Zonder hoop geen verandering. Dat is de boodschap van Pasen, het belangrijkste christelijke feest dat nog maar kort achter ons ligt, en van de vele ‘wonderbaarlijke’ genezingen door Jezus waarover het Nieuwe Testament verhaalt.

Door: Annette van der Elst

Neem het geval van de blinde uit Betsaida. Jezus neemt hem bij de hand en brengt hem buiten het dorp, wrijft hem speeksel in de ogen en legt hem de handen op. Direct daarop kan de blinde weer scherp zien. Cruciaal zijn vervolgens Jezus’ woorden: "Ga naar huis, maar ga niet het dorp in."
We hebben hier niet van doen met toverkunst of wat we nu kwakzalverij zouden noemen. Dat zou een idiote simplificatie zijn. Beter is het om de aandoening, ook gezien de laatste opmerking, metaforisch te nemen. De blinde leeft in een wereld zonder licht, zonder perspectief. Hij bevindt zich in een donkere tunnel. Wat doet Jezus? Hij neemt hem weg van de massa, maakt hem los van de meningen en oordelen van anderen. Pas als je je bevrijdt van wat ‘men’ vindt, kun je weer leren dromen en leren hopen.

En dat brengt me bij de Paasboodschap – het wonderlijke verhaal over de verrijzenis van Jezus die enkele dagen eerder aan het kruis gestorven is. Het Paasverhaal is de boodschap van hoop. Erg letterlijk genomen is het slechts een vertelling, een sprookje, met een happy end: de dode blijkt niet dood. Maar dat is de betekenis ervan niet. Het Paasverhaal is een aanmoediging om je niet neer te leggen bij de dood maar te kiezen voor de mogelijkheid van het leven. Is dat ook niet Jezus’ boodschap aan Maria Magdelena bij het lege graf? "Raak me niet aan", zegt hij als zij hem, eindelijk, herkent. Een vreemde uitspraak voor zijn doen, want tijdens zijn leven laat hij zich voortdurend aanraken, met name door de uitgestotenen, de zogeheten onreinen, die hij juist bestaansrecht en daarmee hoop gaf door hen aan te raken.
Raak me niet aan, zegt hij nu, want je moet niet bij de doden zijn, maar bij de levenden. Verspreid daar mijn boodschap: die van liefde, vertrouwen en hoop.

Hopen is geloven in mogelijkheden. En daarmee is hoop het tegendeel van je neerleggen of zelfs je onderwerpen aan de wetten van de natuur, van het lot, de sterren, de (al dan niet goddelijke) voorzienigheid of de wereld die ‘nu eenmaal zo is’.

En daarmee verandert hoop het hier en nu. De zogeheten ‘blijde boodschap’ van het christendom heeft, om het filosofisch te zeggen, een performatieve werking: met de boodschap verandert het leven zelf. "Zij die hoop hebben, leven anders", zei Paulus. Hoop geeft een nieuwe basis voor het leven en een nieuwe vrijheid. Niet de wetten van de materie of de statistiek hebben het laatste woord, maar de menselijke mogelijkheden. Hoop kan daarom in tegenspraak zijn met de actuele werkelijkheid – zoals de sociologische waarheid "de meerderheid van de jongens uit kansarme milieus belandt in de criminaliteit". Maar die werkelijkheid kun je veranderen. Hoop is dan niet alleen maar vrijheid voor wat mogelijk is, maar vrijheid voor wat onmogelijk wordt geacht. En die mogelijkheid om te veranderen dragen we allemaal in ons.

Annette van der Elst schrijft onder andere voor het blad Filosofie Magazine en De Psychiater (vakblad) en geeft cursussen filosofie. Recent is haar vertaling, met haar inleiding en annotatie
van het boek ‘Tussen Oost en West’ van filosofe/psychoanalytica Luce Irigaray uitgekomen.

Nog geen reactie — begin het gesprek.