Jeroen van Velzen is voorzitter van het CDJA, woont in Den Haag en studeert politicologie in Leiden. Ik 2003 werd hij lid van het CDA. Politiek en maatschappelijk gezien was het toen een roerige tijd: de Fortuyn-revolte en twee keer verkiezingen in één jaar. “Het was een periode waarin mensen de politiek de rug toekeerden omdat de overheid niet het vermogen meer had om problemen met overheidsfinanciën, wachtlijsten in de zorg, veiligheid en integratie en immigratie op te lossen. In deze tijd waarin mensen de politiek de rug hadden toegekeerd, vond ik het belangrijk om niet aan de kant te blijven staan, maar zelf actief mee te denken en doen. Dit deed ik door lid te worden van een politieke partij.”

Door: Greco Idema

Bent u religieus?
“Ik ben christen en heb een protestantse achtergrond. Het christelijk geloof heeft grote invloed op mijn levensvisie, mensbeeld en politieke keuzes. Dit mensbeeld zegt dat ieder mens waardevol is en constant in relatie tot andere mensen staat. Dit betekent dat ik niet geloof in het heil van de overheid die alles oplost of de onzichtbare hand van de vrije markt. De kracht om zaken te bewerkstelligen ligt bij mensen zelf in relatie tot elkaar: in een gemeenschap.”

Welke CD(J)A-er is uw grote voorbeeld?
“Ik heb niet zozeer grote voorbeelden in personen. Mensen zijn immers feilbaar. Ik heb wel veel waardering voor de wijze waarop minister Donner het afgelopen jaar de nadruk heeft gelegd op het niet doorschuiven van de rekening naar volgende generaties.”

Tot 3 januari a.s. staat Nieuwwij.nl nog in het teken van ‘Lotsverbondenheid’. Waar voelt u zich op dit moment heel erg mee verbonden?
“Ik voel mij in eerste instantie verbonden met mijn familie. Het gezin waarin je opgroeit is de belangrijkste gemeenschap in de samenleving en bepalend voor wie je wordt. Wanneer je ouders verder weg wonen, ga je de waarde daarvan meer inzien. Waar ik mij momenteel sterk mee verbonden voel, is de betrokkenheid van mensen bij de samenleving en politiek. Ik maak mij grote zorgen wanneer mensen en specifiek jongeren zo zijn geïndividualiseerd dat zij volstrekt afgestompt zijn voor wat er in hun omgeving gebeurt.”

In een recente studie naar het belang van vertrouwen als basis voor de samenleving legt het wetenschappelijk instituut van het CDA een zware klemtoon op de diversiteit. De motivering is eenvoudig: wie de waardigheid van de mens centraal stelt, moet de verschillen van inzicht serieus nemen. Wat vindt u hiervan?
“Ik heb het rapport over vertrouwen gelezen en vond het een analytisch erg sterk rapport. Ik ben dan ook wat verbaasd wat er in de media verscheen over dit rapport. Om het beeld wat te nuanceren het volgende. De auteurs stellen dat wantrouwen op twee manieren ontstaat: doordat mensen gefnuikt worden in hun verwachtingen over anderen of door het ontberen van een gedeeld verleden. De auteurs zijn huiverig voor het gebruik van nationale identiteit en zijn bang dat door uniform gebruik van identiteit diversiteit wordt aangetast en we intolerant worden tegenover minderheden. Daar wordt tegenover gesteld dat waarden uit de joods-christelijke en modern-humanistische traditie zich in de geschiedenis hebben bewezen.
Vanuit het christen-democratisch mensbeeld deel ik dat ieder mens waardevol is en de vrijheid heeft inzichten te ontwikkelen en te uiten. Echter, dat mensbeeld zegt ook dat mensen tot hun recht komen in relatie tot de ander. Willen we dat mensen in relatie tot elkaar samenleven – en niet individualistisch zich terugtrekken zonder te weten wie je buurman is – dan zijn gedeelde waarden nodig. Daarom moeten we de in de geschiedenis van ons land ontstane waarden kennen en erkennen. Hier moet het onderwijs een belangrijke rol in spelen.”

Veel nieuwe Nederlanders vrezen dat zij over 5-10 jaar niet meer in vrijheid hun islamitische geloof kunnen praktiseren, met name vanwege partijen als de PVV. Wat vindt u hiervan?
“Het is zorgelijk wanneer mensen bang zijn dat hun godsdienstvrijheid zal worden ingeperkt. Godsdienstvrijheid is immers een van de waarden die Nederland in haar geschiedenis heeft gekoesterd. Aangezien godsdienstvrijheid stevig verankerd zit in onze grondwet, ben ik niet heel bang dat dit snel zal veranderen. Wel zie ik enkele liberale tendensen waar ik mij zorgen over maak, zoals het willen stopzetten van subsidies aan christelijke welzijnsorganisaties in Amsterdam en het inperken van vrijheid van onderwijs. We moeten er altijd voor blijven waken dat een gekozen meerderheid minderheden niet hun vrijheden ontnemen.”

Veel ‘oude Nederlanders’ vrezen dat ‘hun’ Nederland voor altijd is veranderd door de komst van vele honderdduizenden gastarbeiders en hun kinderen en kleinkinderen. Hebt u begrip voor deze vrees?
“Ik woon zelf in een achterstandsbuurt (en vogelaarwijk) in Den Haag. Ik kan mij die gevoelens goed voorstellen, aangezien we in Nederland te maken hebben met een grote segregatie. Mooie buurten zijn in de loop van de tijd verloederd, men kent elkaar niet meer, de onveiligheid is toegenomen en het straatbeeld veranderd. Ik heb vriendinnen die, als zij naar de supermarkt gaan, hun rokje verwisselen voor een broek. Uit angst dat ze anders worden nageroepen en uitgescholden door veelal Marokkaans-Nederlandse jongens. Dit zijn problemen die de politiek niet een, twee, drie kan oplossen, maar het niet erkennen van dergelijke gevoelens drijft mensen in de armen van Wilders.”

Hoe krijgen we in Nederland zowel onder oude als nieuwe Nederlanders weer meer het ‘wij-gevoel’?
“Belangrijk is om te beginnen met immigratie. We kunnen niet dweilen met de kraan open. Dus immigratie van laaggeschoolde mensen en huwelijksmigranten moet worden teruggedrongen. Zoals gezegd hecht ik wel waarde aan het kennen en onderkennen van gezamenlijke waarden en identiteit. Het Nederlanderschap brengt rechten en plichten met zich mee. Dit betekent dat de burger moet kiezen voor Nederland – geen zaken als een dubbele nationaliteit voor hier geboren mensen – en een overheid die alle burgers als volwaardig Nederlander beschouwt en burgers niet aanspreekt als groep, maar als individu.”

Met welk persoon voelt u zich als politicus meer verbonden: de moslim die veel kritiek over zich heen krijgt momenteel vanwege zijn geloof of de christen die niet in vrijheid zijn geloof mag belijden in landen als Turkije en Syrië?
“Bij dit soort dilemma’s valt niet te kiezen. Voor beide personen is het van belang dat zij zich niet belemmerd voelen in het praktiseren van hun geloof. Kritiek kan hard en vervelend zijn, maar daar kun je je tegen wapenen en door middel van argumenten je verdedigen. Wanneer je door de overheid in het belijden van je geloof wordt belemmerd ligt daar eerder de taak voor de politiek om in te grijpen.”

Stel dat u zou moeten kiezen tussen twee ‘kwaden’: of geen moslims meer in het CD(J)A of het recht op bijzonder onderwijs opgeven. Waar zou u dan voor kiezen?
“Ik vind dit een belachelijke vraagstelling. Het CDA staat open voor iedereen die de grondslagen, die voortkomen uit de bijbel, onderschrijft. We zullen nooit mensen op basis van hun geloof of etniciteit weigeren. Het recht op bijzonder onderwijs is een essentieel onderdeel van de Nederlandse godsdienstvrijheid en stimuleert de maatschappelijke betrokkenheid van ouders.”

Tot slot. Wat vindt u als CDJA-er het belangrijkste thema voor de komende jaren als het gaat om de multireligieuze samenleving?
“Het is volgens mij essentieel dat we de discussie voeren hoe de verhouding vorm te geven tussen religie en de democratische rechtsstaat. Wat het elkaar heeft gevormd, versterkt maar ook kan bedreigen. Specifiek geldt hier dat we niet bang moeten zijn om de discussie te voeren hoe de islam in te passen in de democratische rechtstaat. Met het verzwijgen van die discussie drijven we oude en nieuwe Nederlanders slechts verder uit elkaar.”

Greco Idema is eindredacteur van Nieuwwij.nl

Nog geen reactie — begin het gesprek.