Hildegard werd geraadpleegd door allerlei mensen, kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders. Daarnaast was ze een multitalent. Ze schreef muziek, was natuurarts en publiceerde daarover en ze introduceerde tal van nieuwe woorden en begrippen in de volkstaal. Ze is een van de weinige Middeleeuwse vrouwen met een overgeleverd oeuvre, waar haar correspondentie een belangrijk onderdeel van is.
Hildegard voerde een uitgebreide correspondentie met mensen van verschillend statuur. Veel brieven aan medezuster van diverse kloosters in het Rijnland. Maar ook aan abten en abdissen van kloosters verder weg. Er was een uitgebreid Europees netwerk van onderlinge betrekkingen. Ze schreef ook aan pausen en andere kerkelijke heersers. Soms gaat het om kwesties die het beheer van haar eigen klooster betreffen. Soms ook draait ze er niet voor terug om raad of zelfs kritiek te geven in politieke zaken. Het is de tijd waarin de investituurstrijd woedt, de rivaliteit tussen paus en keizer over, zouden wij vandaag zeggen, de juiste verhouding tussen kerk en staat. Tegelijk voelt ze zich niet te groot om ook eenvoudige geestelijken als een monnik of een dorpspastoor of zelfs leken te schrijven als die zich om goede raad tot haar wenden. Ze was werkelijk een geestelijke autoriteit in haar dagen.
Uit de toon van menige brief blijkt dat Hildegard voorzichtig moest laveren tussen enerzijds de aan haar toegeschreven autoriteit vanwege haar bijzondere visionaire gaven, en anderzijds de mores van haar tijd waarin het niet vanzelfsprekend was dat vrouwen zich zo op de voorgrond plaatsen. De Gussem noemt dat haar ‘bescheidenheidstopos’, maar wijst er ook op dat ze dat gewiekst wist in te zetten: “Zo zal zij zichzelf een armzalig, onbeduidend of door ziekte belast vrouwtje noemen (paupercula forma), terwijl aan het eind van de brief blijkt dat ze eigenlijk van haar adressant geen spaander heel laat” (p.29). Ze was dus een vrouw die van wanten wist.
Haar brieven weerspiegelen tevens iets van de religieuze en spirituele ontwikkelingen van haar tijd. In de late elfde en vroege twaalfde eeuw vond er een interne hervorming in de kerk plaats, om wangedrag en machtsmisbruik van kerkelijke machthebbers te beteugelen en het morele karakter van de kerk te herstellen. De monastieke beweging werd gepromoot. Haar visionaire gaven sloten dus ook aan bij het tijdsbeeld.
Met Bernard van Clairvaux, de cisterciënzermonnik – een orde die in diezelfde twaalfde eeuw ontstond – wordt Hildegard beschouwd als de grondlegger van de ontluikende middeleeuwse mystiek. Overigens is de eerste opgenomen brief in deze selectie gericht aan dezelfde Bernard, juist over haar visionaire ervaringen en waarin ze hem de vraag voorlegt hoe ze daarmee goed om moet gaan: “Goede en zeer milde vader, aan uw ziel ben ik toevertrouwd en u moet me dan zeggen of u wil dat ik hierover openlijk spreek of het anders in stilte bewaar. Ik heb het inderdaad erg moeilijk met dit visioen en ik vraag me af in hoeverre ik zal meedelen wat ik gezien en gehoord heb” (p. 61). Het antwoord van Bernard schijnt goed katholiek te zijn geweest: ‘kort en wat dubbelzinnig’.
De toon van haar brieven verraden uiteraard een andere tijd dan de onze. Het is moeilijk om door de vormelijkheid heen een beeld te krijgen van haar echte persoonlijkheid, anders dan in hedendaagse briefverzamelingen die vaak een welkome bron vormen voor biografische onderzoekers. Wel blijkt uit de brieven van Hildegard hoezeer ze actief was op verschillende terreinen en raak je bij het lezen van deze mooi verzorgde uitgave onder de indruk van de intellectuele grootte en reikwijdte van deze bijzondere vrouw.
Hildegard von Bingen. Brieven. Een selectie. Uitgeverij Damon, Eindhoven 2025. 240 pagina’s. €29,90.

‘Een eigentijdse verbeelding van Hildegard van Bingen’ staat er onder de foto boven dit artikel.
Maar wat zie je? Een meid met zomersproeten en piekfijn opgemaakt. Zo uit een reclame voor lipstick of eyeliners geknipt. Helemaal geen mystieke non en zeker geen ‘door ziekte belast vrouwtje’. Een typische vertegenwoordiger van neoliberaal consumentisme. Wat heeft die Hildegard nou allemaal bereikt? Ze vormt geen progressief moment in de arbeidersbeweging en helemaal niet in het feminisme. Zitten we nou echt te wachten op mystiek? Dat is toch wat Marx ‘opium van het volk’ noemde! Allemaal blanus zeggen ze in Amsterdam. Protest, doen, actie, daar komt het op aan! Dromen doe je maar in bed.