Tien jaar na haar ontsnapping wordt Dina-Perla bovendien geconfronteerd met haar biologische kinderloosheid. Zij gaat op onderzoek uit en wil achterhalen wat er voor haar geboorte gebeurd is. Nieuw Wij sprak met Dina-Perla over haar ervaringen, haar geloof en haar missie.

Hoe was jouw gezinssituatie?

Dina-Perla de Winter: “Ik groeide op in een huis waarin niets was wat het leek. Achteraf blijkt het een huis vol leugens en paranoïde vertellingen. Ik ben in een gebroken familie geboren, met een uitgebreide voorgeschiedenis, waarover ik veel dingen niet wist. Mijn jeugd kenmerkte zich onder andere door de handicap van mijn moeder en alle zorg voor haar. Zij had stoornissen die steeds erger werden en die nooit door specialisten werden vastgelegd, omdat zij iedereen op afstand wist te houden. Zij was joods-orthodox, zeg maar gerust fundamentalistisch en daar moest ik mij aan conformeren. Ik zorgde eigenlijk in de eerste helft van mijn jeugd voor ons beiden. Ik groeide op in isolement, ervoer lichamelijk en geestelijk geweld.”

Kun je voorbeelden geven van leugens die je achteraf ontdekte?

“Je kunt mij beter vragen: wat was niet gelogen? Wanen die mijn moeder had over buren, de gemeenschap en bekenden. Zoals dat er buren tussen onze plafonds doorliepen om mijn moeder af te luisteren, dat ze vergiftigd werd door het eten van de vrouw van de rabbijn omdat ze haar uit dat huis wilde halen. Dat kwam dan volgens haar door mijn slechte gedrag. Sterker nog, vanaf mijn tiende maakte mijn moeder mijn reputatie overal stuk en beweerde de ergste zaken over mij. Ook zijn er de verhalen achter mijn verhaal, dus de geschiedenissen van mijn halfbroers. Dit betekent dat ik met de kennis die ik nu heb, zaken die in dat huis gebeurden, anders kan bekijken, namelijk met de bril van die verhalen op. Mijn moeder speelt een centrale rol in ieders leed. Die geschiedenissen breken mijn hart en ziel. In mijn boek schrijf ik nu eindelijk alles op, ook de mooie herinneringen, zoals de hechte band die ik met de meiden op school had. Zij waren alles waren wat ik doordeweeks had .”

Exodus-uit-de-vuurtoren
Exodus uit de vuurtoren Beeld door: ASPEKT

Beschrijf de ultraorthodoxe joodse gemeenschap eens?

“Het is een kleine, gesloten gemeenschap, waarin er van alles niet mag en van alles moet. De leefwijze wordt gekenmerkt door de joodse wet en gebruiken. Dat zijn zeer strenge regels over ieder aspect uit het leven. Er is veel sociale controle. Jezelf eruit vrijvechten en het in de civiele maatschappij overleven, gaat niet altijd. Het is als een web: de artsen, zogenaamde psychologen, ambulances, scholen, winkels, advocaten en ga zo maar door, zijn allemaal privaat. Omdat het poppetjeswerk is en al die mensen elkaar kennen, worden mensen die zogenaamd van het joodse en alom heersende juiste pad willen gaan, keihard door het web tegengewerkt. Velen hebben bovendien geen opleiding, zeker vrouwen, want die moeten toch alleen voor kinderen en het huishouden zorgen. Dit betekent dat velen het ook niet eens proberen, ook al hebben zij een ongelukkig bestaan.”

Waarom is het moeilijk om uit zo’n gemeenschap te stappen?

“De vrouwen zijn niet hoog opgeleid en hebben geen sociaal vangnet. Bovendien worden ze vaak weggehouden van hun dierbaren – dat is een hoge prijs om te betalen voor de verworven vrijheid. Daarom is binnen de gemeenschap blijven voor hen aantrekkelijker dan een oprecht leven opbouwen erbuiten. Dan hebben we het nog geeneens over de kwestie eerwraak… Ik ben daar 28 jaar lang doodsbang voor geweest en met mij, mijn naasten. Velen leiden dubbellevens en blijven maar in dat web hangen. Er is gelukkig ook een grote groep in de joods-orthodoxe gemeenschap die letterlijk te goed is voor de wereld. Dat wil ik benadrukken.”

Je spreekt over een web met uitsluitingsmechanismen. Kun je daar voorbeelden van geven?

“Hoewel velen dit zullen betwisten, gelden er andere regels dan in de civiele samenleving. Soms gaat dat zo ver, dat de civiele wet niet van toepassing is, zeker in gesloten gemeenschappen zoals je die in de VS of Israël vindt. Er bestaan mechanismen zoals zwijgplicht en taboes, machtsstructuren, bijvoorbeeld de hiërarchie van rabbijnen, waarbij zelf als individu nadenken op de achtergrond geraakt. Denk ook aan het mechanisme van de schijn ophouden. Nergens over spreken en doen alsof alles perfect gaat, is nodig zodat de marktwaarde bij huwelijken toeneemt. Families die middels een koppelaar van elkaar afhankelijk zijn voor hun voortbestaan en zo hun reputatie proberen hoog te houden. Dit soort mechanismen moeten verdwijnen.”

Ik ben 28 jaar lang doodsbang geweest voor eerwraak en met mij, mijn naasten.

Wat wil je met jouw transparantie bereiken?

“Ik wil laten zien wat transparantie kan betekenen voor de ontwikkeling van zo’n gemeenschap. Daarvoor moeten we bijvoorbeeld daders en slachtoffers vanuit een nieuw bewustzijn belichten, namelijk als één geheel en niet ieder aan één kant. In Exodus uit de vuurtoren spreek ik bijvoorbeeld over het geweld van mijn halfbroer, zonder dat ik hem op spiritueel niveau van mij loskoppel. Sterker nog, als mensen oprecht zouden zijn en openlijk over zaken zouden spreken, dan zouden oude patronen van generatie op generatie niet meer kunnen voorkomen, zowel bij het individu als de gemeenschap. We moeten ons realiseren dat dit soort gesloten gemeenschappen getoetst mag worden, omdat ze onderdeel zijn van een grotere samenleving. Dus mensen binnen de civiele samenleving moeten zich betrokken en verantwoordelijk voelen voor dit soort entiteiten. Ieder individu kan invloed uitoefenen en de wereld een beetje beter maken.”

Jouw boek heet ‘Exodus uit de vuurtoren’ – is dat een verwijzing naar het huiselijk geweld?

“De titel verwijst naar de uittocht uit mijn kamer, nadat ik in het ziekenhuis terecht was gekomen door huiselijk geweld en voor het eerst aangifte deed. Ik kon toen namelijk niet meer terug en moest uit huis. Het huis was koud, donker, naargeestig, oud en volgestouwd met spullen en zelfs chemicaliën, of producten die wel 27 jaar over datum waren. Van mijn kamer had ik een onderzeekamer gemaakt. Mijn kamer hield mij in dat huis overeind, hoewel het nooit een reddingsboei werd. Mijn deur stond altijd open, omdat de telefoonbedrading door mijn kamer naar mijn moeders kamer liep. Mijn halfbroer en moeder kwamen regelmatig onverwachts in razernij binnen. Verder in het huis zat er op iedere deur een slot. Alles stopte mijn moeder achter slot en grendel. Op de telefoon zat een slot, want niemand mocht vanaf dat huis contact met de buitenwereld leggen, zonder dat mijn moeder ervan op de hoogte was. Internet en mobiele telefoons waren er niet. Vanuit mijn kamer kon ik naar mijn overbuurmeisje seinen. De overburen hielden mij sowieso altijd in de gaten. Kortom, die onderzeekamer was als een vuurtoren in de nacht. Er straalde licht in het donkere geheel en er waren flitsen in intervallen, dus vanuit mijn kamer vroeg ik om hulp. Het knipperlicht van mijn moeders brein ging gelijk op aan die intervallen van het licht. Aan het eind waren er zelfs geen intervallen meer en bleef het voor mij een duister geheel.”

Hoe heb je jezelf kunnen ontworstelen aan dat gesloten milieu?

“Het geluk wil dat ik een ontwikkeld brein heb en een heldere, interne stem, of kompas. Ook al begreep ik als kind bij lange na niet wat er allemaal voor mij verborgen bleef. Ik vond oplossingen om te overleven, ondanks de grootst mogelijke tegenwerking en het geweld van mijn moeder en halfbroer. De joods-orthodoxe school Het Cheider wist dat het thuis niet in orde was, maar greep niet consequent in. Dat geldt ook voor een joodse maatschappelijk werker, bij wie ik letterlijk smeekte om uit huis geplaatst te worden. Maar er waren geen gastgezinnen, of kamers zoals ik bij mijn moeder had, aldus deze vrouw die mij aan mijn lot overliet.”

jodendom
Beeld door: Pixabay

Toen leerde ik Max kennen. Onze relatie zorgde ervoor dat we van alle kanten door roddel en achterklap werden stukgemaakt. Zowel mijn vader als ik werden gebeld om te spreken over de schande van mijn gedrag. Ik zou het voor de seks doen en om zwanger te raken. Ik denk er vandaag de dag nog steeds verbitterd aan terug. In mijn boek schrijf ik: ‘Steeds meer was ik van de modder gaan houden. Een moddergevecht kon immers voor plezier zorgen. Daarbij, hoe meer opgedroogde modder, des te stabieler en hoger de berg kon worden.’ Een zelfgemaakte regel waar ik naar ben gaan leven. Geloof mij, ik heb zeeën aan modder over mij heen gekregen in 32 jaar tijd. Mijn interne stem liet mij keuzes maken. Ik verzamelde een aantal vertrouwelingen om mij heen. Ze keken niet weg en accepteerden niet dat de bedreigingen of het geweld mij onder water zou houden. Mijn partner Max maakte vanaf mijn zestiende van alles van dichtbij mee en vocht voor mij. Het boek is daarmee ook een liefdesverhaal.”

Wat waren de pijnlijkste passages om te beschrijven en waarom?

“De woorden van mijn moeder. Wekenlang werd ik van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat aan één stuk door vergiftigd door het gekijf. Je moet je voorstellen dat ik, tijdens het schrijven van dit boek, in een soort bubbel moest gaan leven, zodat ik niet bleef wegrennen. Ik heb een fotografisch geheugen. Daarbij bekeek ik mijn agenda’s, alle rapporten, aantekeningen en bewijsstukken van Jeugdzorg en de politie tot in detail. Ik beleefde alles opnieuw en legde alles vervolgens in woorden vast.”

Je spreekt over biologische kinderloosheid, hoe is dat ontstaan?

“Door de endometriose (weefsel dat lijkt op baarmoederslijmvlies komt dan buiten de baarmoederholte, red.). Daardoor raakte ik biologisch kinderloos. Iets dat mogelijk voorkomen had kunnen worden als ik wel van mijn moeder aan de pil had mogen gaan, omdat dankzij de pil, de endometriose in het lichaam gecontroleerd had kunnen worden. Het begint namelijk in de tienerjaren. Ook zijn er onderzoeken die aantonen dat als er bij endometriose in de tienerjaren adequaat gehandeld wordt, de levenskwaliteit op den duur beschermd wordt.”

Een joodse vrouw behoort aan de gemeenschap ‘terug te geven’ en behoort ‘haar verplichting’ na te komen door kinderen te baren.

Hoe speelde de religieuze gemeenschap een rol daarbij?

“Ik was als joods meisje geprogrammeerd om een biologisch kind te krijgen. Het ging niet om het ouderschap, maar om het biologische. Het biologische was onder andere dominant, omdat ik als joodse vrouw het juk van 6 miljoen vermoorde joden in de Tweede Wereldoorlog droeg, de eeuwenlange vervolgingen en meer. Sommigen zullen ongetwijfeld gaan stuiteren, zoals dat gaat wanneer er gespiegeld wordt, maar feit is dat een joodse vrouw aan de gemeenschap behoort ‘terug te geven’ en behoort ‘haar verplichting’ na te komen door kinderen te baren. Zeker in Europa en zeker binnen de orthodoxe gemeenschappen. Haar waarde als vrouw wordt vooral bepaald door haar capaciteit als babyfabriek. Voor sommigen in de civiele samenleving is dit moeilijk te bevatten.”

Hoe speelt de kinderloosheid in jouw leven nu een rol?

“Natuurlijk was er een groot rouwproces, een oneindige leegte en depressie. Maar het rare was dat de biologische kinderloosheid gelijktijdig het begin van mijn volledige bevrijding werd. Ik was ineens niet meer angstig, ook niet voor eerwraak en de ‘waarschuwingen’ die ik kreeg tijdens het schrijven van dit boek. Ik realiseerde me dat ik gezond ben, maar dat er genetisch toch nog van alles doorgegeven had kunnen worden. Dat probleem werd nu voor mij opgelost. Vanaf mijn 29ste besloot ik de pepperspray, die ik altijd in mijn tas bij mij had, weg te gooien en mijn leven in te richten zoals volledig bij mij past. Na jarenlange rationele keuzes om te overleven, ook op werkvlak, was ik op. Het werd tijd om vanuit het hart te leven. Dat doe ik iedere dag. De serie Schaduw achter en gezicht naar de zon is daar het product van.

Deel je jouw ervaringen met de joodse gemeenschap?

“Ja, ik heb ook binnen de joodse gemeenschap voorlichting gegeven op het gebied van endometriose, waarmee de cirkel voor mij rond is, hoewel ik weet dat er internationaal nog gigantisch veel te doen is. Vandaag de dag weet ik waar ik rekening mee moet houden qua levensstijl. Ik heb amper klachten, behalve een iets kleiner potje energie.”

Wat hoop je te bereiken met dit boek en wie moet het lezen?

“Het boek is in eerste instantie gericht op het private, omdat ik er familiedoelstellingen mee heb, waar ik verder niet over wil uitwijden. Dan zijn er de grotere doelstellingen voor de wereld. Deze case staat nu op zichzelf, maar draagt bij aan die grotere beweging van transparantie, zuivering, heling en transformatie, waarbij we gezamenlijk naar een volgend niveau gaan. Noem een thema en het komt in deze serie voor. Exodus uit de vuurtoren zou een opening moeten zijn om binnen gemeenschappen, niet alleen joods, een gesprek op gang te brengen. Het is simpel: ik kom er met mijn hoofd niet bij dat er mensen zijn die andere mensen bewust pijn kunnen doen. Dat gaat er niet in. Ik heb een prachtig leven, maar zal nooit wegkijken en blijven duwen, zodat verandering mogelijk wordt. Ik zal mijn stem blijven gebruiken, voor mensen die nu geen stem hebben.”

Meer informatie:

  1. Dina-Perla heeft een eigen website.
  2. Het boek Exodus uit de vuurtoren is te bestellen via AKO en Bruna en ligt vanaf 13 november in de boekhandel.
  3. De boekpresentatie vindt plaats op 11 januari 2018 in de AKO aan de Beethovenstraat 42 in Amsterdam. Aanmelden is verplicht en kan door een mail te sturen aan Dina-Perla de Winter.
Chantal Suissa-Runne2

Chantal Suissa-Runne

Programmaleider Nieuw Wij

Chantal Suissa-Runne heeft diverse succesvolle programma’s opgezet omtrent het verbinden van verschillende groepen in de samenleving …
Profiel-pagina
Al 12 reacties — praat mee.