Een beetje ongemakkelijk wordt Halima wel van het woord pionier: “Alsof je dat helemaal alleen doet,” zegt ze. “Maar ik sta op de schouders van anderen én ik werk heel graag samen met andere mensen aan de projecten.”

Ze is geboren in het Rifgebergte, in het noorden van Marokko en kwam als kind naar Nederland. “De Imazighen zijn een bergvolk met vaak een hard leven, waarin onderlinge verbondenheid belangrijk is. Ze zijn rauw, eigenwijs en koppig, vanwege het gevoel altijd te moeten vechten. Er zit heel veel vasthoudendheid in. Het gevecht om vrijheid ging van generatie op generatie door. Het is een trots volk. Die gevoelens van trots omarm ik nu steeds meer.”

En vasthoudendheid blijkt haar verborgen kracht te zijn, zo wordt in het gesprek duidelijk.

“Vanaf het eerste begin van mijn werkzame leven wilde ik mijn stem laten horen voor de samenleving. Dat uitte zich allereerst journalistiek. Ik vroeg mij af: hoe gaan mensen met elkaar om, hoe lukt het mensen die heel verschillend zijn om zich met elkaar te verbinden? Ik werkte al jong voor MZINE, een Marokkaans jongerentijdschrift, ging daarna aan de slag bij NieuwWij.nl, schreef columns en was freelance verslaggever bij regionaal dagblad BN de Stem en columnist bij De Linker Wang.”

Halima-kl-VoorWebgebruik-12 – kopie
Halima Özen: veel vasthoudendheid

“Gedurende acht jaar werkte ik als programmamedewerker voor Het Ronde Tafelhuis in Tilburg-Noord, een wijk die multireligieus is. Het Ronde Tafelhuis was onder andere opgericht door Norbertijnen van de Abdij van Berne met de opdracht in die wijk met al die verschillende gemeenschappen naar de ander om te zien en elkaar in alle verschillen vast te houden. Dat Ronde Tafelhuis is er nog steeds een belangrijke ontmoetingsplek. Er is een wereldkeuken, er zijn taallessen en informatieve lezingen, maar ook vieringen en dansavonden. Het verbindt allerlei mensen, culturen en religies, al sinds 2007.”

Daarna ging Halima werken voor de Bibliotheek Midden-Brabant (2018-2022). “Daar zat ik juist in een meer homogene omgeving van witte mensen, meestal vrouwen tussen veertig en vijftig jaar oud. Op een gegeven ogenblik vroeg ik mij af: een bibliotheek moet een plek zijn waar iedereen zich welkom voelt, maar voelt iedereen zich er ook welkom? Er waren en kwamen daar toch weinig mensen die op mij leken, qua achtergrond en afkomst. Er gebeurde veel waar ik mijn vinger niet op kon leggen. Ik begon me af te vragen: wie ben ik? Waar vind ik mijn plek? Hoe krijg ik echt verbinding met wie ik ben en met wat ik doe?”

“Die wereld, de plek van mijn afkomst,” zo vertelt Halima, “ging voor mij open toen ik het boek Imazighen, de Berbers en hun geschiedenis van Mohammed Chafik (1926) las. Deze schrijver heeft zijn leven gewijd aan het Amazigh, de taal en de cultuur van dit volk. Hij gaf hun ook de eigen naam Imazighen terug in de plaats van Berbers, dat van het Griekse woord barbaroi afgeleid is. Maar mijn eigenlijke zoektocht gaat er vooral om hoe ik mijn plek vind in Nederland als vrouw met roots in Marokko. En in hoeverre er in Nederland plaats is en kan zijn voor allerlei mensen met een bi-culturele achtergrond.”

“Ik besloot het roer om te gooien en ging Inclusie- en Diversiteitsmanagement studeren. Ik zei mijn baan bij Bibliotheek Midden-Nederland op om mijn droom te volgen: ruimte maken voor mensen die niet gezien worden in hun kwaliteiten. Dat leidde tot de oprichting van de Inclusiefabriek, nu vijf jaar geleden. Mijn doel is bouwen, pleisteren aan een betere wereld waarin ruimte genoeg voor ieder, hoe verschillend ook. Met de erkenning dat pleisteren kwetsbaar is.”

pionier5 foto 2
Halima Özen: “Mensen zijn bezig vanuit hun privileges, bewust of onbewust”

“Mijn hoop is dat het pleisterwerk een stevige muur wordt. Dat is pionieren, daar zit een rauwe kant aan, want mensen zijn bezig vanuit hun privileges, bewust of onbewust. Maar kun je bij zoveel privileges ook eens kansen aan een ander gunnen? Hierbij is het belangrijk die privileges van een bepaalde klasse, van een bepaalde achtergrond zichtbaar te maken vanuit de idee van gelijkwaardigheid.”

“Het eerste wat opvalt bij een mogelijke samenwerking is etniciteit. Dyslexie kun je verbergen maar etniciteit is als eerste zichtbaar. De pionnen komen anders te staan als er bijvoorbeeld een uitkering aangevraagd wordt. Het gaat dan als eerste in dat proces om de erkenning dat een persoon mogelijk een ander startpunt heeft bij een gesprek.”

Maar wat houdt dat werken aan inclusie en management volgens haar in, uitgaande van een instelling of bedrijf? Halima: “Bij dit werk gaat het voor mij vooral om de vraag: hoe zorg je ervoor dat gedrag en gezamenlijke normen en waarden daadwerkelijk worden omgezet in beleid? Dat is best ingewikkeld. Want wie gaat daar eigenlijk over? En wat mag je als organisatie van mensen vragen? In de praktijk komt hier veel bij kijken. Je kunt wet- en regelgeving daarbij gebruiken als een soort stok achter de deur. Elk bedrijf is immers verplicht zich aan de wet te houden en zich daar actief voor in te zetten.”

pionier 5 foto1
Halima Özen licht de vertrouwenscirkel toe

Beleidsvorming is daar volgens Halima een concreet voorbeeld van. “Als het gaat om inclusie en diversiteit, draait het wat mij betreft om drie dingen. Ten eerste: het inzichtelijk maken en vergroten van diversiteit. Ten tweede: hoe we met elkaar omgaan met alle diversiteit die we in huis hebben, en of we dat doen op een gelijkwaardige manier. En ten derde: hoe we ervoor zorgen dat kennis en expertise op dit gebied worden ontwikkeld, vergroot én behouden.”

“Dat laatste is niet altijd eenvoudig,” zo voegt Halima hieraan toe. “Je krijgt te maken met weerstand, angst, onbegrip en verwarring. Mensen veranderen namelijk niet zo gemakkelijk, en verandering roept vaak weerstand op. Veel van dit proces is daarom gestoeld op gesprek en dialoog. Dat kan verwarrend zijn voor mensen die verwachten dat inclusie vooral gaat over regels en het optuigen van processen. Voor mij blijft het altijd zoeken. Maar in eenvoudige woorden komt het hierop neer: hoe zorg je ervoor dat iedereen binnen een organisatie zich gezien en gehoord voelt, en hoe richt je dat intern zo in dat het blijvend is?”

Is er ook voordeel bij het hebben van een bi-culturele achtergrond? Op wat voor manier heeft Halima daar misschien juist voordeel van? “Mijn achtergrond maakt mij gevoelig voor het anders zijn van de ander. Dat anders zijn heb ik zelf ook ervaren ondanks de privileges die ik had. Ik kan vanuit die gevoeligheid een ander op weg helpen. Ik geniet ook van de verschillende werelden waarin ik mij begeef door mijn werk voor allerlei organisaties.”

Daarbij ervaart Halima dat ze bezig is met Gods werk. Ze besluit het gesprek met woorden geïnspireerd op soera El Hoedjoerat uit de Koran: ‘Ik heb jullie verschillend geschapen opdat jullie elkaar leren kennen.’ En ze besluit: “Laten we dat dan doen. We worden namelijk niet gelukkig van uitsluiting maar wel van verbinding.”

De Inclusiefabriek – Wij helpen organisaties inclusiever worden. Lees meer.

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Redacteur

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.