Die ongelijkheid uit zich bijvoorbeeld in wie er aan tafel zit – en wie niet – wanneer beslissingen worden genomen over de toekomst van de planeet. Het is dan ook een goede zaak dat Vanessa Nakate afgelopen najaar hoofdspreker was op Groengelovig, een festival van christelijke klimaatorganisaties.

Nakate weet als geen ander hoe scheef de machtsverhoudingen zijn in internationale klimaatfora. Juist mensen uit regio’s die het zwaarst worden getroffen door klimaatverandering – het ‘mondiale Zuiden’, kleine eilandstaten, Afrikaanse en Aziatische gemeenschappen – blijven vaak buiten beeld. “Hoewel ik vind dat er veel meer diversiteit nodig is, zie ik gelegenheden als deze als een kans,”, zegt ze. “Mensen met een meer bevoorrechte achtergrond dragen vaak niet de volle realiteit van klimaatverandering met zich mee. Door hier te zijn, kan ik de ervaringen van mijn gemeenschap delen en een heel duidelijke boodschap delen en hopelijk mensen inspireren om daadwerkelijk in actie te komen.”

Volgens Nakate is het gebrek aan representatie geen toeval, maar het gevolg van structurele barrières. Die uitsluiting begint al bij de praktische kant van internationale conferenties. Accreditaties zijn moeilijk te verkrijgen, reizen en accommodaties onbetaalbaar. “Alleen al deelnemen aan een COP is extreem duur,” zegt Nakate. “En dan zijn er nog de visaprocedures. Veel jonge Afrikaanse activisten krijgen simpelweg geen visum en kunnen hun gemeenschappen dus niet vertegenwoordigen.”

Alleen met honderdvijftig dollar

Nakate ondervond die barrière ook zelf. Haar eerste reis naar de Verenigde Staten, voor een VN-klimaattop, staat haar nog goed bij. Ze was uitgenodigd, haar vlucht en hotel waren geregeld, maar toen was ze er nog niet. Lachend zegt ze: “Ik had geen idee hoe ik me moest verplaatsen. Het was mijn allereerste reis buiten Oeganda. Ik stond op het vliegveld en verwachtte dat ik zou worden opgewacht, maar dat was niet zo. Ik stond daar, op een luchthaven in een vreemd land, en moest alles zelf uitzoeken. Ik had ook geen toelage gekregen. Gelukkig had ik honderdvijftig dollar gekregen van mijn vader. De helft daarvan ging dus al gelijk op aan een taxi.”

MD1 p14-15 vanessa nakate
Vanessa Nakate Beeld door: Iris Speckmann

Ze lacht even, maar het verhaal laat zien hoe ongelijk het speelveld is. “Ik hoor dat het nu iets beter gaat voor jongere activisten. Maar in het begin was het heel moeilijk.”

Volgens Nakate moeten organisaties zich erg bewust zijn van hoe ze jonge activisten ergens bij betrekken. “Het mag geen tokenisme zijn,” benadrukt ze. “Niet zomaar een vakje afvinken door een jonge Afrikaanse vrouw in een panel te zetten. Je moet mensen ook echt ondersteunen: met reisgeld, accommodatie, een toelage. Anders maak je de ruimten waar klimaatbeleid wordt gemaakt niet altijd voldoende toegankelijk voor hen.”

Taal, gender en schaamte

Naast financiële drempels zijn er ook sociale barrières. Taal is er een van. “Veel mensen spreken geen Engels, Frans of Spaans, maar alleen hun lokale taal,” zegt Nakate. “En toch hebben zij cruciale kennis. In mijn gemeenschap in Oeganda bijvoorbeeld hebben lokale boeren zoveel kennis; zij bestuderen het klimaat al jaren. Zij begrijpen het klimaat. Ze herkennen veranderende weerpatronen, weten wat voor soort regen eraan komt, wanneer er een droogte aankomt en hoe je meer droogtebestendige gewassen kunt laten groeien. Die kennis is van onschatbare waarde, maar we hebben er geen toegang toe omdat zij niet in de politieke ruimtes zijn waar het beleid wordt gemaakt.”

Als jonge vrouw kreeg Nakate bovendien te maken met sociale druk van mensen om haar heen. “Pas een jaar nadat ik was gestart met activisme, vertelde mijn vader dat familie en vrienden hem hadden gezegd dat ik hen te schande maakte. Mijn vader heeft dat niet eerder tegen me gezegd, omdat hij wist dat ik dan zou stoppen. Dus dat deed hij om me te beschermen.

Ik werd op sociale media uitgemaakt voor prostituee omdat ik op straat stond te protesteren. Mensen dachten dat ik op zoek was naar een man. Het kan zijn dat schaamte andere vrouwen in de weg zit om ook actief te worden. Als ze zien wat mensen over mij zeggen, weerhoudt hen dat misschien. De samenleving verwacht dat jonge vrouwen stil en bescheiden zijn.”

Geloof als bron van hoop

Klimaatactivisme kan ontmoedigend zijn. Vanessa vindt veel inspiratie in de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. “Veel activisten zagen het resultaat van hun werk nooit, maar hun impact is vandaag nog voelbaar. Dat helpt me beseffen dat mijn werk niet alleen voor mijn generatie is, maar ook voor de generaties na ons.”
Ook haar geloof is een belangrijke krachtbron. “Ik zie activisme niet alleen als een passie, maar als een goddelijke opdracht,” zegt ze. “Zorg dragen voor de aarde is de eerste verantwoordelijkheid die God ons gaf.”

Nakate vindt veel steun in Romeinen 8 vers 28: ‘We weten dat voor wie God liefhebben, voor wie door God naar zijn voornemen geroepen zijn alles ten goede keert’. Ze zegt: “Ik ben zeker van Gods liefde. Ik weet dat als ik doe waartoe Hij me geroepen heeft, alles ten goede samenkomt. In wat ik doe voel ik de rugdekking van God. Omdat Hij me geroepen heeft te werken aan een wereld die gezonder en duurzamer is, weet ik dat die wereld niet alleen noodzakelijk, maar ook mogelijk is. Dat is geruststellend en geeft veel kracht.”

Niet zonder inheemse kennis en inspraak

Nakate maakt zich grote zorgen over mondiale ‘oplossingen’ zoals koolstofmarkten, waarbij multinationale bedrijven inheemse gemeenschappen van hun land verdrijven. “Inheemse volkeren beschermen ecosystemen al generaties lang. Hoe kun je dan hun land afpakken en zeggen dat het beter is het te laten opkopen door multinationals?”

Volgens haar is klimaatrechtvaardigheid onmogelijk zonder inheemse wijsheid en inheems leiderschap. In haar organisatie brengt ze daarom activisten, academici en lokale gemeenschappen samen in rondetafelgesprekken. “We kunnen geen betere wereld bouwen als we de mensen achterlaten die haar al generaties lang hebben beschermd.”

Eén ding staat voor Nakate vast: om echte klimaatrechtvaardigheid te bereiken, moeten de stemmen van de meest getroffen gemeenschappen veel meer centraal komen te staan.

Klimaatcrisis kent geen grenzen. De Afrikaanse stem in de strijd om klimaatrechtvaardigheid. Vanessa Nakate. Uitgeverij Grondwerk. Amsterdam 2024.

Dit artikel is afkomstig uit Mondig, tijdschrift van de Doopsgezinden.

Lees ook

pc_Cher Martinez -landscape

“Mensen die de klimaatcrisis nauwelijks veroorzaken, hebben er het meeste last van”

Recensie van 'The Intersectional Environmentalist' van Leah Thomas

1719775745808

Iris Speckmann

Iris Speckmann is functionaris duurzaamheid en vrede bij de Doopsgezinden en geestelijk verzorger.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.