Tegenover het concurrentie-denken in is Henry een ondernemer die wil laten zien hoe een economie mogelijk is die uitgaat van eenheid en gemeenschap. Hij vertelt zijn verhaal op een zomerse zaterdagmiddag in het Veerhuis aan het water van de Waal, een herberg die hij beheert als een gemeenschapshuis.
Een tweede jeugd
“Toen ik zestig werd, wilde ik een tweede jeugd beginnen. Ik ben nu tweeënzeventig, dus ik ben nu twaalf. Mijn eerste jeugd was in een polder onder zeeniveau. Ik was tien. Met de moord op Kennedy ontdekte ik dat ik wat te doen had op aarde voor vrede. Ik ben niet iemand om tégen iets te zijn, ik ben vooral bezig met wat ik wél kan doen. Eerst deed ik de hogere landbouwschool en daarna Nijenrode. Ik wilde van binnenuit het concurrentie-denken veranderen.”
Henry trouwde en kreeg drie kinderen, en een adoptiekind uit Colombia. Hij ging werken in Aalsmeer, deed marktonderzoek voor de Zaadunie, een grote leverancier voor de landbouw. “Ik zag al snel in dat je in je eentje weinig invloed hebt. Het was volledig geld-gestuurd, gericht op winst voor de aandeelhouders. Ik wilde een bedrijf dat coöperatief was, dus startte ik bedrijven waarbij de relaties gingen vóór geld. Een spannende omslag als je kostwinner bent, van een gezin met vier kinderen.
Ik zette de eerste professionele wereldwinkel op. Er waren al wel een paar wereldwinkels, maar provisorisch, in pastorieën en zo. Ik dacht: als we echt aan eerlijke wereldhandel willen doen, dan moeten het zelfstandige winkels zijn, die er mooi uitzien. De uitdaging was dit zonder een bank te doen, zonder krediet
In 1994 ging de eerste winkel open, in Bovenkarspel. Het was in eigendom van een stichting. We konden het geld helemaal zelf houden, hoefden niets af te dragen aan de bank. Zo kun je ook goed zijn voor je klanten en personeel. Een van de eerste vormen van zogenaamd Steward Ownership. Na een paar jaar heb ik de wereldwinkel verlaten en dacht ik: wat ga ik nu doen?”
MyWheels
“Ik wilde een deelautobedrijf beginnen. Maar auto’s, dat is een flinke investering. Ik begon met het vragen om geld. Mensen reageerden goed. Een rijke familie leende ons een half miljoen. Maar toen stuurde De Nederlandse Bank mij een brief, dat het niet mocht, omdat ik dan bankje aan het spelen was met geld van klanten. Crowdfunding, dat bestond toen nog helemaal niet.” Henry wilde niet gaan vechten: “Ik wilde reageren met liefde. Ik wilde geen advocaat. Ik heb zelf de tien vragen beantwoord die de bank mij stelde. Na maanden kwam er een telefoontje: de bank bood mij vier oplossingen aan, of ik langs wilde komen. Toen kon ik doorgaan. Dat werd MyWheels. In 2012 wilde ik MyWheels overdragen, niet verkopen. Er kwam een nieuwe directeur” Na een korte stilte vervolgt hij met een lachje: “Toen dacht ik ‘wat ga ik nu doen?”
Het Veerhuis
Kalm vervolgt hij: “Pieter Kooistra woonde hier, in het Veerhuis. Hij was een kunstenaar en bedenker van de Kunstuitleen, die ook veel dacht en schreef over deeleconomie. Toen hij in 1998 overleed, was zijn huis gekocht door een investeringsmaatschappij. Ik wilde niet dat het op de markt zou komen, dat zou Pieter Kooistra nooit gewild hebben. Maar ik had dus geen geld, omdat ik MyWheels niet had verkocht, maar overgedragen. Opnieuw crowdfunding, en ik verkocht mijn eigen huis. Maar er moest deze keer toch een lening komen.
Om een lening te krijgen, heb je, ook bij de Triodos bank, een businessplan nodig. Henry pakt een handgrote kubus, van triplex, die uit elkaar geklapt kan worden. “Zo heb ik heb het toen aan ze uitgelegd. Aan de buitenkant staan al die woorden die ze willen horen bij een businessplan, alle woorden van het concurrentie-denken. Aan de binnenkant zijn die woorden vertaald naar de verbindingsgedachte, het sociale denken. In 2014 was het rond. Maar ik kreeg terwijl we ermee bezig waren midden op de snelweg naar Amsterdam, een ingeving. Als nu eens duizend mensen een miljoen zouden schenken om de Aarde vrij te kopen…
Met een kruiwagen naar Parijs
“Om het idee te laten slagen, moest ik het bekend zien te maken. En ik zou zelf het goede voorbeeld moeten geven. De grond van dit Veerhuis zou ik moeten schenken aan een stichting, zodat het nooit meer verkocht zou worden. Maar dan zou de lening bij de bank moeten worden afgelost.
Hoe moest ik het idee nu bekend maken? Ik dacht aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Eigenlijk moeten niet kleine stukjes van de wereld op de werelderfgoedlijst, maar de hele Aarde. Ik besloot dat ik mensen zou vragen een eetlepel aarde naar mij te sturen, met een donatie, zodat ik hun aarde naar het kantoor van UNESCO zou brengen. Vijfhonderd kilometer lopen met een kruiwagen, naar Parijs. Ik trok een rechte lijn over de kaart, en zocht langs de route initiatieven op die allemaal iets voor de aarde deden. Ook die gaf ik dan bekendheid.”
“Ja, het is een vorm van theater.” Henry laat een biljet van 100 euro zien met zaadjes erin, met de tekst ‘Grond van Bestaan’. Met een lach zegt hij “Toen ik het bij het Europees Parlement in Brussel over tafel naar ze toe schoof, sloegen ze het af, omdat ze geen donatie mochten aannemen van meer dan vijftig euro. Eenmaal in Parijs aangekomen, was het nog onzeker of we naar binnen mochten. De kruiwagen was een probleem voor de beveiligers. Maar het mocht toch. Toen we vertelden wat we kwamen doen zeiden ze dat het niet kón, de hele Aarde op de werelderfgoedlijst zetten, maar ze zeiden ook: “het is wel een goed idee”.”
Noord-Groningen
Steeds vroeg Henry zich af “wat ga ik nu doen”, dus: wat is nu het volgende? Henry: “Het Veerhuis draag ik over aan mijn zoon. Momenteel ben ik bezig met een actie in Noord-Groningen. Ik wil dat de grond geschonken wordt aan de gemeenschap, om alle financiële schulden af te lossen. Elk weekend bezoek ik de mooie plekken daar om die weer zichtbaar te maken. Naast al het nieuws over de ellende moeten we niet vergeten hoe mooi de Aarde is.”
Dit artikel is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.
