Migratie, seksualiteit, gender en identiteit: het zijn thema’s die niet los van elkaar kunnen worden gezien in het werk van Jamel. Al drie jaar doet hij promotieonderzoek aan het Instituut voor Geschiedenis in Leiden naar queer migratie vanuit Afrikaanse landen naar Nederland. Met een scherp oog voor nuance en rechtvaardigheid verzamelt en analyseert hij verhalen van mensen die hun thuis verlieten om elders veiligheid en erkenning te vinden.

“Ik kijk naar queer migratie vanuit een historisch perspectief. Daarbij staan de persoonlijke ervaringen van mensen centraal, vooral in relatie tot dominante verhalen in media en politiek.”

Een belangrijke conclusie van Jamel’s onderzoek tot nu toe is dat het beeld van de queer migrant vaak te eendimensionaal is. In de media en zelfs bij hulporganisaties overheerst een “victimizing” narratief, vertelt hij. “Er wordt vaak gedacht in termen van slachtofferschap, met de beste bedoelingen hoor. Maar veel mensen verzetten zich juist tegen dat beeld. Hun verhalen zijn veel rijker en complexer dan we op het eerste gezicht zien.”

Jamel benadrukt dat de queer migratie – net als bij andere groepen migranten – voortkomt uit een mix van factoren. Seksualiteit of genderidentiteit is lang niet altijd de enige of zelfs belangrijkste reden om te migreren. “Het is nooit zo simpel als: iemand is queer, dus vlucht diegene. Er spelen ook politieke, economische, sociale of andere factoren mee. En dat maakt elke migratieverhaal uniek.”

Ongelijkheid binnen de groep

Binnen de groep queer migranten die Jamel sprak, ziet hij bovendien grote verschillen. Sommige mensen waren al activistisch actief in hun land van herkomst, anderen kwamen via gevaarlijke routes zoals de Middellandse Zee naar Europa. Klasse, opleiding en toegang tot netwerken spelen een grote rol. “Voor degenen die een asielclaim indienen op basis van seksualiteit of genderidentiteit, kan iemand die bekend is met LGBT-termen en weet hoe je je verhaal moet vertellen, vaak een voordeel hebben in de asielprocedure. Dat zegt natuurlijk niet per se iets over de urgentie van hun zaak, maar wel over hoe die zaak wordt begrepen.”

Daarnaast is er een duidelijke genderongelijkheid zichtbaar. “Een groot deel van mijn respondenten identificeert zich als homoseksuele man. Ik zie dat veel organisaties en bijeenkomsten worden geleid door cisgender mannen, en ook in publieke verhalen ligt de nadruk vaak op homoseksuele mannen.” Dat heeft historische en structurele oorzaken, vertelt Jamel. “ In veel voormalige Britse koloniën zijn bijvoorbeeld wetten tegen homoseksualiteit geïntroduceerd die specifiek gericht zijn op seks tussen mannen. Vrouwen werden daarin vaak niet eens benoemd. Ook in publieke debatten op het Afrikaanse continent leek de nadruk lange tijd sterk te liggen op homoseksuele mannen. Recente politieke en mediacampagnes problematiseren echter in toenemende mate LGBTQ+-identiteiten in bredere zin. Dat heeft invloed op wie als ‘zichtbaar slachtoffer’ wordt gezien en hoe verschillende groepen worden beschouwd.”

Ook de migratieroute speelt mee. “De gevaarlijke route via de Middellandse Zee bijvoorbeeld brengt voor vrouwen extra risico’s met zich mee. Daardoor kiezen sommige vrouwen andere migratieroutes , of worden ze minder zichtbaar in migratiestatistieken en publieke verhalen.”

Ook ziet Jamel dat het Nederlandse zelfbeeld als “tolerant land” niet voor iedereen opgaat. “Nederland presenteert zich als progressief en inclusief, maar queer migranten ervaren vaak uitsluiting – ook binnen de LGBT-scene zelf, die vooral wit en mannelijk is. Sommige mensen voelen zich daar totaal niet thuis. Dit geldt in bredere zin voor queer personen van kleur, die te maken hebben met racisme en discriminatie, en kan voor eerste generatie queer migranten nog eens extra uitsluitend werken.”

Jamel legt uit dat Nederland een van de eerste landen was waar het wettelijk mogelijk werd om asiel aan te vragen op basis van seksuele oriëntatie. “Op papier was het al vroeg geregeld,” zegt hij, “maar in de praktijk gebeurde er tot de jaren negentig nauwelijks iets mee. In die eerste decennia werd seksuele geaardheid zelden erkend als grond voor vluchtelingenstatus, ook al was dit dus wel mogelijk op papier. LHBTI+ belangenorganisaties bekritiseerden deze gap in beleid en praktijk al in de jaren tachtig en negentig.”

De laatste decennia werden een aantal landen in de Sub-Sahara Afrika regio steeds zichtbaarder in het publieke debat, specifiek wanneer het gaat om LHBTI+ rechten en gerelateerde vluchtelingenmigratie. Volgens Jamel speelt de zichtbaarheid van Oeganda hierin een grote rol. “Oeganda werd vanaf ongeveer 2010 steeds bekender als een land met hevige anti-LHBT-wetgeving en publieke ‘exposings’ in lokale sensatiekranten. Tegelijkertijd was er ook een actieve activistische beweging in het land. Die spanningen trokken internationale aandacht.”

Documentaires als God Loves Uganda en The World’s Worst Place to Be Gay brachten de situatie op het wereldtoneel. Die zichtbaarheid had een dubbel effect: enerzijds vergrootte het in eerste instantie de kans op een succesvolle asielaanvraag voor Oegandese queer personen, anderzijds leidde het uiteindelijk tot extra controle en argwaan bij instanties zoals de IND. “Na beschuldigingen van fraude werd het juist moeilijker om erkend te worden als LHBTI+ vluchteling.”

Zelforganisaties als krachtbron

Wat Jamel hoopvol stemt, is het ontstaan van zelforganisaties zoals Rainbow Anonymous en Love Planet – beide opgericht door Afrikaanse queer migranten in Nederland. Deze groepen bieden niet alleen praktische ondersteuning, maar ook een gevoel van gemeenschap en herkenning. “Veel van deze organisaties zijn ontstaan vanuit de behoefte aan veilige plekken, waar mensen zichzelf kunnen zijn. Zeker tijdens de coronapandemie werd dat gemis pijnlijk duidelijk.”

Nina Conkova – JamelBuhariCIV

Naast interviews in Nederland sprak Jamel ook activisten in landen als Ghana en Nigeria. Hij wil daarmee ook ruimte geven aan stemmen die bewust níet migreren, ondanks gevaar of discriminatie. “Dat verhaal hoor je zelden. Wat beweegt iemand om te blijven en lokaal verandering te proberen teweeg te brengen? Daar wil ik meer aandacht voor, ook als tegenwicht tegen het westerse beeld van ‘homofobisch Afrika’, dat een te eenzijdig beeld schetst en de complexe realiteit onvoldoende weerspiegelt. Ik werk momenteel bijvoorbeeld samen met Obodo, een LHBTI+ jongerenorganisatie in Lagos (Nigeria), waar we samen met queer kunstenaars en onderzoekers lokale perspectieven op queer mobiliteit en belonging onderzoeken. Door middel van co-creatieve workshops onderzoeken we bijvoorbeeld hoe mensen in een context als de wereldstad Lagos interne vormen van migratie ervaren en hoe zij veilige gemeenschappen creëren of vinden.”

Wat kunnen professionals doen?

Aan het eind van het gesprek benadrukt Jamel het belang van culturele sensitiviteit bij professionals in zorg en welzijn. “Wees je ervan bewust dat er veel diversiteit is, ook binnen thema’s als seksualiteit en gender,” zegt hij. “Niet iedereen identificeert zich op dezelfde manier, en hoe mensen over hun identiteit spreken is sterk cultureel bepaald.”

Hij pleit voor een open houding, waarbij professionals niet te snel denken in hokjes. “Luister echt, zonder aannames. Kijk naar wat mensen zelf nodig hebben – en laat ruimte voor hun eigen verhaal.” Volgens Jamel zit er veel kracht en veerkracht in de gemeenschap van queer migranten. “Die verdient erkenning. Niet om mensen te reduceren tot slachtoffers, maar om recht te doen aan de complexiteit van hun ervaringen.”

Lees ook

Schermafbeelding 2022-07-22 154009

Aanklacht tegen overheid die LHBTI-asielzoekers “niet gay genoeg” vindt

Boek met 28 aangrijpende fotoportretten en verhalen

1639081487698

Nina Conkova

Nina Conkova is senior onderzoeker bij Leyden Academy on Vitality and Ageing. Nina zet zich met hart en ziel voor een goede oude dag voor …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.