat de Nederlandse Blauwhelmen in Bosnië hun werk niet goed konden doen. Het mandaat van de VN was belachelijk. Het Westen greep bij de aanval van Rusland op Oekraïne wel in, maar op een verkeerde manier. Waarom mocht Oekraïne niet als een soort neutraal Zwitserland profiteren van Rusland én Europa? Waarom moesten er miljoenen mensen sterven in Oekraïne én Rusland. Ik zie overeenkomsten met de wereld van voor de Eerste Wereldoorlog waarin de sterksten de macht hadden. Het lijkt wel of we weer allemaal de weg zijn kwijtgeraakt.”

Dit zijn artikelen waaraan iedereen ten minste blootgesteld zou moeten worden. Er stond ook eens een artikel van Lidija in de Groene. Gek genoeg stond het niet in de papieren versie. Ik vond dat toen vreemd, maar merkte later dat het in een patroon past van veel media, maar dus ook de Groene. Omdat ik mijn lidmaatschap later heb opgezegd, weet ik niet of dat inmiddels is veranderd.