Nabil (getrouwd, vader van drie zonen) komt uit een warm nest. ‘Ik ben geboren in Oost-Jeruzalem, ons gezin was Grieks-orthodox. ’s Zondags gingen we naar de Grieks-orthodoxe kerk, negen kilometer verderop, of naar de katholieke kerk om de hoek. Mijn lagere en middelbare school deed ik bij de streng-katholieke Frêres de LaSalle: in elk lokaal een kruisbeeld, in de kapel middenin de school elke woensdagmorgen een kerkdienst. Maar tegelijk was tachtig procent van de leerlingen moslim, tijdens de kerkdienst studeerden zij in de Koran.’

Door: Lien Willems

‘Bij ons thuis woonde een vrouw in, die het huishouden deed, ze was een tweede moeder voor ons. Ze was traditioneel moslim met vijf maal per dag bidden en de ramadan houden. De laatste week van de ramadan vastte mijn moeder met haar mee. Het Grieks-orthodoxe, het katholieke, de islam, ze waren in mijn jeugd verweven. We keken open naar elkaar, accepteerden elkaar zoals we waren. Maar ik ben gehecht aan de geuren en kleuren van de Grieks-orthodoxe kerk, de grandeur, het theater, de familie die op bezoek kwam zondags. Jezus leerde eenvoud, maar de kaarsen, de riten, de symboliek, ze waren magisch voor me. Dat zondagsgevoel heb ik hier nooit terug kunnen vinden.’

Van een bijzondere verhouding met Israël heeft Nabil tot zijn tiende niets gemerkt. Maar in juni 1967 was de Zesdaagse Oorlog. De eerste oorlog die hij meemaakte. ‘Ik was bang, ik zag de angst van mijn ouders. Ik wist niet wat er gebeurde. Een paar dagen bivakkeerden we in een semi-kelder

verdieping in ons eigen huis, daarna zijn we gevlucht naar het noorden, allemaal gepropt in een klein autootje waarvan de remmen het niet goed deden.’

Oorlog

‘We vluchtten richting Ramallah en Bir Zeit, daar waren christelijke dorpen, familie van mijn moeder woonde daar. Mijn oom reed met zijn gezin achter ons. Na een paar dagen kwamen de Israëlische soldaten ook daarheen, dus vluchtten we naar een veilige plek: een kerk, een school.

Mijn oom rende met zijn jongste zoon op de arm en mij aan de hand. Ik zie de tanks achter me. En dan valt mijn slipper van mijn voet. Ik trek aan de hand. Mijn oom zegt dat ik mee moet komen. Maar ik ruk me los en ga toen tussen alle mensen mijn slipper zoeken. De tanks komen dichterbij. We gaan de kerk in. Paniek, paniek overal. De priester spreekt met de soldaten, er is een witte vlag.’

Het meest traumatische moment was – Nabil ziet het weer gebeuren en krijgt het weer te kwaad – alle volwassen mannen zich buiten moesten verzamelen. ‘Ik zie mijn vader nog afscheid nemen van mijn moeder, hij probeerde sterk te zijn, niet te huilen, gewoon te zeggen: pas op de kinderen. Het waren heel lange dagen voordat ze terugkwamen. In die tijd heb ik ook voor het eerst honger gekend, een beetje. Sorry, ik zie het weer helemaal voor me.’

‘Toen wij terugkwamen in ons huis na de oorlog, was mijn moeder helemaal overstuur. Haar goud, de erfenis van haar moeder en grootmoeder, was verdwenen. Soldaten hadden overal aan gezeten, blikjes op de grond en Israëlische liras, de deur kapot. Maar ik maakte me enkel druk om de fiets, die ik vlak voor de oorlog had gekregen. Die was ook weg. Ik was nog een kind. Het was mijn enige bezit.’

Innerlijke vrede

Toch, om een of andere reden, dat is voor hemzelf ook moeilijk te verklaren, kan Nabil de soldaat die zijn fiets gepakt heeft, niet haten. ‘Ik heb een sterke innerlijke vrede in me die me immuun maakt voor haat, voor wraak. Waar ik haat heb, waar wij als Palestijnen haat hebben, houdt die verband met de omstandigheden. We haten niet de dader, omdat hij Jood is of zo, maar we haten zijn daden. We voelen ons onrechtvaardig behandeld,
daar zijn we kwaad om, maar tegelijk voelen we dat wij Palestijnen niemand onrechtvaardig hebben behandeld.’

‘We hebben niemands land gepakt, we hebben niemand vluchteling gemaakt, we leven samen met een volk dat ons land heeft gepakt en dat ons vluchteling heeft gemaakt. Dat is heel anders. De Palestijnse zaak is een rechtvaardige zaak, dat geeft ons een lange adem, dat geeft ons hoop. Onrechtvaardigheid kan lang duren, maar het is eindig, er zal recht komen. Daar geloof ik heilig in, dat is onze troost.’

‘De gewone Palestijnen op straat zeggen: Turken hebben hier vierhonderd jaar geheerst, er waren Britten en andere grootmachten, ze zijn allemaal vertrokken. Het huidige Israël hoeft niet fysiek te vertrekken, maar het gedachtegoed van het Zionisme, dat zal verdwijnen. Dit Israël is alleen levensvatbaar, omdat het Westen het met militaire, politieke en financiële macht steunt. Zoals het nu is, is het een kunstmatig land.’

Jeruzalem
Jeruzalem Beeld door: Pixabay

‘Kijk maar naar de laatste oorlog tegen Gaza. Gaza met twee miljoen mensen, meer dan de helft kinderen. Mijn traumatische ervaring als kind is niks vergeleken met die van hen. Ze hebben familieleden verloren, ze zien huizen in puin.

Wat komt er van hen terecht in de toekomst als je hen geen toekomst biedt? Gaza is al zo’n elf jaar in de greep van de blokkade. Niets mag erin, niets eruit. Twee miljoen mensen op een stukje land van 12 bij 40 kilometer, tweemaal Texel. Ze mogen zelfs niet in zee vissen.’

‘Wat verwacht je dat deze mensen gaan doen? Die gaan tunnels graven, raketten plaatsen, zichzelf opblazen. Maar op deze manier gaat Israël nooit vrede krijgen, elke twee jaar naar Gaza gaan, daar het gras maaien en mensen doden. Dit is futiel, dat zien wij, dat zien de Palestijnen heel helder. Israël raakt ons niet. Er zijn 2100 mensen teveel gestorven, maar wij hebben het laatste woord.’

‘Diep in mijn hart heb ik een paar keer durven zeggen – ik weet niet of dat mag in christelijke kringen – wij hebben de verlossing van Israël in onze handen. Ze hebben ons land gepakt, ons vluchteling gemaakt, maar hun verlossing is in onze hand. Niemand anders kan hen vergeven. En ze weten dat ze de vergeving van ons kunnen krijgen ondanks alles. Dit zijn zware termen, maar ik geloof erin.’

Vergeven

‘In 1993 waren de Oslo-akkoorden. Wij gingen akkoord met 22 procent van historisch Palestina, want we dachten: er komt vrede. Wij gingen de straat op. En de Israëlische soldaat bij het checkpoint, dezelfde soldaat die ons bij dat checkpoint dag in dag uit, elk uur het leven zuur had gemaakt, kreeg snoepjes en drankjes van ons.

Bedenk goed: er zijn 550 checkpoints verspreid over de Westbank. Die scheiden geen Palestijnse dorpen van Israëlische plaatsen, maar het ene Palestijnse dorp van het andere.’

‘We waren opgetogen. Als ik daaraan terugdenk geloof ik heilig: er is geen haat, wij kunnen vergeven. Maar Israël ging niet verder met de Oslo-akkoorden en het Westen liet ons alleen onderhandelen. Het eindresultaat is bekend. Aan Israëlische kant is heel veel zelfonderzoek nodig. Israël moet inzien dat ze onze vergeving nodig heeft. Maar dan moet ze, minstens ten dele, de verantwoordelijkheid op zich nemen voor het lijden en de ontheemding van de Palestijnen.’

‘Eigenlijk heb ik medelijden met Israël. Ik sta er boven. Ik denk: wat wil je bereiken? Wil je zo je kind opvoeden? Haar soldaat laten worden om een ander volk te bezetten? Wat zeg je tegen je vrouw als je thuiskomt: ik had een leuke productieve dag vandaag, ik heb -tig Palestijnen bij het checkpoint vernederd? Wat zeg je tegen jezelf als je in de spiegel kijkt? Ga maar eens kijken bij een checkpoint, dan zie je het gebeuren: de Palestijnen halen diep adem, geven het papiertje, kijken met een sarcastische glimlach: och, je hebt een wapen, dat is het enige. We staan er moreel boven. We kunnen in de spiegel kijken en zeggen: we hebben niemand kwaad gedaan.’

‘In onze taal is het woord samed heel belangrijk. Je ziet het overal. Het betekent het uithouden, op je plek blijven, ondanks druk van buiten. Niemand kan dat woord beter begrijpen dan het Joodse volk: men wilde dat volk uitroeien maar het heeft de hele wereld laten zien dat je een volk niet kunt uitroeien. Ze vergeten dat dit nu ook geldt voor de Palestijnen.’

Het Congres in de Verenigde Staten nam eind 2017 een besluit over de status van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Volgens Nabil Sahhar – zelf geboren in Jeruzalem – gaat het hier om een besluit ‘dat voortkomt vanuit de wet van de macht, niet vanuit de macht van de wet’. Want er zijn internationale besluiten omtrent Jeruzalem waar zelfs de Verenigde Staten medeondertekenaar van zijn, zo licht hij toe. ‘Jeruzalem heeft de status van corpus separatum.

De definitieve toekomst ervan moet bepaald worden door beide partijen en niet door cowboypolitiek van de VS die onder het huidige regime onze wereld aan het ontwrichten is en gevaarlijker maakt.’

israel-palestina
Beeld door: YouTube

‘Vrede is verder weg dan ooit. Helaas heeft Trump de deur voor oorlog en
geweld wijd geopend. Maar als ik bijkom van mijn schok, begint het licht van hoop terug te komen en vraag ik mezelf af waar die hoop vandaan komt. De wereld kan eindelijk zien wat ze lang niet wilde zien en dat is dat de VS een politiek van pro-Israël voerde en nimmer een onpartijdige rol in de onderhandeling had tussen de Palestijnen en de Israëliërs.’

‘Daar waar de Arabische wereld snel aan het verzwakken is door interne strijd en geweld, daar waar de Palestijnse zaak in de vergetelheid dreigde te raken, daar waar men een Sinaï scenario voor een alternatieve oplossing voor een Palestijnse Staat aan het beramen was, kwam Trump met een onbedoelde redding. In zijn onwetendheid heeft hij de wereld een focus weten te geven en te verenigen tegen het onrecht dat de Palestijnen overkwam. Een focus die al jaren geleden verloren was gegaan.’

‘Te beginnen met de vernietiging van Irak onder valse pretenties van massavernietigingswapens, de steun van sommige olieproducerende landen, het beleid van de VS jegens ISIS, het aanwakkeren van sektarische conflicten, de vernietiging van Libië en het maken van Iran tot aartsvijand. De focus is nu weer terug. Palestina staat weer op de kaart. Mijn stad die al jaren bloedt onder etnische zuivering, het opblazen van huizen, en allerlei discriminerende maatregelen van het meest democratische land in het Midden-Oosten, krijgt de aandacht die het verdient.’

‘Jeruzalem is in onze harten zoals in de harten van alle drie de monotheistische religies. Er is geen Trump of Congres die de Heilige Stad aan een partij kan en mag toekennen. Jeruzalem is de stad van vrede en zo zal het blijven. Als de wereld zich onpartijdig opstelt om ons naar vrede te helpen dan hadden we al jaren vrede en waren vele levens gered. Tegen Trump en zijn zogenaamde christelijke achterban, zeg ik: ‘Ik schaam me om christen te zijn’. Dit is niet mijn christendom zoals ik het ken uit eerste hand.’

Wie durft?

‘Zolang ik in Nederland ben, nu bijna dertig jaar – ik moest van Israël het land uit, dat was een pijnlijk proces – heb ik me ingezet voor de Joods-Palestijnse dialoog. Eerst bij de Nederlandse Coalitie voor Vrede en nu voor de Stichting Vrede voor Palestina. Ik geef lezingen, doe mee aan debatten. Ik vind het pijnlijk dat uitnodigingen om te komen spreken in kerken nooit rechtstreeks naar mij komen als medechristen, maar altijd lopen via een Joodse vriend van mij. Wie durft? Ik sta er open voor.’

Nabil Sahhar is woonachtig in Den Ham (Overijssel) en is voorzitter van de Stichting Vrede voor Palestina. Bezoek hun website: www.stichtingvredevoorpalestina.nl.

linkerwang

De Linker Wang

De Linker Wang organiseert bijeenkomsten over religie, politiek en samenleving, is de religiewerkgroep van GroenLinks, en geeft het …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — praat mee.