Want als je dat niet doet, dan komt er iets anders op de plaats van God terecht. Dan maak je iets absoluut en bepalend wat in werkelijkheid relatief is. Geld, bijvoorbeeld. Of: efficiency. Macht. Het systeem. Je identiteit. Jouw comfortabele leven. Of: ook heel populair: de beeldvorming. Het zijn maar voorbeelden. Maar in Bijbelse termen heb je dan een afgod gemaakt.

En god, wat vallen we daaraan ten prooi. Aan afgoderij. Het is dát waar de God van het Eerste Testament steeds zo razend van wordt: dat het volk weer in afgoderij is vervallen. Vaak lezen we de verhalen daarover alsof die iets over God zeggen. Dat God jaloers is bijvoorbeeld, onvoorspelbaar, hard, en toch liefhebbend. Maar eigenlijk zeggen die verhalen iets over ons. Wij mensen zijn telkens geneigd tot afgoderij – en dat doet ons geen goed.

Zo. Ik ben begonnen. Bent u er nog?

En dan leven we ook nog in een tijd waarin we het niet hebben over onze neiging tot afgoderij. Ik vind dat linke soep.

Ik denk wel eens dat het meest ontwrichtende effect van de ontkerkelijking niet is dat er veel kerken dichtgaan, maar dat we als samenleving het idee missen dat er iets is dat heilig is, verwonderlijk, vol van betekenis, eerbiedwaardig, onzegbaar, niet-maakbaar, geschonken, kwetsbaar. Iets om te behoeden. En dat we te weinig tegen elkaar zeggen dat het goed is voor ons, samen, om daar een open plaats voor te laten, midden in ons leven, midden in ons samen leven.

Geloofwaardigheid

Oké, laat ik het wat minder theologisch geladen zeggen.

In het boek Betekenis of Bullshit van Stephan Ummelen, een jonge Nijmeegse ondernemer in communicatie, onderzoekt de auteur hoe er in onze systemen wordt omgegaan met waarden. Als piepjonge directeur van een reclamebureau moest hij namelijk waarden ‘verkopen’, maar na een tijdje frustreerde hem dat. Hij ging zien dat in veel organisaties waarden niet het doel zijn, maar een middel – om succesvol te zijn.

Wij allemaal zijn inmiddels gewend om door marketing, reclame en ronkende mission statements heen te luisteren. We weten: het lijkt alsof hier waarden gecommuniceerd worden, maar het gaat om iets anders. Bij ons staat u voorop. For a healthy planet. Beter leven! Samen naar een betere toekomst! Nu nog duurzamer! Voor elkaar! Leuker kunnen we het niet maken. We weten: dit heeft geen betekenis, het is bullshit. Jezus zegt: ‘Pas op voor valse profeten die in schaapskleren op jullie afkomen, maar in wezen roofzuchtige wolven zijn’.

Ummelen onderzocht of de waarden die organisaties zeggen te dienen ook daadwerkelijk worden gedragen door de mensen die in het systeem werken. En hij merkte dat in schrikbarend veel gevallen ook werknemers geen zier geloven van wat hun systeem beweert te zijn. En, minstens zo erg, de waarden die voor de werknemers wel echt belangrijk zijn, krijgen vaak geen plek in hun werk. Wat een gemiste kans!

Want op korte termijn wordt er dan wel winst gemaakt, maar op den duur brokkelt de geloofwaardigheid, de motivatie van werknemers en de samenhang in een organisatie af. En dat gaat ten koste van de relaties met klanten en burgers en het resultaat op langere termijn.

Ik denk dat we dat om ons heen zien gebeuren. Van de Belastingdienst tot de bankensector, van de agri-en food-business tot energie- en techbedrijven of de politiek: ons geloof in systemen kalft af, omdat waarden niet doel zijn, maar middel. Uiteindelijk wijkt alles voor rendement, efficiency, marktaandeel. En dat is afgoderij. En we weten het. En we hebben er geen antwoord op. Je zou het een betekeniscrisis kunnen noemen.

Het resultaat is een samenleving die inteert op de toekomst van onze kinderen, waar rijken in een krankzinnig tempo rijker worden en armen armer. Een samenleving die zichzelf ziet als een economie, waar natuur een grondstof is, kunst een hobby en religie een privézaak. Een samenleving als een veel te complex systeem, waar geen plaats is voor stilte of zelfs maar een lege plek, precies in het midden. Iets dat al het andere relatief maakt.

Hoe organiseer je liefde?

Maar… Als dominee kom ik graag bij de koopman thuis. Ik kom nogal eens in instituties en systemen, om praatjes te houden. En wat me opvalt is dat ik er zelden afgodendienaren tegenkom. Integendeel. Ik geniet van de ontmoetingen met welwillende mensen in het onderwijs, de zorg, het bedrijfsleven, de politie. Het stelt me op een diep niveau gerust te weten dat verreweg de meeste mensen in al die instituties gewone mensen zijn, vriendelijk, met goede bedoelingen.

En het is zo interessant om te horen dat zoveel mensen last hebben van de hardheid, de starheid of het wantrouwen in het systeem waarin ze werken. En dat ze zo vaak zeggen dat er te weinig aandacht is voor wat zij zelf ervaren als de kern of de ziel van hun werk. En het is zo interessant om te merken dat er geen of weinig taal is om het over die kern of ziel te hebben. Ja, misschien wel even, beschouwelijk, met iemand als ik erbij, maar niet in het werk van alledag.

Op zich is dat logisch, want zulke gesprekken worden snel gezien als inefficiënt of weinig professioneel. Je moet zelf maar voor je inspiratie zorgen. En ook voelt het best intiem, om te zeggen waar je hart naar uitgaat of wat je heilig is.

En bovendien: het hart of de ziel van je werk zijn niet goed meetbaar, planbaar, afrekenbaar. Hoe moet je dat operationaliseren? Je kunt constateren dat liefde essentieel is in zorg en onderwijs, maar hoe organiseer je liefde? En hoe meet je wat het kost of oplevert? Je kunt vaststellen dat vertrouwen essentieel is in het contact met burgers, maar hoe implementeer je vertrouwen? En hoe controleer je of mensen het ook doen?

Ik kom dan ook veel mensen tegen in systemen die gefrustreerd zijn of moe, die geestelijke armoede ervaren of zich eenzaam voelen. Ze weten wat ze moeten doen, maar het waarom ervan moeten ze zelf onderhouden.

'Ik zal er zijn'

Jezus zegt: aan hun vruchten zul je ze herkennen. ‘Zo brengt elke goede boom goede vruchten voort, maar een slechte boom brengt slechte vruchten voort.’ Breng daar maar eens iets tegenin.

In deze serie putten we uit de lange rede van Jezus in Matteüs 5, 6 en 7. Het is een fascinerende tekst. Met tal van metaforen en gelijkenissen wil Jezus een manier van kijken overbrengen die ruimte maakt voor het heilige. Keer je om, zegt hij aan het begin van zijn prediking, want het Rijk van God is dichtbij.

Dat betekent niet dat alles anders moet, zoals critici van systemen vaak zeggen. Ik bedoel: Jezus spreekt met liefde en waardering over de Wet en de Profeten. Hij is helemaal ingebed in zijn joodse religieuze systeem. Geen tittel of jota mag erin veranderd worden, zegt hij ergens.

Het gaat hem erom of het goed gericht is: niet op het rijk van onze afgoden – en ook de Wet of de religie kan een afgod worden – [niet op het rijk van onze afgoden], maar op wat hij het Rijk van God noemt.

Dat klinkt heel groots, maar eigenlijk is Jezus heel praktisch. ‘Behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen’, zegt hij. ‘Dat is het hart van de Wet en de Profeten.’ Zo simpel? Ja, zo simpel. Ik zou me er zelf een beetje voor generen, als prediker, maar hij zegt het: behandel anderen zoals je zou willen dat ze jou behandelen. In het visioen van Jezus is er geen wezenlijk verschil tussen jou en mij.

Het Rijk van God. In onze tijd klinkt het vreemd. ‘Het Rijk’ of ‘Het Koninkrijk’ klinkt misschien te veel naar macht. En ook het woord ‘God’ heeft voor veel mensen een bijsmaak.

Laat ik dan ook andere woorden zoeken, die misschien voedend kunnen zijn voor mensen die de moed hebben om de plaats van God open te laten, of ze nou in God geloven of niet.

Ik denk dat velen van ons verlangen, snakken misschien wel, naar systemen waarin ruimte is voor wat ons heilig is, voor wat we niet begrijpen, wat verwondert, stil maakt, ontroert, verbindt.

Ik denk dat we daar niet alleen op ons eentje, maar ook samen ruimte voor moeten maken. Dat we samen ons vermogen moeten ontwikkelen om niet alleen te spreken, maar ook te zwijgen. Om niet alleen te nemen, maar ook te ontvangen en terug te geven. Om niet alleen te willen en te beheersen, maar ook te vertrouwen en te delen. Om niet alleen te analyseren, maar ook te begrijpen en verbinden. Om niet alleen te streven, maar ook te laten.

In gelovige taal: om de plaats open te laten van de Levende, die heet: Ik zal er zijn. En vaak, zo is mijn ervaring, vaak begint dat bij een heel simpele vraag: wie dien ik? Wie dienen wij?

Moge het zo zijn.

Deze overweging hield Arjan Broers in de Dominicus Amsterdam op zondag 28 januari 2024 in de serie Om menselijke systemen. Leidraad is telkens een boek en een Bijbeltekst. Bij deze overweging zijn dat het boek Betekenis & Bullshit van Stephan Ummelen en Matteüs 7: 12, 15-20, 24-29.

Arjan-Broers1

Arjan Broers

Theoloog

Arjan Broers (1969) is journalist, schrijver, programmamaker en prediker. Hij studeerde theologie aan de toenmalige Katholieke Universiteit …
Profiel-pagina
Al 3 reacties — praat mee.