Als iemand theologisch kan reflecteren op de beladen term migratie, dan is Dorottya Nagy het wel. Nagy groeide op in Roemenië, studeerde in Hongarije, deed haar masterstudies in Hong Kong, woonde jarenlang in Nederland, verhuisde naar Finland en woont nu in Duitsland met haar gezin, terwijl ze deels in Nederland werkt als bijzonder hoogleraar missiologie. De manier waarop wij als samenleving praten over migranten, zegt iets over hoe wij met mensen omgaan. Keer op keer moeten wij – mensen, kerken, de samenleving – ons afvragen of onze veronderstellingen en onze manier van praten de juiste is, vindt Nagy.

Wie is zij? Dorottya Nagy was een jaar of acht en wilde dominee worden. Ze behoorde tot een kleine lutherse gemeenschap in het communistische Roemenië en toen ze een vrouwelijke dominee ontmoette, wist ze het helemaal zeker: ze werd predikant. Maar toen Nagy zich enthousiast bij de theologieopleiding meldde, kwam ze bedrogen uit. De bisschop besloot plotsklaps dat vrouwen dat jaar niet aan de faculteit mochten studeren. Het tekort aan mannen – ontstaan door onder andere de oorlog – was weer aangevuld. Vrouwen waren overbodig.

“Daar sta je dan met je roeping, wensen en dromen”, vertelt Nagy. Ze was vooral verbolgen over het feit dat iemand zijn macht gebruikte om over haar toekomst te beslissen. Noodgedwongen verhuisde ze naar Hongarije waar ze wel welkom was aan de theologische universiteit. Daarna werd het Hong Kong. Ze vond dat ze als theoloog de wereld moest verkennen om het leven in perspectief te kunnen zien.

Aan het Lutheran Theological Seminary studeerde ze samen met Indiërs, Birmezen en Chinezen. “Het was een mix van alles en nog wat, de een sprak Kantonees, de ander Mandarijn”. Iedere ochtend voerden zij en studenten uit haar klas een gesprek aan de ontbijttafel onder begeleiding van een Amerikaanse professor. Zo reflecteerden ze theologisch op actuele kwesties. “Ik leerde het leven mee te nemen in mijn theologisch denken. Het heeft mij gemaakt tot wie ik aan het worden ben.”

fence-3585348_1280
Beeld door: Pixabay

Uit een vreemd land

Migratie is haar thema. Ze is al twintig jaar bezig met het onderwerp en schuwt de confrontatie over beladen migratievraagstukken niet. Vorig jaar gaf ze een lezing tijdens de generale synode van de Protestantse Kerk. Daarin zegt ze dat veel polarisatie, misverstand, onbegrip en problematisering van migratie ontstaat als er zonder context over wordt gesproken. De grootste fout – die kerken ook maken – is om migratie uit te vergroten als hét probleem. Alsof migratie enkel een probleem is dat moet worden ‘gemanaged’. Alsof het niet om mensen gaat.

Op mijn vraag of Nagy zich zelf ooit migrant voelde, zwelt haar stem op. “Waarom zou je dat vragen?” Verward kijk ik naar mijn aantekeningen. Als je op zoveel plaatsen hebt gewoond, is het toch niet zo gek dat ik aanneem dat zij weet hoe het is om je migrant te voelen? Omdat zij zich kan verplaatsen in ‘je vreemdeling voelen’? Nagy: “Is dat wat je bedoelt? Dat ik misschien een vreemde was? Bedoel je dat met migrant? Misschien veronderstel jij dan wel dat er een thuisland is en een vreemd land. Dat een migrant tijd nodig heeft om een bepaalde maatschappij in te komen en te integreren. Bedoel je dat?”

Nagy speelt de bal direct terug. Dat doet ze wel vaker, legt ze uit. Het is bedoeld om de gesprekspartner te laten inzien welke veronderstellingen hij of zij heeft. En inderdaad, wat bedoel ik eigenlijk met het woord migrant? Ik bedoel daar iemand mee die uit een ‘vreemd’ land is gekomen, een nieuwkomer, en ergens is komen wonen. Een vreemdeling. Oké, zegt Nagy, “Is iemand die uit een vreemd land is gekomen dan automatisch een vreemdeling voor jou, of denk jij dat diegene zich vreemdeling vóelt? Hoe weet jij of diegene zich een vreemdeling voelt? Daarmee impliceer je dat diegene zich in het thuisland geen vreemdeling voelt terwijl diegene wellicht een grote geschiedenis van verhuizingen achter de rug heeft en daarin een vervreemdingsproces heeft meegemaakt. Als ik na twintig jaar terugga naar mijn geboortedorp, ben ik daar ook de vreemdeling.” Nagy laat je reflecteren. Want inderdaad, ik weet niet of degene die ik beschouw als vreemdeling zich ook vreemdeling voelt. Dat is een veronderstelling, ik heb het niet gevraagd.

migranten
Beeld door: Pixabay

Waarom zijn de termen vreemdeling en migratie toch zo beladen?

“Wij categoriseren mensen daarmee. We denken te vaak in migrant en niet-migrant. De migranten zijn dan een groep mensen die hulp nodig heeft. Wij, niet-migranten, bepalen hoe we die hulp gaan geven. Die machtsrelatie wil ik continu bestrijden omdat die gevaarlijk is. Daarbij, op het moment dat iemand naar Nederland komt, is hij zogenaamd de vreemdeling. Maar dan ontken je dat de plaats waar hij of zij vandaan komt vaak ook een vreemde plaats is geworden. Je ziet in het Nederlandse asielbeleid hoe problematisch dat is. Als iemand negen, of misschien wel vijftien jaar in Nederland heeft gewoond, en dan ‘terug’ wordt gestuurd, dan veronderstel je dus dat diegene niet vervreemd is geraakt van het geboorteland. Dat zijn gevaarlijke veronderstellingen. Want de wereld bruist immers van verandering. Ook in die zogenaamde ‘thuislanden’. Soms zelfs binnen een paar jaar. We moeten ons als samenleving afvragen of we zo met mensen om willen gaan.”

Ondertussen lijkt het in Europa alleen maar over migratie te gaan. In de negatieve zin van het woord.

“Heel Europa worstelt met grote menselijke bewegingen. Ook daarover moet je in gesprek. Hoe voeren we dat gesprek in Nederland? Het Europese migratiebeleid moet heruitgevonden worden. Ik ben niet de enige die dat roept, ik hoor het ook van collega’s uit andere vakgebieden, juristen bijvoorbeeld. We snakken ernaar om grip op deze levendige beweging te krijgen, ook in Nederland. Dat begint met de basisvraag: wat willen we? De worsteling met het vraagstuk lijkt me niet verkeerd. Het gaat in de kern over hoe we met elkaar in Nederland willen samenleven.”

Zouden kerken een voorbeeld moeten nemen aan het kerkasiel in de Bethelkerk Den Haag? Zij vangt een Armeens gezin op dat onze overheid wil uitzetten. Dochter Haryarpi Tamrazyan (21) woont hier straks tien jaar en studeert al lang en breed.

“Met deze actie laten alleen al honderden dominees de overheid weten dat er iets mis is met het migratiebeleid. Daar spreekt moed uit. Dit soort voorbeelden hebben we nodig.”

Wat kunnen kerken nog meer doen?

“Er bestaan veel homogene kerkgemeenschappen in Nederland maar er zijn er ook die veel met vluchtelingen van doen hebben. Dan is de vraag, wat zijn onze verwachtingen van elkaar? Wat kunnen we doen? Het moet tweerichtingsverkeer zijn.”

Wat kunnen we mensen die hier nieuw in Nederland zijn, het beste bieden?

“In mijn theologie speelt werk scheppen een grote rol. Wanneer je een mens jarenlang in de slaapstand zet, omdat diegene niet mag werken, dan ontkracht je, verkracht je iemands leven. Het geeft mensen veerkracht om aan de slag te zijn. De veronderstelling dat migranten hier komen om uitkeringen te trekken is ook zo’n paradoxale valse veronderstelling. Heb jij ooit een vluchteling ontmoet die zijn dorp of stad verliet om hier bijstand te ontvangen? En in hoeverre hangt die uitkering samen met het feit dat mensen niet mogen werken? En wie heeft dat dan zo geregeld? We moeten doorvragen, doorvragen. Hetzelfde geldt voor de grote fobie voor de islam. Ook daarin kunnen we elkaar bevragen. Als wij vaste joods-christelijke wortels hebben, wat betekenen die wortels dan? En wat betekent het dat we bang zijn voor de islam? Wat is de islam eigenlijk?”

Mensen die nieuw zijn in Nederland in een hokje stoppen is een valkuil. Hoe doorbreken we het patroon?

“We zijn geneigd om mensen in hun etnisch nationalistische perspectief te zien. Dan hebben we het over Turken, Friezen, Zeeuwen, Roemenen. Een Fries is zo en zo, en een Turk doet zo en zo. Dat soort labels moeten aangevuld worden met andere categorieën. Dat doe je door het gesprek aan te gaan en door te vragen. Oké, jij bent Fries. Wat houdt dat dan in? Heb je kinderen? Doe je thuis je schoenen uit? Hoe ziet jouw dag eruit? Hoe denk je over het christelijk geloof? Hoe denk je over het islamitisch geloof? Concrete dingen vragen zijn belangrijker dan het telkens herhalen van die statische etnische nationaliteit. Want op het moment dat je wilt samenleven red je het daar niet mee.”

Hoe helpt theologie u?

“Vanuit mijn lutherse achtergrond heb ik meegekregen dat je je dagelijks mag bekeren tot de kern van het geloof. Het is niet alleen het goede dat in handbereik ligt, ook het kwade. Dat is te bestrijden door voor mensen te kiezen en relaties en gesprekken aan te gaan. Elkaar in de ogen durven zien.”

Paspoort

Dorottya Nagy (Transsylvanië, Roemenië, 1978) is sinds 2015 bijzonder hoogleraar missiologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam.

● Ging in 1996 theologie studeren in Boedapest (Hongarije) studeren omdat haar bisschop vrouwen aan de faculteit weigert.
● Studeerde in 1999 aan het Lutheran Theological Seminary in Hong Kong (China), met contextuele theologie (gevangenispastoraat) als specialisatie.
● Werd in 2002 bevestigd als predikant.
● Promoveerde in 2008 in Utrecht waarvoor ze de Chinese gemeenschap in Hongarije en Roemenië onderzocht.
● Is voorzitter van de Central and Eastern European Association for Mission Studies.

Dorottya Nagy woont met haar echtgenoot – eveneens theoloog – en twee kinderen in Duitsland.

Bovenstaand artikel werd eerder geplaatst in Volzin nr. 3 van 2019. Voor meer informatie over Volzin: klik hier.

Wilt u verder lezen?

Dat kan. U kunt deze melding gewoon wegklikken, want wij doen niet aan betaalmuren. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze missie als u ons werk belangrijk vindt en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
nynke

Nynke Sietsma

freelance journalist

Profiel-pagina
Al 4 reacties — praat mee.